‘Innoveren is ook sleutelen aan je business model’ /reageer

Trots

Naast een star business model is het ‘not-invented-here’ syndroom een bekend struikelblok. ‘Vaak komt dat voort uit trots bij de researchers in een bedrijf’, zegt Chesbrough. ‘Dat kunnen wij beter, denken ze, wanneer ze andermans vondst zien. Dat klopt misschien ook wel, maar als je het zelf over gaat doen, is de uitkomst onzeker en verlies je tijd. Wanneer andermans idee voldoet, waarom zou je dan verder zoeken? Als je meer van bestaande kennis gebruik maakt, wordt je time-to-market korter.’

Natuurlijk zijn er ook critici van het open model. Vermoedelijk de bekendste is Bill Gates. Hij ageert al jaren tegen Linux, het grootste open innovatieproject, omdat een vrij besturingssysteem de innovatie zou tegenwerken. Iemand zou namelijk wel gek zijn om een goed idee gratis weg te geven, want dan verdient hij zijn investering niet terug. Er is wel eens gesuggereerd dat de grote sponsors van Linux, waaronder IBM, hardwarebedrijven zijn die terug willen naar de jaren zeventig, toen software iets was dat je gratis bij je computer kreeg.
Chesbrough is niet onder de indruk: ‘IBM haalt een aanzienlijk deel van zijn omzet uit software en services. Alleen van het besturingssysteem vinden ze dat ze dat niet alleen moeten doen. Ze geven inderdaad een deel van hun kennis gratis weg, maar dat verdienen ze terug door winst elders. Dat doet Microsoft overigens ook: je kunt van hen gratis tools krijgen om voor Windows te ontwerpen. Je hoeft nu eenmaal niet de exclusieve eigenaar van kennis te zijn om ervan te profiteren.’

Durfkapitaal

Ondanks tegenwerpingen à la Microsoft is het open innovatiemodel duidelijk aan de winnende hand. Het is een wereldwijde trend dat bedrijven hun fundamentele research uitbesteden aan universiteiten, waarbij ze voor lief nemen dat de geproduceerde kennis gepubliceerd wordt. Japan verzelfstandigde voor dit doel vier jaar geleden alle staatsuniversiteiten, om hen te dwingen meer naar de R&D-noden van de industrie te kijken.

‘Bedrijven doen tegenwoordig steeds minder R en steeds meer D’, constateert Chesbrough. ‘Ik denk ook dat er goede economische redenen voor overheden zijn om extra fundamenteel onderzoek te financieren. De voorwaarde daarbij is natuurlijk wel dat de gegenereerde kennis daadwerkelijk bij bedrijven belandt.’

Samenwerken

Dat laatste is nu precies het probleem van Nederland. Het onderzoek is van hoog niveau, maar de doorstroming ervan naar het bedrijfsleven valt tegen. Ook heeft het durfkapitaal in Nederland een nogal laag durfgehalte. Kapitaalverstrekkers willen eigenlijk pas instappen op het moment dat het succes van een bedrijf min of meer gegarandeerd is. Dat is pas ver na de opstartfase.

Hij kent de Nederlande situatie onvoldoende goed om er stellige uitspraken over te doen, maar Chesbrough herkent het wel: ‘In de Verenigde Staten was het ook ooit zo dat universiteiten met wantrouwen naar het bedrijfsleven keken. Die weerstand is nu weg. Berkeley heeft vijftien Nobelprijzen, we hoeven echt niet bang te zijn dat samenwerking met bedrijven onze wetenschappelijke reputatie schaadt.’

Reageren via Facebook

Reacties

Over Christian Jongeneel

Christian Jongeneel is wetenschapsjournalist voor onder andere Technisch Weekblad en De Ingenieur. Zijn weblog en andere artikelen zijn te vinden op [url=http://www.christianjongeneel.nl]www.christianjongeneel.nl.