APAD: ruggenprik zonder risico /32 reacties

APAD: ruggenprik zonder risico
  • personen: Timo Lechner en Maarten van Wijk
  • product: APAD

Het lijkt eigenlijk een beetje op een verhaal uit een jongensboek, vindt Timo Lechner zelf. Je bedenkt iets, voert het uit en na een tijdje wordt jouw product of systeem door beroepsgenoten gewaardeerd en gebruikt. Wereldwijd zelfs misschien.

20 miljoen

Bekijk het interview met Timo Lechner en Maarten van WijkLechner en zijn collega Maarten van Wijk zijn anesthesist in het Jeroen Bosch Ziekenhuis in Den Bosch. Ze voeren dagelijks ruggenprikken uit, maar Lechner was niet tevreden met de manier waarop dat gebeurt. “Die techniek is dezelfde als in 1930, dat is toch niet te geloven!”, vindt Lechner.

Het komt erop neer dat een anesthesist de punctie op gevoel uitvoert. Meestal gaat dat goed, maar 1 à 2 procent van de ruggenprikken - er worden er wereldwijd 20 miljoen per jaar uitgevoerd - heeft complicaties tot gevolg. En in 10 tot 15 procent van de gevallen werkt de prik niet goed.

“Het idee voor de APAD ontstond op de werkvloer”, vertelt Lechner. Het hinderde hem dat hij de naald op gevoel moest ‘opvoeren’ - zoals dat heet in medische jargon - en geen ander hulpmiddel had. Hij wilde een manier vinden om zeker te zijn dat de naald op de juiste plek terecht kwam. Ten tweede wilde hij beide handen kunnen gebruiken om de naald goed te kunnen plaatsen.

Geluidssignaal

Sinds 2001 gebruikt Lechner de door hem en Van Wijk ontwikkelde APAD, de Acoustic Puncture Assist Device. Het apparaat zorgt er ten eerste voor dat de vloeistof onder druk door de naald gaat, 100 cc per uur. Maar het innovatieve aan de APAD is vooral dat er een geluidssignaal gekoppeld is aan de vloeistofstroom. Als de druk hoger wordt, gaat het geluidssignaal omhoog. Neemt de druk af, dan wordt het signaal weer lager.

“Bij het prikken ontmoet die vloeistofstroom weerstand”, legt Lechner uit. “De naald gaat door verschillende weefsels heen. Vlak voor de epidurale ruimte zit stevig weefsel, dat dus veel weerstand geeft. Dan kom je in de epidurale ruimte - daar waar je zijn moet - waar geen weerstand meer is.” Met de APAD ‘hoor’ je de naald bij wijze van spreken door de verschillende weefsels gaan. Dat maakt de ruggenprik veel trefzekerder. Bovendien is er een registratie op papier van het verloop van de ruggenprik.

Ondertussen hebben ze er 4000 puncties mee uitgevoerd, zonder een enkele ‘failure’ of complicatie.

Waarom de Herman Wijffels Innovatieprijs?

Lechner kwam de Herman Wijffels Innovatieprijs tegen op de site van de Rabobank aan het begin van 2007. Hij was van mening dat zijn vinding een grote toegevoegde waarde had in de kwaliteit van medische behandeling van patiënten, en heeft de APAD meteen ingeschreven.

“We hebben het plezier van de nominatie alleen al”, meldt Lechner. Tot de beste tien van dit jaar te behoren is voor de twee anesthesisten een extra gelegenheid om hun product bekendheid te geven.

Herman Wijffels Innovatieprijs?

In 1999 werd het Herman Wijffels Fonds opgericht. Het fonds is vernoemd naar Herman Wijffels, die datzelfde jaar afscheid nam als voorzitter van de hoofddirectie van Rabobank Nederland.

De Herman Wijffels Innovatieprijs werd in het leven geroepen ‘als stimuleringsprijs voor ondernemende mensen die initiatief nemen waar ze niet alleen zelf beter van worden, maar waar ook de maatschappij iets aan heeft.’ Er zijn vier geldprijzen: hoofdprijs van 50.000 euro, tweede prijs van 37.500 euro, derde prijs van 25.000 euro en aanmoedigingsprijs van 10.000 euro voor ondernemers in de leeftijd tot 30. De prijs wordt 10 oktober tijdens de Holland Innovation in de Utrechtse Jaarbeurs uitgereikt.

Wat als ze de prijs winnen?

Wat voor Lechner vooral telt, is dat ze dan hebben laten zien dat de APAD werkt, en beter werkt dan de oude methodes. Maar natuurlijk, de ontwikkeling van het apparaat kost geld. Daarnaast worden de komende twee jaar anesthesiestudenten opgeleid die de APAD dagelijks gaan gebruiken. Na die twee jaar gaan Lechner en Van Wijk de resultaten vergelijken van de studenten die de APAD gebruiken en zij die op de oude manier te werk gaan.
Ondertussen moeten ze wel de apparaten leveren voor die test. Ook dat kost veel geld. Dus een prijs zou welkom zijn.

Wat als ze die niet winnen?

Als ze niet winnen gaan ze gewoon door met de commercialisering van de APAD, maar Lechner vindt het concours wel heel spannend. “Wat zo leuk is, is dat we waardering krijgen vanuit een heel andere hoek dan we gewend zijn.”

Toekomstplannen?

Lechner en Van Wijk hopen dat de carrière van de APAD nu van de grond gaat komen.
Na alle stappen die tot nu toe gezet zijn - ontwikkeling van de APAD, een CE-gecertificeerde producent vinden, het akkoord krijgen van de medisch-ethische commissie - is het alleen nog wachten op de Kema-keur. In principe gaat de verkoop van de APAD begin 2008 van start.

Ondertussen is patent aangevraagd in onder meer China, Zuid-Afrika en heel Europa. De APAD wordt straks verkocht in Koeweit, Hongarije, Italië en Zwitserland, via lokale distributeurs. En in Nederland natuurlijk.

Als dat allemaal loopt, kunnen Lechner en Van Wijk verder gaan kijken. Het systeem kan namelijk ook voor andere soorten puncties gebruikt worden.
En tot nu heeft geen van de grote producenten in de medische sector het aangedurfd de APAD te commercialiseren, omdat het introduceren van een nieuw apparaat wereldwijd een investering van 150 miljoen dollar betekent. Misschien dat ze door de selling records van de APAD over een paar jaar wel over de streep getrokken kunnen worden. Dan is de jongensdroom van Lechner helemaal uitgekomen.

Reageren via Facebook

Over Renée Kneppers

Renee Kneppers is journalist en freelancer