Biologisch niet extra lekker of gezond /5 reacties

Biologisch niet extra lekker of gezond

Biologische groenten en fruit hebben het imago gezonder en lekkerder te zijn dan gangbaar geteelde producten. Maar is er werkelijk een structureel verschil, of gaat het vooral om het ‘gevoel’ dat de consument erbij heeft? En welke rol speelt raskeuze?

“Ik heb geen idee waarom biologisch geteelde producten lekkerder zouden moeten zijn dan gangbare,” zegt Bob Cramwinckel, directeur van het Centrum voor Smaakonderzoek. Volgens hem zijn raseigenschappen vooral heel bepalend voor de smaak: teeltomstandigheden zijn slechts ‘finetuning’.

Maar daarnaast is smaak een zeer subjectieve ervaring, legt hij uit: zo bepaalt ook het gevoel dat men heeft bij een product voor een deel de smaak ervan. Dat gevoel wordt weer bepaald door kennis die mensen erover hebben en vervolgens het beeld hierbij. “Als ze weten dat de tomaten uit Italië komen, hebben mensen daarbij een bepaald beeld dat ervoor zorgt dat ze ze bij voorbaat al lekkerder gaan vinden. De mens proeft namelijk met zijn gevoel. Dat is de voorsprong die bio-producten kunnen hebben. Want wij hebben per definitie wel een goed gevoel bij een vriendelijke, niet-fabrieksmatige benadering van eten.”

Resultaten niet consistent

Vorig jaar presenteerden het Louis Bolk Instituut en het RIKILT samen het literatuuronderzoek ‘Voedselkwaliteit, veiligheid en gezondheid van biologische producten’. De schrijvers, waaronder Lucy van de Vijver, hebben verschillende onderzoekspublicaties gevonden die aantonen dat biologische producten gemiddeld meer mineralen en minder nitraat bevatten. Maar de resultaten zijn niet consistent en meerjarige studies laten zien dat verschillen tussen jaren vaak groter zijn dan verschillen tussen teeltsystemen. Een ander onderzoek rapporteert een hogere hoeveelheid van de gezonde flavonoïden quercetine en kaempferol en van vitamine C in biologische tomaten dan in gangbare tomaten. Maar dit verschil is vooral duidelijk wanneer naar versgewicht wordt gekeken en valt grotendeels weg als je de berekening compenseert voor waterinhoud. De onderzoekers vonden deze verschillen overigens bij pepers überhaupt niet terug. Wel lijkt de eiwitsamenstelling bij biologisch graan structureel beter te zijn: die bevat namelijk meer essentiële aminozuren, die belangrijk zijn voor ons lichaam.

Voornamelijk water

Ook Ernst Woltering, bijzonder hoogleraar Productfysiologie en -kwaliteit aan Wageningen Universiteit, denkt dat de erfelijke eigenschappen van het ras vooral bepalen welke stoffen er in de plant zitten. “Een plant bestaat voornamelijk uit water en verder uit vezels, koolhydraten en een heel klein beetje vetten en mineralen. Dat verschilt niet per teeltwijze. Alhoewel je door bijvoorbeeld minder snel te telen, wel een iets hogere concentratie smaakstoffen kan krijgen. Een methode die bij tomaten daarvoor wordt toegepast is zout toevoegen aan de voedingsoplossing. Dat remt de groei. Maar het is dus niet zo dat biologisch per definitie lekkerder zou zijn. Smaak heeft ook veel met suiker te maken. Dus als je een vrucht aan de boom goed laat afrijpen, wat bio-boeren vaak doen, wordt hij iets zoeter en dat vindt men vaak lekkerder. Maar dat is een keuze die een reguliere teler ook kan maken.”

Ook over een vermeend gezondheidseffect van bioproducten is Woltering sceptisch. “De basis waarom planten goed voor ons zijn, is hetzelfde bij regulier als bij bio,” zegt hij. “Weliswaar is het misschien zo dat de bio-plant meer secundaire metabolieten maakt, wat wij gezonde inhoudsstoffen noemen, om zich te verweren tegen schimmels en insecten, dus het zou wel kunnen dat de teeltwijze de productie daarvan beïnvloedt. Maar dan is de vraag: is dat ook werkelijk gezonder? Dat is nooit echt bewezen.” Het is vooral een kwestie van gevoel, denkt hij.

Dat gevoel bepaalt volgens Cramwinckel van het CSO overigens inderdaad niet alleen de smaak maar zelfs ook het effect op de gezondheid. “Als je tegen iemand zegt dat de paddenstoel die hij net heeft gegeten giftig is, gaat diegene zich ook echt ziek voelen. Wetenschappers zijn geneigd om vooral naar moleculen te kijken, maar gevoelens en ideeën hebben ook invloed op ons lichaam.”

Anti-oxidanten

Lucy van de Vijver kijkt als senior onderzoeker bij het Louis Bolk Instituut specifiek naar de gezondheidseffecten van biologische voeding. Ze vertelt: “Uit onderzoek blijkt dat er bepaalde kleine verschillen zijn in samenstelling tussen biologisch en regulier geteelde gewassen. Biologische producten hebben bijvoorbeeld een hoger gehalte aan flavonoïden, vitamine C en andere anti-oxidanten.” Maar of dat voor ons gezond is, is weer een andere vraag, zegt ook zij. “Wat gebeurt er in je lichaam mee, wordt het bijvoorbeeld überhaupt wel in je bloed opgenomen? Daarover is nog heel weinig bekend. Het is sowieso ook erg moeilijk om zulke gezondheidseffecten te meten, omdat er zoveel dingen meespelen. Als je bijvoorbeeld al voldoende vitamine C binnenkrijgt, is extra daarvan niet extra gezond. Daarnaast zijn biologische vruchten vaak ook kleiner, dus als je een kleine bio-appel eet, krijg je misschien toch niet eens meer van die stoffen binnen dan met een reguliere, grotere appel.”

Wel zijn er sterke aanwijzingen dat kinderen die uitsluitend biologische melk in plaats van reguliere melk krijgen, minder vaak last hebben van eczeem. En uit een proef met kippen bleek dat degene die bio-voer kregen weliswaar minder snel groeiden, maar na blootstelling aan ziekteverwekkers sneller herstelden. “Alle kippen stoppen dan namelijk tijdelijk met groeien, maar de biologisch gevoerde kippen gingen eerder weer door,” vertelt Van de Vijver. Er zijn dus effecten van type voer op het immuunsysteem. Maar ook daar blijft de vraag vooralsnog onbeantwoord of dit nou gezonder is.”