'Boeiuh' vertolkt de stem van de stille generatie /2 reacties

Rob Wijnberg is pas 24. Hij is de jongste redacteur van de opinieredactie van NRC Handelsblad en nrc.next. De publicist, die filosofie studeert in Amsterdam, heeft al een lange journalistieke carrière achter de rug voor iemand die in 1982 geboren is.

Rob Wijnberg?

Rob Wijnbergs loopbaan in de journalistiek begon in 2001 met een vaste column in De Telegraaf. Ook schreef hij voor deze krant de rubriek ‘Het Schoolplein’ voor de jongerenpagina, waarvoor hij wekelijks middelbare scholieren uit heel Nederland interviewde over de actualiteit.
In 2005 verscheen Wijnbergs eerste lange essay in De Groene Amsterdammer, getiteld ‘Waarom het de jeugd niet meer kan boeiuh’. Het essay werd vertaald in het Frans door het opinietijdschrift Le Courrier International. Samen met het vervolgessay ‘Creality-tv’ vormden de publicaties de opmaat voor het politiek-maatschappelijke pamflet Boeiuh – Het stille protest van de jeugd dat in maart is verschenen. Boeiuh, een kritische, sociologische duiding van de redenen waarom de msn-generatie zo passief en ik-gericht is, beleefde onlangs zijn tweede druk.

Marie-José Klaver sprak met Rob Wijnberg over zijn visie op media en jongeren.

Ben je verrast door de tweede druk van je boek?
“Nee, ik was niet echt verrast. Tel de media-aandacht, het onderwerp ‘jongeren’ en mijn leeftijd bij elkaar op, en de hoop op een succesje groeide al bij voorbaat. Ik was natuurlijk wel blij dat het ook werkelijkheid werd. In de schrijverij is er immers geen formule voor succes. Je kan in de recensies de hemel ingeprezen worden, door ieder tv-programma worden uitgenodigd en uiteindelijk na twee maanden bij De Slegte liggen.”

Wie zijn je lezers? Generatiegenoten of ouderen?
“Ik zie de lezers natuurlijk niet, maar krijg wel veel reacties van jongeren én van ouders. Onderling zijn ze verdeeld in vier kampen.

De kritische jongere: hij vat ‘Boeiuh’ op als een verwijt aan zijn adres en is het dus helemaal niet met mij eens. Dit zijn meestal de idealistisch ingestelde, politiek actieve jongeren.

De kritische ouder: die vat ‘Boeiuh’ óók op als een negatieve houding, maar is het, ironisch genoeg, juist wél met mij eens. Ouders lezen in mijn boek wat ze stiekem van hun kinderen denken en zijn blij dat het eindelijk ook eens door een jongere is geconstateerd.

Dan is er nog de positieve jongere: die vat ‘Boeiuh’ op zoals het hoofdzakelijk bedoeld is, namelijk als een maatschappijkritiek en een verdediging van de desinteresse en passiviteit. Hij voelt zich gesteund in zijn houding die normaal juist zoveel kritiek te verduren krijgt.

Tot slot is er de positieve oudere: die leest in ‘Boeiuh’ een kritiek op de jeugd en vindt deze niet terecht. Jongeren zijn niet ongeïnteresseerd, zeggen zij. Ze lezen mij precies verkeerd en ontkennen ook nog eens de boodschap.”

Het grote probleem van jouw generatie is de informatie-overload, schrijf je. Waarom kunnen intelligente jonge mensen niet zelf hun weg vinden in de informatiebrij?
“Dat lager opgeleide niet-stadse jongeren weinig interesse tonen in kranten en het journaal is volgens mij doodnormaal. Dat is altijd al zo geweest; je verwacht ook niet anders. Dat hoger opgeleide stadse jongeren dat ook steeds meer doen, is de crux van het verhaal. Van hén zou je immers juist betrokkenheid en interesse verwachten. Waarom vinden zij hun weg dan ook steeds minder? Juist voor de intelligentsia is de toenemende informatiedruk een probleem. Zij behoren te behappen wat steeds moeilijker te behappen valt. Daarom zegt de hoofdpersoon op een gegeven moment ook: ‘Ik ben niet dom genoeg om gelukkig te zijn’. Bij hem groeit, in dit informatietijdperk, dus het realiteitsbesef: hoe meer je weet, des te meer weet je dat je niks weet.”