Autorijden op energie uit woningen /reageer

Autorijden op energie uit woningen

Passiefhuis. Nulwoning. Alleen al de naamgevingen zijn niet bepaald inspirerend. Waarom zouden we niet huizen realiseren die, over het jaar genomen, veel meer energie produceren dan ze verbruiken? Het wordt al mondjesmaat gedaan. Na acceptatie is financiering echter een van de grootste drempels.

Met een cataract aan rampen in de energie- en financiële wereld en daar bovenop nog eens een steeds verder voortschrijdende klimaatverandering die volgens het tussentijdse IPCC rapport nog erger blijkt dan in 2007 aangenomen, is de grens aan globalisering langzamerhand wel bereikt.

Volgens deskundigen en visionairs – als de Australische bouwexpert Chris Ryan of publicist Jeremy Rifkin - volstaat verbetering van productieprocessen en eco-efficiency tegenwoordig niet langer meer. In plaats daarvan zal, meer dan voorheen, gekeken moeten worden naar systeeminnovatie. De sleutel daartoe ligt bij de consument, meer specifiek hoe deze woont en mobiel is. Immers, maar liefst een kwart of meer van ons BNP gaat op aan personenvervoer en wonen.

Koppeling van ICT en, op termijn, slimme netwerken aan decentrale duurzame oplossingen is volgens velen de allerbeste optie. Met elektronisch gestuurde meet- en regeltechnieken op woning- en wijkniveau houden we de energiestromen in en rondom huis op elk moment precies in de hand terwijl aanzienlijk efficiëntere en duurzame bronnen voor een dramatische afname van CO2 emissies en negatieve effecten op het milieu zorgen. Enkele initiatieven gaan nog verder en produceren zelfs meer stroom dan ze op jaarbasis voor hun woning nodig hebben. Die stroom wordt ’s zomers aan het openbare net teruggeleverd of in het batterijpakket van een elektrische auto gestopt die op deze manier vijf- tot maar liefst vijftigduizend kilometer kan rijden.

Energiebalans

ICT specialist Ronald Serné is zo’n pionier. Al ruim vijftien jaar houdt hij zich privé bezig met het ontwerp van een nulwoning. En dat in een tijd dat begrippen als duurzaam bouwen of het verhevigd broeikaseffect geen gemeengoed waren. Maar toen hij in 2007 de mogelijkheid kreeg op een kavel in Groenlo z’n plannen te realiseren, is hij een stap verder gegaan. Aanzienlijk verder zelfs. Sinds eind september 2010 wonen hij, Napona en dochter Mylene in een energieleverend huis, het eerste in Nederland dat per jaar zoveel extra stroom produceert dat hij er z’n nieuwe elektrische auto jaarlijks een slordige 48.000 kilometer op kan laten rijden. Daarvoor was wel het een en ander nodig.

Zo heeft Serné, samen met z’n familie, de houtskeletwoning zongericht verkaveld en bijzonder goed geïsoleerd (10 kWh per m2 terwijl 15 kWh per m2 al aan de standaard voor passiefhuizen voldoet). Een dergelijke constructie konden hij en z’n helpers alleen voor elkaar krijgen door nauwkeurige detaillering, CO2 gestuurde ventilatie met warmteterugwinning en 30 centimeter dik houtvezel aan de binnenkant. “Houtvezelisolatie is sowieso al duurzamer dan glas- of steenwol”, licht Serné toe. “Maar als bijkomend effect zorgt die dikte ook voor faseverschuiving, oftewel de houtvezel brengt de warmte op de heetste uren pas een uur of acht later in de woning.”

Inzicht

Op het dak van het huis staan maar liefs 64 vacuüm heatpipe collectoren die alle ruimteverwarming leveren aan het lage temperatuursysteem in de gegoten gipsen (anhydriete) vloer. Een 3 kW warmtepomp met een bron op tachtig meter diep zorgt voor warm water. “Eigenlijk hoeven we die warmtepomp”, vervolgt Serné door, “alleen voor warm water te gebruiken.

De collectoren dekken in principe de vraag van het lage temperatuur systeem. Tenzij de kou, zoals in december 2010 het geval was, erg lang duurt. Dan is de inzet van de pomp voor een behaaglijke kamertemperatuur noodzakelijk. Die warmte wordt vervolgens gebufferd in een opslagvat van twee m3. In samenwerking met de Hogeschool Arnhem-Nijmegen onderzoeken we nu om dat vat met faseveranderingsmateriaal uit te voeren zodat we veel langer van warmte kunnen profiteren.”

Opvallend aan Serné’s woning is bovendien wat zich allemaal achter de knop bevindt. De energie voor de warmtepomp, uit de zonnecollectoren en de 65 PV panelen (van elk 185 Wp) moet immers zorgvuldig worden gebalanceerd. Als je in een woning van 270 m2 jaarlijks slechts 2400 kWh stroom gebruikt, nemen juist de kleinere verbruiken een steeds grotere rol in.

“Het stroomverbruik voor domotica kan wel tot 40 Wh per dag oplopen”, stelt de pionier. “En dat terwijl een LED lamp maar 3 Wh verbruikt. Aan- en uitschakelen doen we nu via een FieldCommander van CER terwijl we voor het Smart Grid gebruik maken van drie Power Routers van Nedap. Ook zijn we aangesloten bij SETS (Sustainable Energy Technology Systems) van de TU Twente. Daarmee krijgen we niet alleen inzicht in opwekking van PV systemen maar wordt ook opbrengst en verbruik voor de komende 24 uur voorspeld.”

Silent green

Iets vergelijkbaars speelt zich af in het Powerhouse van Johannes Out, de eerste Nederlandse energieproducerende woning in Leusden die ex-VROM minister Cramer in 2009 heeft geopend en jaarlijks 600 kW meer opwekt dan verbruikt. Ook Out stuurt de systemen (een 3 kW warmtepomp, 3000 kW aan PV panelen en een 71 centimeter grote stadswindturbine van 1500 tot 2000 kW die hij recent op z’n 10 meter hoge dak heeft geïnstalleerd) via domotica en laptop aan.

Maar waar Serné energiebesparing en ecologisch materiaalgebruik tot in het extreme heeft doorgevoerd, kiest Out juist voor een stijlvolle jaren ’30 woning die zich, aan de buitenkant, nauwelijks van anderen onderscheidt.