Biologisch niet extra lekker of gezond /5 reacties

Biologische veredeling

Maar als teeltwijze zo weinig invloed heeft op smaak en gezondheid, is er dan nog een verschil te verwachten op basis van andere raskeuze door biologische telers? Het antwoord is nee. Een aantal grote Nederlandse veredelingsbedrijven doet wel aan biologische vermeerdering, maar geen van hen heeft een werkelijk aparte veredelingslijn voor bio-teelt. Heleen Bos, accountmanager Organics bij Rijk Zwaan: “In ons reguliere veredelingsprogramma komen we geregeld planten tegen die interessant zijn voor de biologische hoek. Die gaan we dan vervolgens biologisch telen om te kijken of ze het ook werkelijk goed doen onder bio-omstandigheden. We letten dan vooral op ziekteresistentie en of planten tegen een stootje kunnen, zoals slechte weersomstandigheden. Daarnaast kijken we natuurlijk, zoals bij alle rassen, naar smaak en houdbaarheid. We hebben rond de negenhonderd rassen in ons assortiment, waarvan ongeveer eenderde verkrijgbaar is als niet-chemisch behandeld zaad en tien procent als werkelijk biologisch vermeerderd (en dus ook niet-chemisch behandeld) zaad. Maar we hebben geen enkel bio-ras dat niet ook aan gangbare telers wordt verkocht. Behalve een donkere komkommer, waarvoor uit de gangbare hoek weinig animo is, terwijl bio-telers dat juist interessant vinden omdat het onderscheidend is.”

Omdat gangbare teelt ook steeds meer wordt aangesproken op duurzaamheid, verwacht ze dat gangbaar en biologisch in de toekomst eerder dichter bij elkaar komen dan dat ze verder differentiëren. “Biologische producten gaan zich wel steeds meer onderscheiden met ‘gekke dingen’ zoals donkere, stekelige komkommers, gestreepte aubergines en opvallend gekleurde tomaten. Maar een duurzame eigenschap als ziekteresistentie is in beide takken heel belangrijk.”

Diepe beworteling

Maar ziekteresistentie is niet het enige belangrijke kenmerk voor gewassen in de bio-teelt. Op de website van Stichting Zaadgoed, die zich inzet voor biologische veredeling, staat uitgelegd op welke eigenschappen er nog meer geselecteerd moet worden voor echt biologische rassen: diepe beworteling, mineralen-effciëntie, onkruidonderdrukkend vermogen, aanpassingsvermogen en zelfreproduceerbaarheid. “Dat doe je dus door planten zonder kunstmest en bestrijdingsmiddelen op te kweken en dan degene te selecteren die het beste groeien,” legt Michel Haring uit, die lid is van de stichting en tevens hoogleraar Plantenfysiologie aan de Universiteit van Amsterdam. “Daarna kijk je naar vorm, kleur en smaak.”

Heleen Bos van Rijk Zwaan geeft toe dat bij hun benadering veel geschikte bio-eigenschappen niet worden gevonden, omdat gekeken wordt naar nakomelingen van kruisingen die regulier worden geteeld en dus standaard in de watten worden gelegd met pesticiden en kunstmest. Maar het is voor hun bedrijf simpelweg niet te doen om alle kruisingen ook nog eens onder biologische teeltomstandigheden te gaan testen.

Haring vertelt dat er wel wordt gewerkt aan biologische veredeling, maar het zijn relatief kleinschalige initiatieven en men is er pas een jaar of twintig mee bezig. “Veredeling is nou eenmaal een langdurig proces, dus het is nog heel beperkt wat er nu op de markt is.” Daarin kan dus momenteel ook nog geen verschil liggen tussen biologische en reguliere groenten en fruit die de consument tegenkomt. Maar misschien dat als de bio-veredeling werkelijk van de grond komt, er nieuwe rassen zullen ontstaan die wel degelijk een andere samenstelling hebben. Tot die tijd zijn biologische producten vooral lekker en gezond voor het milieu.

Dit artikel verscheen eerder in Groenten&Fruit Magazine.

Reageren via Facebook

Over Eveline Thoenes

Eveline Thoenes (1978) is bioloog en freelance wetenschapsjournalist. Ze houdt zich vooral bezig met onderwerpen die te maken hebben met biotechnologie en/of planten. Zie ook www.evelinethoenes.nl.