Nieuws/ Afdichten stortplaatsen werkt afbraakprocessen tegen /reageer

door: Jeroen Wijering
over: chemie, biologie, milieu, regelgeving
op: 9 februari 2007

Stortplaatsen voor afval kunnen beter niet waterdicht worden afgedicht als ze vol zijn, zo blijkt uit een recent onderzoek van ingenieursbureau Royal Haskoning. De uitkomst van dit onderzoek staat haaks op de Wet Milieubeheer. Hierin is wettelijk vastgelegd dat stortplaatsen moeten worden voorzien van een waterdichte bovenafdichting. Royal Haskoning pleit voor aanpassing van de wetgeving.

Zelfreinigend vermogen

Door stortplaatsen aan de bovenkant transparant voor water te maken wordt gebruik gemaakt van het zelfreinigend vermogen van de natuur. In het afval spelen zich allerlei natuurlijke biochemische processen af die in staat zijn om verontreinigende stoffen te neutraliseren (Natural Attenuation). Maar dan moet er wel water bij kunnen. De huidige wet- en regelgeving werkt dus contraproductief.

De huidige wet- en regelgeving is gericht op het isoleren van het afval van zijn omgeving. Dit gebeurt nu door het aanbrengen en onderhouden van bodembeschermende voorzieningen zoals waterdichte onder- en bovenafdichtingen. Beheersmaatregelen en monitoringssystemen bewaken de grondwaterkwaliteit rondom de stortplaats. Deze benaderingswijze is duur, resulteert in eeuwigdurende nazorg en zadelt de volgende generaties op met een onopgelost probleem. Het afval blijft immers net zo vervuild als op het moment van storten en de getroffen voorzieningen hebben niet het eeuwige leven.

Jaarlijks drie miljoen ton

In Nederland wordt jaarlijks circa 3 miljoen ton afval gestort. Dat gebeurt op 30 stortplaatsen. Het gaat om afval dat niet kan worden hergebruikt of verbrand. De door Royal Haskoning bepleitte aanpassing van de wetgeving leidt – naast de maatschappelijke winst - tot een besparing van honderden miljoenen, omdat de kosten voor de bovenafdichting veel goedkoper uitvallen.

Reageren via Facebook

Reacties