Augmented reality in het onderwijs: hype or hope? /reageer

Augmented reality in het onderwijs: hype or hope?

In het trendrapport van de onderwijsportal Kennisnet wordt augmented reality genoemd als één van de vijf technologieën die het onderwijs komende vijf jaar zal beïnvloeden.

‘Augmented Reality’, de term doet denken aan het versleten begrip virtal reality uit de jaren ’80 van de vorige eeuw. Weet je nog: met zo’n spuuglelijke helm uit een foute SF-film een virtuele wereld ‘beleven’. Daar hoor je nooit meer iemand over. Is AR een tijdelijk speeltje van een reclamebureau of kan de nieuwe techniek het onderwijs daadwerkelijk verrijken?

Onecht sponsorbord

Op zich wordt augmented reality (AR) al lang gebruikt. Simpelste voorbeeld is het sponsorbord vlak naast het doel dat we elke zondagavond op Studio Sport zien. De keeper loopt er dwars doorheen. Tovenarij? Valt mee: De borden zijn virtueel aan het TV-beeld ‘toegevoegd’.

AR doet eigenlijk hetzelfde: Een digitale laag over de fysieke wereld leggen. Deze laag kan bestaan uit symbolen, afbeeldingen, extra teksten maar ook filmpjes, links en 3D-modellen. Zo wordt de wereld om je heen door het oog van je mobiele camera of door je webcam op je laptop constant van actuele en leerzame informatie voorzien, afkomstig van het web.

Een virtueel pashokje

Met de komst van webcams, GPS en smartphones is deze techniek nu ook binnen handbereik van de consument. Inmiddels kan hij met behulp van uitgeprinte markers achter de webcam van de computer (of digitale TV) in de woonkamer op speciale websites met AR brillen, horloges en kleren passen. Grootste voordeel vormt hier het winkelen vanuit je luie stoel (dus onafhankelijk van plaats en tijd).

AR kan ook gebruikt worden door apps op de smartphone. Door de mobiel op een huis te richten krijgt de consument direct de actuele verkoopprijs in beeld of zoekt hij met een app van ING naar de dichtstbijzijnde pinautomaat. Bij de mobiele toepassing lijkt de ‘just-in-time’ en locatiegebonden informatie voor de consument de grootste meerwaarde te hebben. We nemen deze twee soorten AR (markerbased en locationbased) onder de loep. Wat kan de scholier hiermee in de toekomst?

Pop-up schoolboek

Sinds Gutenberg de bijbel in de 15e eeuw in druk liet verschijnen is het schoolboek nauwelijks veranderd. Gravures zijn inmiddels foto’s en graphics geworden, dat wel, maar het merendeel van de scholieren zit ’s middags na het kopje thee verplicht tekst en plaatjes door te werken.

Augmented Reality kan hierin verandering brengen. Vergelijkbaar met de pop-up boeken uit je kleutertijd krijgt klassiek leermateriaal door middel van een camera en een marker een derde dimensie. Het Thaise bedrijf LarnGear ontwierp een dergelijk schoolboek: ‘The Earth’s Structure Prototype’.

We zien een aardrijkskunde-boek met een verhaal over aardlagen. Door een simpele marker in de kantlijn van de pagina onder een webcam te houden verschijnt op het boek een doorsnede van de aardbol in 3D. De tekst en illustraties krijgen daardoor veel meer betekenis. De leerling kan het model van de aarde van alle kanten bekijken door het boek te draaien. Bedenk hiervoor in de plaats historische gebouwen, organen of molecuulstructuren en je hebt het toekomstige schoolboek geschiedenis, biologie of scheikunde in je hand.

Het project AR-sights van het Italiaanse bedrijf Inglobe Technologies startte zelfs een community waarbij iedereen zijn eigen gemaakte 3D versies van belangrijke gebouwen kan posten op de Google Earth-kaart. Een school in Amsterdam maakte hier een themaproject van.

Dankzij het ARsight project staat bij Muiden een 3D-model van het Muiderslot op de Google Earth kaart.

Met een AR-loep begrijpend lezen

De AR-loep van het Creative Learning Lab is een AR-tool op maat. Boven het schoolboek hangt een soort digitale loep, zoals slechtzienden die gebruiken. Door de aanwezigheid van markers krijgt de te lezen pagina een extra-dimensie. De AR-camera zorgt ervoor dat woorden in beeld voorzien worden van een plaatje, of je tikt op de loep en je krijg dit woord te horen. Door deze lamp wordt het bijvoorbeeld mogelijk om afbeeldingen, vertalingen en spraakvoorbeelden van moeilijke woorden in lesmateriaal door te voeren. Beelddenkers hebben hier ook profijt van.

Op de volgende pagina: vertrouwen op geheugen, of vertrouwen op technologie?