De nieuwste speeltjes van de geheime dienst /3 reacties

De nieuwste speeltjes van de geheime dienst

De burger is onbetrouwbaar geworden, vinden regeringen. Geen privédomein mag meer onbespied blijven. Gluren, inbreken, snuffelen, liegen, alles in dienst van de “veiligheid van de staat”. Moderne technologie helpt een handje.

Ergens moeten ze zitten, in de geheime kelders en zolders die we kennen uit de films, of juist in dat grijze kantoor op de hoek: de intelligence officers. Tappend, clickend, scannend, filmend, snuffelend, snuivend dat het een lieve lust is. Wie ze zijn, mogen we niet weten: staatsgeheim. Wat ze precies bereiken, komt alleen mondjesmaat in de publiciteit. Meestal na een aanslag of in een andere situatie dat ze hebben gefaald. En dat is logisch: een veiligheidsdienst die te koop gaat lopen met zijn successen, kan zijn handeltje snel opdoeken.

In dienst van vrede en welvaart

Zonder hysterisch te willen doen, is het toch echt wel zo dat de greep die overheden op burgers proberen te krijgen, Big brother-achtige trekken krijgt

De democratische controle op de informatieverzamelaars en de verzamelde informatie blijft beperkt tot een handjevol topambtenaren in binnen- en buitenland en tot de parlementaire comissies van toezicht op de inlichtingendiensten. De leden daarvan weten ook niet wat ze wel en niet voorgeschoteld krijgen en hebben bovendien zwijgplicht.
Niets nieuws onder de zon, zo lijkt het. Veiligheidsdiensten hebben een functie in dienst van vrede en welvaart, en tot de excessen die we nu van de Stasi in het voormalig Oost-Duitsland kennen, zal het hier vast niet komen. Of is dat een te gemakkelijke gedachte?

Bevoegdheden sterk verruimd

De jurist Anton Vedder denkt van wel. Hij schreef mee aan de vorige maand gepubliceerde studie Van privacyparadijs tot controlestaat? (pdf, zie ook kader), dat de nieuwe bevoegdheden en werkwijzen van opsporings- en veiligheidsdiensten nog eens op een rijtje zette. “De afgelopen jaren zijn de opsporingsbevoegdheden van politie, justitie en de veiligheidsdiensten sterk verruimd”, vertelt hij. “Veiligheidsonderzoeken zijn steeds vaker verkennend van karakter, zonder directe aanleiding. En niet alleen personen worden gevolgd, maar steeds vaker potentieel verdachte groepen”.

Uit de studie bleek ook dat opsporingsonderzoek zich steeds vaker uitbreidt tot personen op wie zelf geen verdenking rust, in de omgeving van verdachten. Opsporingsdiensten krijgen daarvoor, zowel juridisch als technisch, steeds meer mogelijkheden om zelfstandig onderzoek te verrichten. De studie richt zich op de situatie in Nederland en wil daar het debat voeden, maar volgens Vedder, die in Leuven wijsbegeerte en geschiedenis studeerde en nu als docent werkt aan de universiteit van Tilburg, zijn er geen wezenlijke verschillen met de situatie in bijvoorbeeld België.

Alle mensen ‘machine readable’

Security of Aircraft in the Future European Environment (SAFEE) is een onderzoek van 36 miljoen euro naar de mogelijkheden om de veiligheid van vliegverkeer te bevorderen. Eén van de plannen in het project heet Optag, waarin wordt onderzocht of tickets van een chip kunnen worden voorzien, zodat ook op luchthavens passagiers kunnen worden gevolgd.

De identificatiechip op het ticket, een toepassing van de zogenaamde rfid-chip, kan tot een afstand van twintig meter worden uitgelezen. Reizigers kunnen zo op een meter nauwkeurig worden gelokaliseerd. De chip stuurt iedere seconde een signaal voor actualisatie. Op het vliegveld van Manchester wordt een prototype van het systeem getest. Paul Brennan van het University College London is het hoofd van Optag. “Als de test voorspoedig verloopt en als de technologie aanslaat, dan zou die binnen twee jaar op grote schaal kunnen worden toegepast”, zei hij bij de lancering.

Rfid-chips zijn programmeerbare elektronische schakelingen van millimeters tot enkele centimeters groot. Die zogenaamde tags zijn voorzien van een unieke digitale code en in staat om een radiosignaal te ontvangen en te verzenden. Op die manier wordt de code uitgewisseld die de drager van de chip identificeert; dat kan een product zijn, maar ook een mens. Omdat het contact via radiosignalen loopt, hoeft de chip niet zichtbaar te zijn.”

Opsporingsdiensten hebben in toenemende mate toegang tot informatie van overige semi-overheidsdiensten die voor andere dan opsporingsdoeleinden is verzameld. Opsporingsdiensten dwingen steeds vaker andere partijen om mee te werken aan onderzoek.” Vedder maakt zich vooral zorgen over de ontwikkelingen die de ‘gewone, niet-verdachte burger’ betreffen. “Politie, justitie en de veiligheidsdiensten maken van de voortschrijdende digitalisering van administraties van overheden en private organisaties gebruik om beter controle te kunnen houden op de samenleving”, concluderen Vedder en zijn collega’s. “Nieuwe technologieën zoals DNA-onderzoek, slimme camera’s, datamining en de koppeling van bestanden helpen hen daarbij.”

Verslaafd aan gadgets

Regeringen zijn verslaafd aan gadgets. Van kleine draadloze microfoons en verborgen signaleringschips tot schotelantennes en satellieten, als het maar hightech is, geen methode wordt onbeproefd gelaten in de strijd tegen de illegaal, de crimineel, de terrorist.
De Europese ministers van Justitie en die van Binnenlandse Zaken willen bijvoorbeeld dat van internetgebruikers centraal wordt vastgelegd met wie zij wanneer en hoe lang via het net contact hebben gehad. De ministers zeggen dat de nieuwe wetgeving onmisbaar is bij het opsporen van illegaal gebruik van het internet, en om netwerkrelaties in kaart te kunnen brengen voor het onderzoek naar terrorismedreiging. “Ook bij incidenten is het van belang om te weten wie met wie belt of mailt, en hoe laat dat was”, zei de Nederlandse minister van Justitie, Piet Hein Donner, en pleitbezorger van de nieuwe regels vorig jaar tijdens een debat. De Europese volksvertegenwoordigers kunnen zich wel vinden in het idee en keurden de richtlijn eind december van vorig jaar goed.