‘Regionale krantenlezer loopt niet weg, hij gaat dood’ /reageer

‘Regionale krantenlezer loopt niet weg, hij gaat dood’

Nadert een regionale krant als het Leidsch Dagblad zijn eigen deadline? Dat was de centrale vraag in een debat over de regionale journalistiek, afgelopen donderdagavond georganiseerd door het Leidsch Dagblad in de Universiteit Leiden. De regionale krant ten dode opgeschreven? Kom kom. ‘De regionale krant moet zich gewoon weer onmisbaar maken.’

De eerste indruk is op zijn minst verwarrend. Wie donderdagavond om acht uur de aula van de Universiteit Leiden binnenloopt, waant zich eerder bij het requiem dan bij het toekomstdebat van de regionale krant. Vijf heren in stemmig zwart luisteren op een schemerdonker podium achter een lange tafel naar stichtelijke openingswoorden die klinken vanaf een katheder: ‘…zet uw mobiele telefoons uit. We willen niet dat er getwitterd wordt en zo, we zijn hier om te praten over de geschreven regionale krant.’

Niet van dat modieuze gedoe, lijkt Leidsch Dagblad redactrice en panelvoorzitster Annemiek Ruygrok te willen zeggen, een regionale krant is een serieuze zaak. In de zaal met een kleine honderd man publiek is het even doodstil. Aarzelend gaan her en der phones, books en pads terzijde.

Dan krijgt Jan Geert Majoor het woord. Of de hoofdredacteur van het Leidsch Dagblad denkt dat zijn krant de definitieve deadline nadert. Het Leidsch Dagblad viert dan wel zijn 150-jarig bestaan dit jaar, maar net als bij vrijwel alle kranten hollen verkoopcijfers en advertentie-inkomsten achteruit.
Het antwoord is nee. Majoor weet nog hoe hij decennia geleden bij de krant binnenkwam en hoeveel er sindsdien is veranderd. Dan zullen we deze tijden ook wel overleven, is zijn verwachting. ´Laten we niet vergeten dat het Leidsch Dagblad alleen al in de stad Leiden negenduizend exemplaren per dag verkoopt. NRC.Next vijftienhonderd.‘

Voet op de rem

Maar er moet wel het nodige aan innovatie gebeuren, voegt hij toe. Kansrijk is wat hem betreft een strategie die hyperlokaal is gaan heten. ‘We moeten terug naar de buurten.’ HDC-Media, de paraplu waaronder moederbedrijf Telegraaf Media Groep het Leidsch Dagblad heeft gehangen, bedacht de lokale tussenvormen Alphen.cc en Almere Vandaag. Op de huid van de lezer komt Alphen.cc vier keer in de week uit, met een betaalde oplage van 4500 en eenzelfde aantal dat wordt ingestoken bij het Leidsch Dagblad. Almere Vandaag is een huis-aan-huisblad dat ook vier keer per week uitkomt. ’Deze bladen zijn er om weer contact te maken met de buurt.’ Majoor wijst er ook op dat vanuit de Telegraaf Media Groep de digitalisering een proces is met de ‘voet op de rem.’ Het uitgeefconcern is voorzichtig. Begrijpelijk, vindt hij. Op zijn vraag aan het publiek wat de lezer over heeft voor alleen een digitaal abonnement op het Leidsch Dagblad antwoordt iemand: ‘een derde van de prijs.’

De Leidse bladenmaker Jeroen Maters heeft een advies voor Majoor. ‘De krant moet zich weer onmisbaar maken.’ Van nice to know naar need to know. ’Natuurlijk moet je weten wat de lezer wil. Maar je moet vooral luisteren naar wat de niet-lezer wil,’ stelt hij. Die moet je zien te winnen. Maters maakte in opdracht van het Havenbedrijf in Rotterdam de Havenkrant. In een oplage van bijna een half miljoen wordt deze huis aan huis verspreid in Rotterdam. ’Ongevraagd, maar wel met informatie waarop Rotterdammers zitten te wachten.’

Maters schreef in de aanloop naar het debat een twaalf stappenplan dat volgens hem een krant als het Leidsch Dagblad moet kunnen redden. Samengevat: maak met een jonge redactie een hyperregionaal compleet weekblad op tabloidformaat dat dienstbaar is aan een zappend en crossmediaal verwend publiek.