De nieuwe werkstijl is flex met continuïteit
/3 reacties
Aantrekkelijke werkgever
Inmiddels aangeland in de tweede helft van de jaren negentig, toen de arbeidsmarkt zeer gespannen was en het binnenhalen van talent een issue was, werd het voor een deel van de bedrijven belangrijk om een hip imago te creëren. Voorbeelden kwamen uit de reclamebranche en de dot-combedrijven. De geboden werkomgeving moest aantrekkelijk zijn, met veel leuke extra’s om op onconventionele wijze te kunnen werken. De werkomgeving moest een sfeer oproepen van creativiteit.
Het binden van medewerkers op basis van een werkstijl die past bij de lifestyle werd een belangrijk doel van de werkplekinnovatie. De ondernemers die kozen voor een innovatief kantoor, claimden een verhoogde productiviteit. Onderzoekers konden dit echter niet eenduidig aan het kantoorconcept toeschrijven en tegenstanders kwamen met allerlei bezwaren, die even zovele negatieve effecten op de productiviteit illustreerden. Het bleef een kwestie van geloof in het concept.
Geloof
Voor het eerst wordt de werkomgeving gezien als een middel om te communiceren en mensen uit te dagen
Juist dat geloven werd een belangrijk aspect in de verdere ontwikkeling van kantoorconcepten. Geloof is een krachtig element dat mensen met elkaar verbindt. Het is een keuze. De manier waarop een organisatie zich wil gedragen, bepaalt zij zelf. Dat heeft alles te maken met het gewenste imago, met het zelfbeeld en met de wil om iets op een eigen manier te doen.
Vanuit het besef dat het gaat om een keuze, zijn de aanpakken meer gericht geraakt op het opsporen van de motivatie achter de keuze en de manier waarop die keuze zichtbaar kan worden gemaakt. Voor het eerst wordt de werkomgeving gezien als een middel om te communiceren en mensen uit te dagen. Daarmee is de focus 180 graden gedraaid van kostengedreven naar businessgedreven.
Uitstraling
Als mensen willen laten zien wie ze zijn, bijvoorbeeld in de manier waarop zij zich kleden, blijken ze veel over te hebben voor de aanschaf van een goede outfit. Het gaat niet langer op de prijs-kwaliteitverhouding van het product maar om de met het product verkregen uitstraling. Daarmee zijn wij beland in de belevingseconomie. De consument van vandaag verlangt meer dan een product, hij is bereid te betalen voor een beleving.
In dit licht bezien is het geloof in het concept interessant. Het doet er niet zo veel toe wat de wetenschappelijke onderzoeken uitwijzen. Wat belangrijk is, is het delen van een keuze met ‘geloofsgenoten’. Het behoren tot een gemeenschap waarmee je je stijl van werken deelt en die je ontmoet in omgevingen waarvoor je de voorkeur met elkaar deelt.
Continuïteit van beleving
…als je bijvoorbeeld het gebouw uitgaat. Je neemt je laptop mee, je telefoneert gewoon verder en je verwacht dus ook meer continuïteit in de voorzieningen
Als de beleving een maatstaf wordt, wordt ook de continuïteit van de beleving in de ruimtelijke omgeving belangrijk. De continuïteit van de beleving als je bijvoorbeeld het gebouw uitgaat. Je neemt je laptop mee, je telefoneert gewoon verder en je verwacht dus ook meer continuïteit in de voorzieningen. Je wilt niet buiten het gebouw opeens in een zandstorm belanden in een niemandsland op weg naar je auto.
Dit betekent meer aandacht voor de stedenbouwkundige samenhang tussen gebouwen en meer aandacht voor de voorzieningen in de openbare ruimte.
Ook binnen de gebouwen werkt dit door. De continuïteit van de eigen werkplek, gezamenlijke werkgebieden en de openbare voorzieningen - zoals de koffiemachines, de ontmoetingsplekken, de restaurants en de ontvangstgebieden - wordt steeds belangrijker.
Het zijn de omgevingskwaliteit en de beschikbare voorzieningen die het mogelijk maken om er op een plezierige manier te vertoeven en dus te kunnen werken. De te bieden voorzieningen zijn dan niet ondersteunend aan de functie van het gebouw, maar zijn voorwaardenscheppend. Zij maken de beschikbare ruimtes primair geschikt voor het verblijf van mensen en daardoor voor meerdere functies.













