Column/ De sprinkhaan die auto heet /4 reacties

Column: Arno Schrauwers

Foto van de auteur

Taal heeft altijd mijn grote belangstelling gehad, maar ik heb, vanwege een "verkeerde" schoolopleiding, scheikunde gestudeerd. Ik zag me niet in de grote, boze chemie werken en ben toen uit overtuiging wetenschapsjournalist geworden. Wetenschap is te belangrijk om aan wetenschappers over te laten. En spannend genoeg. Het is helaas niet alles goud wat er blinkt...

Gatze Lettinga, een nuchtere Fries met een leerstoel in Wageningen en inmiddels hoogleraar in ruste, zei het zo’n acht jaar geleden tegen me in een vraaggesprek: “Toen ik in Delft studeerde, eind jaren 50 begin ‘60, liep er langs Delft een tweebaansweg. Moet je kijken wat daar nu aan infrastructuur ligt, het heeft geen enkel probleem opgelost.” Het is ondertussen alleen maar erger geworden.

De pavlovreactie op verkeersconstipatie is steeds weer dat er meer asfalt moet komen, terwijl meer asfalt geen enkele oplossing biedt voor het verstoppingsprobleem. CDA-Kamerlid Ger Koopmans was diep teleurgesteld toen de zoveelste commissie (nu onder aanvoering van Elverding) met een rapport kwam dat beloofde ons verkeersinfarct op te lossen (althans dat was de bedoeling): “Dat rapport ruikt niet naar asfalt.”
Die Koopmans is gek geworden, denk ik dan. Dat heef hij dan gemeen met een groot deel van weldenkend Nederland.

Half leeg

Waar hebben we het over? Er komen steeds meer auto’s. Nu al zo’n acht miljoen. Dat betekent dat we in Nederland met zijn allen in de auto kunnen stappen en dat die dan nog meer dan half leeg is. We zullen dan niet hard vooruitkomen, maar daar gaat het nu even niet over.
Dan rijden we ook nog eens steeds meer autokilometers: in 1985 62,7 miljard (van de 144 miljard) naar 95 miljard (van de 194 miljard) in 2005. Daar moet bij bedacht worden dat in dat totale aantal ook de autopassagierskilometers zitten (resp. 44 en 54 miljard).

Rendement

Terwijl Koopmans vindt dat de aanbodkant (de hoeveelheid beschikbare wegen) tekortschiet, zou je natuurlijk met verve het tegenovergestelde kunnen beweren: de auto wordt veel te veel en veel te inefficiënt gebruikt. De gemiddelde bezetting van een auto is, berekend uit bovenstaande cijfers, iets in de orde van 1,5. Dat betekent dat het overgrote deel van de auto’s voor tweederde leeg rondrijdt. Ik woon zelf midden in Amsterdam. Ruw geschat komt 80 procent van de mensen in mijn straatje zelden of nooit op eigen kracht de straat uit.

En die auto is ook nog eens extreem energieonzuinig. Om aan de mobiliteitsbehoefte van anderhalve burger te voldoen moet zo’n 1000 kilo voertuig in gang gehouden worden door kostbare fossiele brandstoffen. Het totale rendement van die auto, gerekend in de energieinhoud van ruwe olie die, zeg, in Saoedi-Arabië uit de grond wordt gehaald ten opzichte van de uiteindelijke energieinhoud van de gerealiseerde beweging, ligt ergens rond de 1 procent.

Mislukkingen

Een auto is technisch gezien geen oplossing van welk probleem dan ook, alleen is hij een eerste levensbehoefte geworden

Het blad De Ingenieur heeft ooit eens de mislukkingen in de geschiedenis van de techniek op een rijtje gezet. Daarin was een prominente plaats ingeruimd voor de auto. Als hij naar de technische prestatie van een auto kijkt, kan het ook niet anders of de tranen moeten de oprechte vernufteling spontaan in de ogen springen.
Een auto is technisch gezien geen oplossing van welk probleem dan ook, maar voor vele mensen is een auto een eerste levensbehoefte (geworden). Zonder zouden ze niet weten hoe ze van A naar B zouden moeten komen.

Gekruisigd

Als de auto in het geding is, is de ratio zoek. Sarkozy, geen vriend van me, heeft een paar maanden geleden aangekondigd dat er in Frankrijk geen wegen meer bij zullen komen. En Frankrijk heeft heel wat meer ruimte voor extra asfalt dan het dichtbevolkte Nederland. Of hij zijn woord gestand doet, weet ik natuurlijk niet, maar de gedachte alleen al verdient lof. Meer weg levert niks op.
Als iemand in Nederland zo’n verstandige opmerking zou maken, dan zou hij/zij meteen gekruisigd worden. Het fileprobleem brengt grote schade aan onze economie, is dan de stelling. Wie brengt nou schade waaraan?, vraag ik me dan altijd af. Zijn dat die mensen die elke dag weer hardnekkig in de file gaan staan en daarmee kostbare arbeidstijd verkwisten? Of die daarmee een obstakel worden voor het beroepsvervoer?
Dan zwijg ik, in rookvrij Nederland, nog maar even over de milieuschade.

Sprinkhanen

Eén auto in een leeg landschap kan zo zijn nut hebben; een energieonzuinig nut, maar alla. Maar het is met auto’s als met sprinkhanen. Eén zo’n beestje is leuk, maar we weten ook wat er gebeurt als er iets te veel van die leuke beestjes komen. Dan gaan we ze bestrijden met de giftigste insecticiden die we in huis hebben. Misschien is dat ballonnetje van Elco Brinkman om de boel maar gierend vast te laten lopen, zo gek nog niet (al denk ik dat hij er als vertegenwoordiger van (weg)bouwend Nederland een ander idee bij heeft dan ik). Even stilstaan bij onze irrationaliteit.

Ik doe Eurlings een ideetje aan de hand. Zo’n kilometerheffing is een stapje op de weg naar de terugkeer van het gezonde verstand. Maar belast niet de kilometers, maar de legestoelenkilometers. Dat tikt meer aan dan dat asfalt van Koopmans of Brinkman. Als hij dan wel belooft dat hij de opbrengst niet in meer asfalt steekt (zoals nu het plan is).