Delen en samenwerken met web 2.0 /2 reacties

Zakelijk en privégebruik

Ook het (klein)zakelijk gebruik van internet neemt toe. Internet biedt een goede vervanging voor bedrijfsnetwerken. E-mail, een agenda, een adresboek en het delen van documenten met collega’s en samenwerkingspartners, kan ook via op het web gebaseerde toepassingen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de vele toepassingen van Google, het delen van projectinformatie op BaseCamp, of het beheren van je relatienetwerk op LinkedIn.

Privé maken mensen vooral veel gebruik van sociale platforms. Het gaat dan niet alleen om mail en een agenda, maar om het delen (online beschikbaar stellen voor een groep van vrienden) van bijvoorbeeld foto’s en video’s, of het bekijken van persoonlijke profielen. Op Hyves of Facebook houden veel Nederlanders bij wie hun vrienden zijn.

Op basis van Google Maps kan geografische informatie worden toegevoegd aan deze informatie. Op Flickr krijgen foto’s opeens een plaats op de wereld en wordt zichtbaar wie er nog meer een foto op die plek hebben genomen. Een ander voorbeeld van het gebruik van geografische informatie is Plazes, een soort navigatiesysteem om te zien waar je contacten zich bevinden, zodat je met ze kunt afspreken. Via sites als Plazes kun je aangeven waar je je bevindt en aan de hand van die informatie krijg je te zien welke van je contacten daar in de buurt zijn.

Web 2.0 gaat dus over het delen van dingen die belangrijk voor je zijn. Door het delen van informatie worden relaties gelegd en kunnen mensen met elkaar in contact komen en blijven, ongeacht de plaats waar zij zich bevinden. Dankzij de geografische informatie wordt ook de verbinding gelegd met de fysieke omgeving. Waar bijvoorbeeld Second Life een soort tweede leven is dat zich geheel in de virtuele wereld afspeelt, is de geografische informatie juist verbonden met de werkelijkheid om je heen.

Verwachtingen

Door het vertrouwd raken met de mogelijkheden van web 2.0 ontstaat bij gebruikers een ander beeld van de realiteit. Het delen van informatie, het vertrouwen op informatie van anderen die je vertrouwt omdat ze tot je netwerk behoren, het ontvangen van informatie op basis van voorkeuren die je verstrekt hebt of die automatisch worden bepaald, zoals je zoekgedrag of je locatie via mobieltje: het zijn allemaal ingrediënten van een nieuwe werkelijkheid. Deze nieuwe werkelijkheid bepaalt hoe je omgaat met de fysieke omgeving, bijvoorbeeld de keuze waar je op een bepaald moment gaat werken. Wanneer stuur je iemand een mailtje, wanneer chat je en wanneer stap je in je auto om iemand op te zoeken? Om met Negroponte te spreken: Wanneer verplaats je bits en wanneer atomen?

Doordat het concept van web 2.0 voor steeds meer mensen echt begint te werken, wordt het een manier van denken. Vooral degenen die op hun werk veel met de computer werken, zullen die manier van denken willen doorzetten in hun manier van werken.

Je zou kunnen stellen dat web 2.0 een geweldig hulpmiddel is in het veranderproces dat nodig is bij het invoeren van flexibele kantoorconcepten. Maar in feite is het andersom. Flexibele kantoorconcepten zijn altijd al gebaseerd geweest op de mogelijkheden van ICT. Al jaren is er sprake van een zogenaamde technology push. Doordat vooruitziende (facility-)managers de flexible kantoorconcepten wilden implementeren voordat de werknemers vertrouwd waren met de nieuwe manier van werken, was er uitgebreide aandacht nodig voor het veranderproces. Tegenwoordig verschuift het veranderproces steeds meer naar het helpen bij het vertalen van de web 2.0-concepten naar de fysieke omgeving.