Delfi-C3: grote satelliet opknippen in kleinere exemplaren /1 reactie

Zendamateurs

Andere deelnemers

In Eindhoven staat een tweede back-up grondstation, naast dat in Delft, dat eveneens de data die de satelliet uitzendt kan ontvangen. Om contact met de aarde te hebben is speciaal voor het experiment een radiozender gebouwd van negen bij negen centimeter, wat klein is voor een radiozender van een satelliet.
Delfi-C3 heeft maar een zendvermogen beschikbaar van 0.4 Watt. Om daarmee over 2000 kilometer informatie te verzenden is nieuwe, kleinschalige technologie ontwikkeld.
Dit jaar wordt ook het Delft Ruimtevaart Centrum opgericht, dat de spil moet worden van het lanceren en bouwen van toekomstige nanosatellieten in Nederland. De faculteiten EWI, L&R, 3mE en Technische Natuurwetenschappen slaan daarvoor de handen ineen. In de komende jaren zullen opnieuw studentensatellieten gebouwd worden. Tot 2011 in ieder geval nog twee.

Vanuit het grondstation op de 22e verdieping van het gebouw van EWI zal de Delfi-C3 worden gevolgd. Iedere dag komt de satelliet zes keer over, waarvan drie keer overdag. Dat zijn de momenten dat de data naar de aarde verstuurd kan worden omdat er voldoende zonlicht is om de satelliet van energie te voorzien. In tien minuten vliegt de satelliet over. Iedere seconde kan de satelliet een pakketje nieuwe data van 1200 bits versturen.

Om ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk informatie over het functioneren van de satelliet en testgegevens van Thin Film Solar Cell Experiment en het Autonomous Wireless Sun Sensor Experiment wordt doorgegeven, is een wereldwijd netwerk van zendamateurs gevraagd mee te luisteren. De zendamateurs hebben voor het experiment een frequentie beschikbaar gesteld die door Delfi-C3 gebruikt kan worden in de drie maanden van de experimenten. In ruil hiervoor mogen de zendamateurs Delfi-C3 na afloop blijven gebruiken om met elkaar wereldwijd te communiceren.

Praktijk

Picosatelliet

De picosatellietstandaard van Twiggs is speciaal ontwikkeld voor studenten, maar bleek al snel een nuttige vondst. Voor het eerst drong het besef door dat je in plaats van met één grote satelliet net zo goed kunt werken met een serie kleine, samenwerkende, gespecialiseerde satellieten. Het voordeel is dat je deze sneller kunt ontwerpen en bouwen. Verder zijn ze goedkoper. Een ander, indirect voordeel, is dat het kleine formaat de creativiteit stimuleert. Het idee dat nu ook studenten aan satellieten konden bouwen, bleef overeind.
De eerste pico- en nanosatellieten zijn gelanceerd in Amerika en Japan. Inmiddels doet Delft mee op het hoogste niveau. Pico-, nano- en microsatellieten worden gebouwd op wel zestig plaatsen in de wereld, en niet alleen universiteiten.

Een succesvolle strategie om studenten sneller met de praktijk te laten kennismaken en om ze al in de studie het besef mee te geven dat onderzoek een maatschappelijke functie heeft, is te werken met industriële partners van buiten de universiteit aan concrete, kleinschalige, opdrachten. Delfi-C3 is een dergelijk project. Zo’n zestig studenten hebben ruim twee jaar gewerkt aan de realisatie van het ontwerp en de bouw van het nanosatelliet-project. Daar zijn studenten EWI bij en van L&R, maar ook van een aantal hogescholen.

Studentensatelliet

Het toegepaste studentenonderzoek van de Delfi-C3 is er niet zomaar gekomen. Lange tijd bleek bij het opstellen van de begroting dat de kosten van een satelliet te hoog bleven. Nieuwe satellietontwerpen wogen vaak nog steeds dertig kilo, en dat was veel te om te laten lanceren.
Met de ontwikkeling van het CubeSat concept, door de Amerikaan Bob Twiggs van Stanford University, kwam de studentensatelliet in beeld. Een CubeSat is een kubusvormige satelliet van duizend kubieke centimeter, gebouwd aan verschillende universiteiten. Slimme constructies brengen het gewicht terug tot een kilo, het maximum gewicht van een picosatelliet.

ISIS

ISISDat het meewerken aan studentenproject met professionele toepassing een leerzaam onderdeel van een studie kan zijn, weten vijf studenten luchtvaart- en ruimtevaarttechniek. Zij deden mee met de opstartfase van Delfi C3 en zijn daarna, begin 2006, een ruimtevaartbedrijf gestart. De studenten wonnen in december 2005 de ondernemingsplanwedstrijd ‘New Venture’ en gebruikten het businessplan dat ze daarvoor moesten opstellen om hun bedrijf te starten.

Met hun bedrijf Innovative Solutions In Space (ISIS) willen de ingenieurs voor Europese universiteiten en bedrijven producten gaan testen in de ruimte. Hiervoor zullen ze gebruik gaan maken van de nanosatellieten zoals die zijn ontwikkeld voor het Delfi-programma. Door met kleine satellieten te werken die een korte ontwikkeltijd hebben, kan ISIS concurrerend zijn. “Het zijn satellieten die niet zwaarder zijn dan tien kilo en die kunnen meeliften met een lancering van een grotere satelliet,” verklaart Wouter Jan Ubbels, een van de ondernemers.
De TU Delft is blij met het initiatief van de studenten. Via de Delft Business Incubator stimuleert de universiteit afgestudeerden die een onderneming willen starten. ISIS is inmiddels in gesprek met de eerste opdrachtgevers.

Reageren via Facebook

Over Marco van Kerkhoven

Marco van Kerkhoven is bioloog, journalist en onderzoeker bij het Kenniscentrum Communicatie en Journalistiek van Hogeschool Utrecht. Hij doet promotieonderzoek naar nieuwe media businessmodellen.



SYNC is het innovatieblog van
← Terug naar MT