Economieminister Verhagen wil 'naar de top' /1 reactie

Economieminister Verhagen wil

Om Nederland in de top vijf van kenniseconomieën te brengen, is een innovatief bedrijvenbeleid nodig. Afgelopen vrijdag stuurde minister Maxime Verhagen (EL&I) de hoofdlijnen van het nieuwe bedrijvenbeleid in een brief naar de Tweede Kamer. De brief geeft de hoofdlijnen weer van de innovatieplannen voor het bedrijfsleven. Voor de zomer verschijnt de Bedrijfslevennota, waarin het beleid verder wordt ingevuld.

Waarom innovatie?

Nederland, zo betoogde Verhagen in Buitenhof, is ondanks alle subsidies een middenmoter op het gebied van innovatie. En dat moet anders. Vandaar deze wijziging van strategie en het nieuwe bedrijvenbeleid. Maar we zijn niet de enigen die beter willen innoveren.

Innovatie wordt wereldwijd gezien als de manier om de concurrentiepositie te versterken of op zijn minst te behouden (als iedereen gaat innoveren blijft het saldo per definitie gelijk). Europa is bezig met de Innovation Union, een van de zeven pijlers van Europa 2020. In zijn State of the Union beklemtoonde Barack Obama het belang van innovatie voor de Verenigde Staten, die zich zorgen maken over de innovatieve capaciteit. Een mooi voorbeeld is Startup America.

Ondanks al deze inspanning zullen Azië en Latijns Amerika, zo zijn de verwachtingen, hun positie op de wereldmarkt versterken. Wat je daarvan gaat merken zijn bijvoorbeeld investeringen in en overnames van Nederlandse bedrijven door Chinese bedrijven. En Chinese merken wit- en bruingoed in de winkels zoals Haier, Lenovo, Hisense enzovoort.

Veranderingen in de wereldmarkt

Innovatie maakt ons niet immuun voor de veranderingen in de wereldmarkt en de opkomst van genoemde regio’s en landen. Ook als Nederland de gewenste topvijfpositie in de Global Competitiveness Index van het World Economic Forum krijgt, merken we dat onze markt en producten en diensten zullen veranderen. Wat het (hopelijk) wel gaat doen is dat we een betere positie hebben om ons aan te passen aan de nieuwe situatie.

In drie stappen naar het bedrijvenbeleid

Het ministerie verwoordt het als volgt:

1. Globalisatie biedt kansen aan het Nederlandse bedrijfsleven.

Het brengt ook maatschappelijke uitdagingen met zich mee, mits de bakens worden verzet naar een bedrijfslevenbeleid. Het nieuwe bedrijfslevenbeleid wordt als volgt omschreven:

2. Een sectorale aanpak met meer vraagsturing uit het bedrijfsleven.

Daaruit vloeit voort: minder specifieke subsidies en meer generieke lastenverlichting en meer ruimte voor de ondernemer. Als je dit vertaalt naar de impact voor het bedrijfsleven komt dat neer op:

3. Een focus op negen topsectoren waar we een sterke markt- en exportpositie hebben.

Concreet zijn dit Agro-Food, Tuinbouw en uitgangsmaterialen, High Tech materialen en systemen, Energie, Logistiek, Creatieve Industrie, Life-sciences, Chemie en Water (deze topsectoren hebben trouwens ook vaak een regionale binding zoals onder andere Foodvalley, Schiphol en Rotterdam).

Daarnaast is een belangrijke activiteit het in kaart brengen van de knelpunten en kansen (de actieagenda) voor iedere topsector. Dit gebeurt door een zogenaamd topteam per sector met vertegenwoordigers van de overheid, ondernemers en onderzoekers. Deze agenda moet niet alleen de speerpunten van de sector bevatten, maar ook andere instrumenten als de aanpak van regeldruk.

Voor deze negen topsectoren komt ongeveer €1,5 mld beschikbaar. De topteams kunnen voorstellen indienen voor de besteding van deze gelden, ze hebben geen eigen budget. De administratie- en regeldruk gaan omlaag. In overleg met het bedrijfsleven wordt dit vormgegeven. Niet meer regels om regels te hebben, maar doelmatigheid staat voorop. Ook zullen bedrijven die zich ‘netjes’ gedragen het vertrouwen van de overheid verdienen (en minder vaak rijksinspecties over de vloer krijgen).

De lasten voor het innoverende bedrijfsleven gaan omlaag door vennootschapsbelasting verlaging (innovatiebox) en de verruiming van de WBSO. Het innovatiefonds wordt een zogenoemd resolverend fonds waarbij succesvolle innovaties de bijdrage teruggeven om ten goede te komen aan nieuwe innovaties.

Valorisatie (het omzetten van kennis naar producten en diensten) krijgt ook een stimulans volgens de plannen. Als mogelijk voorbeeld wordt genoemd het tegen no cure- no pay beschikbaar stellen van op de plank liggende octrooien aan (jonge) ondernemers. Ook wordt uitgezocht op welke manier onderzoekers en wetenschappers meer zijn te prikkelen met betrekking tot valorisatie.