Private equity koopt graag in Nederland /reageer

Private equity koopt graag in Nederland

In 2005 werd in Nederland voor 2,1 miljard euro investeringsbank NIB Capital overgenomen door een consortium onder leiding van private equity investeerder JC Flowers. En afgelopen januari werd vuilverwerker AVR voor 1,8 miljard gekocht door Brits, Amerikaans en Nederlands private equity. In de huidige markt en met de grote bedragen die private equity voorhanden heeft, is vrijwel elk bedrijf een overnameprooi. KPN, TNT en Unilever worden in de financiële wereld onder de grote fondsen als kandidaten gezien om besprongen te worden door buitenlands durfkapitaal.

“Het geld is geen punt, het beperkte aantal goede kandidaten vormt de bottleneck”

In Europa werden in afgelopen jaar 1.047 private equity deals gemaakt met een totale waarde van ruim 125 miljard euro. In 2004 waren dit 1.115 deals met een waarde van 89 miljard euro. Het aantal deals neemt dus af, maar de omvang wordt steeds groter. En het einde van de overnamegolf lijkt nog niet in zicht. De financiële slagkracht van private equity is enorm. “Het geld is geen punt, het beperkte aantal goede kandidaten vormt de bottleneck”, zegt Reinier Westeneng hoofd research bij SNS Securities in Amsterdam.

snel veel geld verdienen

Private equity fondsen – ook wel durfkapitalisten genoemd - zijn investeerders die hun vermogen veelal halen bij grote pensioenfondsen en andere institutionele beleggers. Doel van private equity investeerders: snel veel geld verdienen. Liever nog: erg snel erg veel geld verdienen. Een bedrijf is slechts een middel om geld te maken. Een veelvoorkomende manier om snel waarde te creëren is een bedrijf opsplitsen. Ook de verkoop van niet-strategische bezittingen als onroerend goed, is goed voor de cashflow en dus goed voor de investeerder.

In gemiddeld vijf jaar moeten de bedrijven fors in waarde vermeerderen. Bij verkoop van een bedrijf, de zogeheten exit, moet er een rendement van 25 procent per jaar gerealiseerd worden. Om dat te bereiken moet een bedrijf voor een durfkapitalist aan een aantal voorwaarden voldoen. Een van de eerste zaken waarin investeerders potentie moeten zien is de cashflow. Hier moet stevige rek in zitten. Daarnaast zijn ze dol op splitsbare bedrijven. De losse onderdelen brengen vaak meer op dan het geheel. Ook een onderwaardering op de beurs is een pre; de waardering omhoog schroeven is dan al een stuk eenvoudiger. De laatste twee voorwaarden gaan nogal eens samen. Bedrijven met een aantal verschillende activiteiten zijn niet alleen splitsbaar, maar doorgaans ook ondergewaardeerd, als ‘straf’ voor het uitblijven van synergie.

En laat veel Nederlandse bedrijven nou voldoen aan bovenstaande criteria. Kijk naar informatieconcern VNU. Aandeelhouders zijn al een tijd ontevreden omdat er geen synergie is tussen de diverse onderdelen, waardoor de koersontwikkeling achterblijft bij vergelijkbare bedrijven. Dus komt private equity om de hoek kijken. Een consortium van Amerikaanse, Britse Nederlandse partijen biedt acht miljard euro voor de onderneming. En grote kans dat ze een deel daarvan gaan terugverdienen door het bedrijf te splitsen, een deel door te verkopen en het overblijvende deel te stroomlijnen en van een duidelijke focus te voorzien. En dan over een jaar of vijf kan ook dat worden doorverkocht of naar de beurs worden gebracht.

Ook retailer Vendex KBB presteerde jarenlang matig. Het concern viel anderhalf jaar geleden in handen van durfkapitaal. Ook staat Unilever in de belangstelling van private equity. Het bedrijf presteert matig ten opzichte van concurrenten als Nestlé en Procter & Gamble en is heel goed op te splisten, in bijvoorbeeld een was- en schoonmaakmiddelentak, een tak voor persoonlijke verzorging, een voedingstak en een diepvriestak. Dat Unilever zijn diepvriesactiviteiten gaat verkopen is heus niet alleen omdat de divisie onderpresteert; het heeft ook alles te maken met het op afstand houden van durfkapitaal.

Lage rente ideaal

De economische omstandigheden zijn momenteel ideaal voor private equity. De rente is laag, wat voordelig is omdat de durfdeals met veel geleend geld gemaakt worden. Daarnaast hebben veel aandelen een vrij lage waardering, waardoor bedrijven goedkoop zijn. En de bedrijfswinsten trekken weer aan. Een walhalla voor private equity.

Het ziet er niet naar uit dat het private equity vermogen op korte termijn opdroogt. De aandelenmarkten presteren de laatste jaren weliswaar beter dan in de beginjaren van deze eeuw, maar het is nog niet top. Ook de hedgefondsen lijken hun beste tijd te hebben gehad. Dus komen institutionele beleggers de laatste jaren steeds meer bij private equity terecht. “De komende decennia is er nog geld te over”, zegt Andries Mak van Waay, partner bij de Nederlandse fusie en overname-tak van PricewaterhouseCoopers in Amsterdam. “ Zolang de pensioenreserves in de westerse wereld blijven toenemen zal ook de hoeveelheid private equity geld groter worden.” En de institutionele beleggers willen resultaat zien. De overvloed aan kapitaal en de daarmee samenhangende toenemende druk om te investeren zorgt vooral bij de Angelsaksische private equity investeerders voor een agressieve marktbenadering.

Aan de andere kant kan een stijgende rente voor verrassingen zorgen. De financieringsmethodes van private equity, waarbij geleend geld de hoofdrol speelt, worden dan fors duurder waardoor de opmars zo maar kan stokken. Dit is in de jaren tachtig ook gebeurd.

Prijsopdrijving

De afgelopen jaren hebben de diepe zakken van buitenlandse investeerders vooral een prijsopdrijvend effect gehad. Bedrijven worden steeds kostbaarder. Tot grote frustratie van strategische kopers. Nu de economische vooruitzichten weer wat beter zijn en de rente laag is kijken veel bedrijven weer naar strategische overnames. Maar ze vinden steeds vaker private equity op hun pad en trekken daardoor steeds vaker aan het kortste eind. Ook Peter Elverding, topman van fijnchemieconcern DSM, komt private equity tegen als hij op overnamepad is. “Wij proberen met ze te concurreren. Maar ze hebben veel geld beschikbaar en durven veel te financieren met geleend geld”, zo zei in februari bij de presentatie van de jaarcijfers van zijn concern.

Private equity financiert deals altijd met minimaal driekwart geleend geld. Andries Mak van Waay van PwC: “Private equity investeerders kunnen een tandje extra bijzetten. Strategische kopers moeten op de balans financieren. Daardoor kunnen ze niet onbeperkt lenen, want dan zakken ze door alle financiële ratio’s heen. Hier hebben private equity investeerders geen last van.”

Angst in de boardroom

Het Nederlandse topmanagement moet nog wennen aan de aandacht van buitenlandse private equity voor Nederlandse bedrijven. PwC-partner Mak van Waay: “Vooral Angelsaksische investeerders zijn veel meer hands on en pro-actiever. En dit kan twee kanten op. Of ze gaan voor een buy en build strategie. Zoals de Yellow Brick Road Group die na de aankoop Telefoongids meer buitenlandse branchegenoten opkocht en ze samenvoegden. Aan de andere kunnen ze aandringen op het splitsen van een bedrijf. Een Nederlandse investeerder gedraagt zich daarentegen veel meer als financier en eist vaak geen managementplaats op.”

“Vooral Angelsaksische investeerders zijn veel meer hands on en pro-actiever.”

Met stevige financiële prikkels worden de sleutelpersonen tot op het bot gemotiveerd. Een toplaag van een bedrijf die bang is voor de eigen positie, zal een overname proberen af te wenden. “Er waren overnamegeruchten bij TNT. Meteen zie je dan dat het management maatregelen neemt om de aandeelhouders gerust te stellen in de hoop private equity af te schrikken”, aldus Reinier Westeneng van SNS Securities. “Het beste dat een bedrijf kan doen om een overname te voorkomen, is zorgen dat het bedrijf uitstekend presteert en een goede waardering kent. Dat schrikt private equity af. Goede topmanagers hoeven zich dan ook geen zorgen te maken.”

Na overname van een bedrijf kan de meedogenloosheid, agressiviteit en handelingssnelheid van investeerders kan nogal verschillen. Veel private equity investeerders werken met fondsen die een looptijd kennen van gemiddeld zeven jaar. Zij kopen bedrijven en hebben dan zeven jaar de tijd om tot hun rendement te komen. Zo kunnen ze relatief lang de tijd nemen om een bedrijf te verbeteren en eventueel in bedrijven te investeren.

Ook zijn er investeerders die met eigen geld bedrijven kopen, bijvoorbeeld Kohlberg Kravis en Roberts (KKR). Dat wil in kortere tijd zijn slag slaan en zal agressiever zijn in zijn handelen. Dit blijkt onder meer bij het door KKR gekochte KBB Vendex, Zonder blikken of blozen verkochten ze afgelopen jaar al het onroerend goed voor 1,7 miljard dollar. Dit zou wel eens de opmaat kunnen zijn van de verkoop van een of meerdere winkelformules. Mak van Waay wil nog eens benadrukken dat dit niet slecht hoeft te zijn: “Er is niemand te vinden die zegt dat het bij Vendex slechter gaat.”

Reageren via Facebook

Reacties

Over Ramon Willems

Ramon Willems is werkzaam als bedrijfsjournalist bij een grote verzekeraar.