'Dit kabinet voert helemaal geen innovatiebeleid' /2 reacties

Het is een illusie om te denken dat je kunt kiezen waar de belangrijkste innovaties zich de komende jaren gaan afspelen, zoals het Innovatieplatform met zijn sleutelgebieden suggereert. Dat vindt Bart Nooteboom, hoogleraar innovatiebeleid aan de Universiteit van Tilburg en lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), waar hij zich bezig houdt met de positie en toekomst van de Nederlandse economie.

‘Er zijn verschillende stadia van innovatie’, zegt Nooteboom. ‘Het eerste stadium is radikaal, niet voorspelbaar, en vindt overal plaats. Laat ik een voorbeeld geven: niemand denkt op dit moment dat we groot moeten inzetten op scheepsbouw, maar er is wel een heel innovatief deelgebied, namelijk baggerschepen. Daarin geldt Nederland wereldwijd als vooruitstrevend. Je kunt niet kiezen waar dit soort innovatie zich afspeelt.’

Het tweede stadium begint als toepassing in zicht komt. Dan blijken er obstakels te zijn, bijvoorbeeld kinderziektes in de vondst, gebrek aan mensen met de juiste opleiding of te weinig kapitaal om de vondst uit te ontwikkelen. Eigenlijk is dat het moment waarop beleidsmakers gaan kiezen wat ze verder gaan ondersteunen. Nooteboom: ‘Natuurlijk zijn er goede argumenten om dit te doen, maar expliciteer die dan ook. Zeg niet dat je innovatie aan het bevorderen bent.’

Nooteboom laat zich ook kritisch uit over het innovatiebeleid van het kabinet Balkenende. Het paradepaardje van het Innovatieplatform, de sleutelgebieden, doet hem teveel denken aan de speerpunten die de commissie Wagner in 1981 opstelde. Die commissie, bestaand uit vertegenwoordigers van het bedrijfsleven, identificeerde eerst zeven, toen veertien, toen twintig speerpunten, waarna het beleid verzandde.

Chili

Wat het kabinet voert, is helemaal geen innovatiebeleid, betoogt Nooteboom. Het is industriebeleid. Alleen is die term besmet geraakt, met name door de RSV-affaire, waarbij de gelijknamige scheepswerf ondanks enorme staatssteun alsnog onderuit ging. Daarom wordt het innovatiebeleid genoemd. Maar het gaat wel degelijk om het stimuleren van bepaalde sectoren van de industrie. Het Innovatieplatform heeft er vier bovenaan het lijstje staan (water, bloemen, chemie en creatieve industrie), maar wil binnenkort een vijfde toevoegen: verzekeringen en pensioenen.

‘Als econoom zeg ik: het impliciete idee achter sleutelgebieden is schaal. Onderzoek moet binnen Nederland een bepaalde omvang hebben om relevant te zijn. Ik heb daar mijn twijfels bij. Op de schaalvergroting in het onderwijs zijn we alweer aan het terugkomen. Bovendien geldt voor onderzoek vandaag de dag dat het veld wereldwijd is. Je werkt net zo makkelijk samen met iemand in de VS als in Nederland.’

‘In de bèta- en techniekwetenschappen kan ik me voorstellen dat dure installaties alleen rendabel zijn als je ze op grote schaal benut. Dat argument snap ik, al hoeven die installaties helemaal niet in Nederland te staan; Nederlandse astronomen observeren net zo makkelijk in Chili en deeltjeswetenschappers gaan naar Genève. Maar gebruik dat argument dan ook. Zeg niet dat je de meest kansrijke gebieden voor innovaties hebt aangewezen. Dat weet je namelijk niet.’