´We moeten van kennis en kunde, naar kassa´ (maar het lukt niet) /2 reacties

´We moeten van kennis en kunde, naar kassa´ (maar het lukt niet)

Uit hoofdstuk 19, Het Innovatieplatform, Frans Nauta

De sleutelgebieden

… Het idee achter sleutelgebieden
klonk niet onlogisch: een klein land als Nederland kon niet
in alles goed zijn. Dat waren we ook niet: voor een levensvatbare
luchtvaartindustrie bleek Nederland te klein, net als voor de productie van auto’s of schepen. Aan de andere kant: in sommige dingen was ons kleine landje internationaal een grote speler. Tuinbouw, snijbloemen en baggeren, om er een paar te noemen. Dat soort specialisaties wilde de werkgroep onderkennen en die actiever ondersteunen. De Nederlandse overheid zou bijvoorbeeld extra onderzoek in die sectoren kunnen stimuleren, met extra geld of door het bestaande budget te herschikken. Jaarlijks keerde de Nederlandse overheid zo’n 1,6 miljard euro uit aan universiteiten en onderzoeksinstellingen voor wetenschappelijk onderzoek.
Door bijvoorbeeld vijf of tien procent van dat budget
te richten op een aantal sleutelgebieden zouden Nederlandse
bedrijven in die sectoren daar de vruchten van kunnen
plukken.
Toch was het idee om te kiezen voor een aantal sectoren nogal belast in de Nederlandse politiek. In de jaren zeventig werd er onder de vlag van het sectorenbeleid ruim twee miljard gulden subsidie verstrekt aan het scheepsbouwbedrijf Rijn Schelde Verolme (RSV). Die subsidie had bepaald
niet geholpen: in 1983 ging het bedrijf toch failliet. Sindsdien was het steunen van specifieke sectoren in de economie een politiek taboe. De meeste Nederlandse economen stelden zich op het standpunt dat de politiek beter geen winnaar kon aanwijzen, omdat de politiek gevoelig is voor
lobby’s. Het was in die redenering beter om het aan de markt over te laten. Winnaars die zich bewijzen in de markt hebben geen subsidie nodig…

De Nederlandse economie kan een versnelling hoger als er meer wordt geïnvesteerd in innovatie, vindt het Nederlandse Innovatieplatform. Deze club van ondernemers, maatschappelijk organisaties en bestuurders, wil van Nederland al heel lang een kennisland maken. Maar niemand is tevreden over het resultaat tot nu toe.

De zogenaamde Kennisinvesteringsagenda is recentelijk op zijn ambities beoordeeld door onder andere Alexander Rinnooy Kan, Robbert Dijkgraaf, Gerard Kleisterlee en Kees Tetteroo. De leden waren teleurgesteld. ‘Ons land behoort niet tot de kopgroep van investeerders in innovatie. En juist in tijden van crisis moeten we diepte investeringen doen in kennis en innovatie om de economie weer op het goede spoor te krijgen,’ was de gezamenlijke conclusie.

‘Nederland kan nog steeds in 2016 het land van talenten zijn, een echt kennisland, maar dan moeten we wel versnellen’, zegt Robbert Dijkgraaf tijdens de presentatie van de jaarlijks terugkerende evaluatie van de Kennisinvesteringsagenda, een langetermijnplan voor de Nederlandse kenniseconomie.

Ambities

Nederland heeft volgens de genoemde leden nog een goede uitgangspositie als het wil versnellen met inovatie: een goede strategische ligging, een relatief hoogopleidingsniveau van de beroepsbevolking, een goede wetenschapscultuur en een aantal sterke economische sleutelgebieden. Kleisterlee: ‘Als we dit kunnen ondersteunen met een samenhangend industrie- en wetenschapsbeleid kunnen we grote stappen maken. In de Global Competitiveness Index van het World Economic Forum zijn we van de tiende naar de achtste positie gestegen. Als Innovatieplatform gaan we voor de top 5.’