Bewaarplicht dataverkeer stuit op steeds meer weerstand /2 reacties

Nutteloze informatie

Het voorstel tot de bewaarplicht houdt onder meer in dat telecomproviders verplicht worden tot de opslag van de tijdstippen van alle vaste en mobiele telefoongesprekken, inclusief de locatie. Tevens zullen door internetproviders de tijdstippen worden vastgelegd waarop wordt ingelogd of uitgelogd op internet, wanneer e-mail wordt verstuurd of ontvangen, en aan wie. Het voorstel is up to date want ook VoIP-gebruik dient bijgehouden te gaan worden.

Alle data moet worden opgeslagen voor tenminste zes maanden en voor een jaar. Minister Donner zou de verkeersgegevens het liefst centraal opslaan onder beheer van het CIOT, het Centraal Informatiepunt Opsporing Telecommunicatie. Via dit CIOT zouden politie en inlichtingendiensten bij de verschillende telecommunicatiebedrijven namen, adressen en telefoonnummers van gebruikers kunnen opvragen. De minister van Justitie verwacht dat er in totaal 900.000 keer per jaar naam, adres- en rekeninggegevens zal worden opgevraagd over bellers en internetters.

Wat er moet gebeuren is het vergaren en opslaan van de logfiles van ieder inkomend en uitgaand datatransport, of dat nu geschreven op gesproken tekst is, in een e-mail of telefoongesprek. Dat kost de internetbedrijven hoe dan ook extra geld. Het richtlijnvoorstel voorziet wel in een vergoeding van kosten, al zal moeten worden afgewacht wat dat in de praktijk voor de providers betekent. De invoering van de wet is door een consultancy geschat op minimaal 130 miljoen euro.

De vergoedingen per verzoek zijn nu ruim 6 euro. Maar dat is al niet voldoende om de administratieve kosten van de aanvraag te dekken, laat staan dat het tegemoet komt in de investeringskosten voor het opslaan van al het digitale verkeer, zeggen de providers. Een breedbandprovider met 100.000 klanten vervoert volgens deskundigen tegenwoordig zeker 6 Terabyte per dag, dat zijn 9000 CD’s per dag. Hieruit moet per klant te de gegevens worden gehaald over hoe lang iemand online is geweest, aan wie e-mails zijn verstuurd en met wie er is gebeld. Dat moet ook nog eens dagelijks worden gestuurd aan een centrale database.

Buitenproportioneel

Aan de uitvoering van het plan kleven nogal wat praktische bezwaren. Datamining in de miljarden adresgegevens die jaarlijks alleen al in Nederland via digitale communicatie worden uitgewisseld is technisch nagenoeg onmogelijk. Dan zijn er de telefoon- en internetservers buiten Europa, waarvan de gegevens nooit te krijgen zullen zijn. Neem de hotmailadressen die geheim zullen blijven, en het feit dat mensen met gemak van e-mailadres wisselen. Hania zegt hierover: ‘Een terrorist zal zeker niet meer openlijk via internet voor hem gevoelige informatie gaan uitwisselen als deze wet van kracht wordt.’ Hij vindt het opbouwen van een databank met contacten tussen vooralsnog onschuldige mensen niet meer proportioneel in relatie tot de extra mogelijkheden die je ermee krijgt om bijvoorbeeld terroristen op te sporen.

Complex

Onderzoekers spreken hun zorg uit over de vraag wie controle krijgt en wie toegang krijgt tot welke bestanden in de centrale gegevensopslag. En de vraag rijst wat er daarna met de geselecteerde informatie gebeurt. De analyse van databestanden is technisch zeer complex en de internetbedrijven moeten nu ook regelmatig politie en justitie behoeden voor het trekken van verkeerde conclusies.’
En dan zijn er de kosten. De centrale opslag van gegevens levert volgens onderzoekers hooguit een kleine besparing op. Internetaanbieders zullen nog steeds met hoge kosten zoals implementatie en ontsluiting van gegevens worden geconfronteerd zonder dat daarvoor een redelijke vergoeding van de Nederlandse Staat tegenover zal staan.

Hania spreekt namens het ISPO, het Internet Service Provider Overleg, waar XS4ALL een belangrijke rol speelt. Zet hij in op de ideologische en principiële bezwaren, kleinere internetaanbieders en webhosters zien vooral de praktische bezwaren. Zoals de extra kosten die de dataopslag voor hen met zich brengt.

Onderzoeksbureau KPMG deed in 2004 onderzoek naar de financiële en bedrijfsmatige gevolgen van de bewaarplicht voor internetproviders. Dat rapport concludeerde dat het de internetindustrie vele miljoenen euro’s extra investeringen gaat kosten. Kleine providers zouden kosten moeten maken tussen de 100.000 en 500.000 euro per jaar. Voor de grote providers, zoals Xs4all, betekent dat een veelvoud van dat bedrag, omdat verkeersvolume in hun netwerken veel hoger liggen. En dan is er in het rapport van KPMG nog geen rekening gehouden met de groei van het internetverkeer, dat volgens Amsterdam Internet Exchange, het belangrijkste knooppunt voor internetverkeer in Nederland, zal verdubbelen tot verviervoudigen.