De angst voor klimaatverandering is irrationeel /29 reacties

De angst voor klimaatverandering is irrationeel

De discussie rondom de klimaatverandering bewijst dat wij onvoldoende zijn ingesteld op het fenomeen ‘verandering’. We lijken met een soort verkapt Christelijk zondebesef nog steeds in de Catastrofentheorie van Cuvier te geloven en niet in de evolutietheorie van Darwin: we mogen de natuur niet te veel veranderden, want anders worden we ‘voor straf’ weggevaagd door een gigantische catastrofe. Nu de moderne evolutiebiologie bewijs op bewijs stapelt voor Darwin’s theorie, is het hoog tijd onze irrationele angst voor (klimaat)verandering te laten varen.

Klimaat nooit stabiel geweest

Realisme en pragmatisme lijken hoogtij te vieren bij de recente VN-akkoorden over het tegengaan van de klimaatverandering, getuige een nieuwskoppen zoals: Klimaat kan gered voor 225 euro per persoon. Eerder al profileerde Balkenende zich als milieuheld op een top waarin de EU zich committeerde aan vergaande maatregelen tegen de uitstoot van broeikasgassen: het klimaat kan èn moet worden ‘gered’. In de wetenschap wordt ondertussen steeds duidelijker dat het klimaat nooit stabiel is geweest. Dagblad Trouw publiceerde onlangs een vertaald artikel van de gerenommeerde Duitse bioloog Josef Reichholf die in zijn recente boek Eine kurze Naturgeschichte des letzten Jahrtausends de enorme historische impact van de kleine ijstijd (1450-1850) en de eraan voorafgaande warme periode briljant documenteert.

Gletsjers even lang

Alles verandert omdat alles nu eenmaal verandert. En toch geloven wij klakkeloos dat het klimaat eigenlijk niet zou mogen veranderen.

Reichholf illustreert als evolutiebioloog de enorme flexibiliteit waarmee de natuur met klimaatschommelingen omgaat. De crux van Darwins evolutieleer omschrijft hij als volgt: “Het leven verandert omdat de natuur waarin het bestaat veranderlijk is”. Anders gezegd: alles verandert omdat alles nu eenmaal verandert. Het is het panta rhei van de Griekse filosoof Herakleitos. En toch geloven wij klakkeloos dat het klimaat eigenlijk niet zou mogen veranderen. Gletsjers zouden netjes even lang moeten blijven – terwijl ze in werkelijkheid al eeuwenlang voortdurend aangroeien en afsmelten. Reichholf betoogt dat wij niet alleen vasthouden aan de bovengenoemde achterhaalde catastrofentheorie van Cuvier (1769 - 1832) , maar ook aan het fundamenteel onjuiste ‘onveranderlijke huishouden van natuurlijke kringlopen’ van de grondlegger van de ecologie, de Duitse bioloog Ernst Haeckel (1834 - 1919).

Snelle heen-en-weer-beweging

Planten en dieren zegt het klimaat helemaal niets: zij moeten vandaag overleven in de unieke omstandigheden die alleen vandaag optreden en die nooit op dezelfde manier zullen terugkeren. Hoe onwaarschijnlijk snel natuurlijke populaties zich door natuurlijke selectie aanpassen aan wisselende omstandigheden wordt nergens zo mooi beschreven als in The Beak of the Finch: A Story of Evolution in Our Time van de bioloog Jonathan Weiner. Een paar warme of juist natte zomers zorgen al voor meetbare veranderingen in de populatie. En als de omstandigheden zich omkeren, keert ook de richting van de evolutie zich om. Dat de evolutie van soorten miljoenen jaren vergt, komt niet omdat de evolutie een traag proces is, maar omdat de evolutie doorgaans een snelle heen-en-weer-beweging is.