Babytalk: hoe baby's grip krijgen op de wereld om hen heen /reageer

Babytalk: hoe baby
  • door: Universiteit Leiden
    over: communicatie
    op: 2 februari 2008
  • Het Babylab taalverwerving is een onderdeel van de Universiteit Leiden

  • Cognitief psychologen en taalkundigen onderzoeken er hoe baby’s mentaal grip krijgen op de wereld om hen heen

Baby’s leren verbazingwekkend snel praten. In het Leidse Babylab taalverwerving wordt onderzocht wat baby’s en peuters al begrijpen, wat ze kunnen zeggen, en wat de relatie daartussen is.

Grip

Het Babylab taalverwerving, waar sinds december al achttien baby’s zijn getest, is een onderdeel van het Babylab van de Universiteit Leiden, faculteit Sociale Wetenschappen. Cognitief psychologen en taalkundigen onderzoeken daar hoe baby’s mentaal grip krijgen op de wereld om hen heen. De onderzoekers komen uit verschillende faculteiten, en werken samen in het Leiden Institute for Brain and Cognition (LIBC).

Knuffeldier

Wat gebeurt er in het Babylab? Een voorbeeld: in een geluiddichte ruimte kijkt een baby, zittend op de schoot van een van de ouders, naar een groot scherm waarop een object worden getoond. Een tamelijk ongedefinieerd kleurig knuffeldier bijvoorbeeld. Tegelijkertijd klinkt een stem die het object benoemt met een fictief woord, bijvoorbeeld “paa.”
In de ruimte ernaast volgt een onderzoeker de baby nauwgezet op een computerscherm, terwijl subtiele apparatuur registreert hoe lang de baby de aandacht op zijn eigen scherm houdt. Als de naam niet meer interessant is, en er kennelijk ‘in zit’, wordt de uitspraak ervan gewijzigd. Er wordt bijvoorbeeld een medeklinker toegevoegd aan het slot van het woord. Opnieuw wordt geregistreerd of en hoe lang de baby aandacht heeft voor het nieuwe.

Bij dit soort experimenten gaat het erom meer te weten te komen over de perceptie van taal. Wat horen kinderen, en wat herkennen ze al? Kennen ze bijvoorbeeld de juiste uitspraak van woorden die ze zelf nog niet kunnen uitspreken? In andere experimenten gaat het om de productie van taal. Dan is het de bedoeling dat de baby’s of peuters de objecten zelf benoemen.

Babyfouten

Om taal te produceren moet een baby drie dingen in huis hebben: kennis, de regels om van klanken woorden te maken, en motorische vaardigheden

Er zijn nu drie grote onderzoeksprojecten waarin het Babylab voor taalverwerving een rol krijgt, vertelt dr. Claartje Levelt, die het taalonderzoek in het Babylab leidt.
Ten eerste haar eigen Vidi-project. Samen met assistent in opleiding (aio) Margarita Gulian doet Levelt onderzoek naar de ontwikkeling van het taalproductieproces bij baby’s en peuters.

Om taal te produceren moet een baby drie dingen in huis hebben: kennis, de regels om van klanken woorden te maken, en de motorische vaardigheden om die regels toe te passen. Levelt kijkt naar die drie niveaus en probeert te achterhalen waar de oorsprong ligt van typische ‘babyfouten’ in de uitspraak van woorden. Kent een baby het woord nog niet? Hoort hij zichzelf wel goed? Worden alle uitspraakprocedures in de hersens die bij volwassenen bekend zijn al in acht genomen? Of kan de baby bepaalde klanken misschien motorisch nog niet aan? Zo wil Levelt een taalproductiemodel voor babytaal ontwikkelen, analoog aan het model dat al eerder voor volwassenen is bedacht.

Vogeltjes

In het tweede project vergelijkt Levelt samen met gedragsbioloog prof.dr. Carel ten Cate en aio Sita ter Haar de ontwikkeling van taal bij baby’s met de ontwikkeling van zang bij zebravinken.
Levelt: “We vergelijken het hele proces, tot het moment dat er betekenis bij komt kijken. We kijken bijvoorbeeld naar de gevoeligheid voor bepaalde fonologische structuren, of voor frequenties in de taal of zang.”