Een andere wetenschappelijke blik op klimaatveranderingen /19 reacties

9 | Waar blijven de orkanen?

Orkaan Katrina onderweg naar New Orleans. (beeld: NOAA)Sinds de ramp in New Orleans als gevolg van orkaan Katrina woedt er in Amerika een hevig debat over de vraag of er meer of krachtigere orkanen zullen komen door de opwarming van de aarde. Dat debat is nog onbeslist.

Na de zeer actieve orkaanjaren 2004 en 2005 voorspelden onderzoekers van de Colorado State University (waaronder de beroemde orkaanvoorspeller William Gray) dat ook 2006 en 2007 zeer actieve jaren zouden worden. Die voorspelling kwam echter niet uit. Het was zelfs opvallend rustig.

grafiek: Karin Schwandt InfographicsGemeten naar de ‘geaccumuleerde cycloonenergie’-index, een maat voor de intensiteit van orkaanseizoenen, scoorde het jaar 2007 zelfs historisch laag. De laatste vijftig jaar waren alleen 1973, 1974 en 1977 rustiger.

Met zulke grote verschillen tussen de orkaanseizoenen is het lastig iets te weten te komen over langjarige veranderingen. Volgens de huidige stand van kennis kan het aantal orkanen in een warmer klimaat zowel toe- als afnemen.
Critici wijzen er intussen op dat het vooral de alarmerende artikelen zijn die de aandacht krijgen. Politicoloog Roger Pielke jr constateerde op zijn weblog Prometheus dat een vakpublicatie over orkanen in juli 2007 in twee dagen tijd 79 nieuwsartikelen opleverde, terwijl een artikel over hetzelfde onderwerp in topblad Nature een paar maanden later slechts drie berichten genereerde. Het eerste artikel constateerde dat de opwarming van de aarde meer en krachtiger orkanen zal opleveren; het tweede juist het tegenovergestelde.

10 | Waarom warmt de aarde niet op volgens het boekje?

beeld: Space RitualVolgens de klimaatmodellen moet de opwarming van de wereld ongelijkmatig verlopen. Aan de polen zou het oppervlak sneller moeten opwarmen dan de luchtlagen erboven en in de tropen zou je juist het omgekeerde moeten zien. Daar zou door de hoge mate van convectie – warme, opstijgende lucht – de troposfeer juist meer moeten opwarmen dan het aardoppervlak. In de tropen neemt vochtige lucht immers veel energie mee omhoog, die hoog in de lucht weer vrijkomt bij condensatie.

David Douglass van de universiteit van Rochester publiceerde echter onlangs een artikel in het International Journal of Climatology waaruit duidelijk blijkt dat de metingen niet overeen komen met de verwachtingen (zie ook: ‘Alarm, de tropen zijn te koel’, NWT januari 2008).
bron: International Journal of ClimatologyOp vrijwel alle hoogtes laten de observaties in de tropen aanzienlijk minder opwarming zien dan de modellen voorspellen (zie grafiek). In een begeleidend persbericht is Douglass duidelijk over wat hem betreft de conclusie moet zijn: “De waargenomen opwarming laat over de afgelopen 25 jaar niet de karakteristieke vingerafdruk zien die hoort bij het versterkte broeikaseffect.”

Aan de polen, waar de troposfeer juist langzamer hoort op te warmen dan het aardoppervlak, kloppen de metingen ook niet met de voorspellingen. De Deen Rune Graversen stelde in januari in Nature vast dat de opwarming in het Arctisch gebied met name ‘s zomers op een paar kilometer hoogte veel groter is dan aan het aardoppervlak. Wellicht komt dat doordat er de laatste decennia meer transport is van warme lucht van lagere naar hogere breedtegraden.
“We weten gewoon niet of dit natuurlijke variabiliteit is, of antropogene opwarming”, zei Graversen onlangs tijdens een bijeenkomst bij het KNMI.

Minder moeite met de term ‘natuurlijke variabiliteit’ heeft Suzan Lozier van Duke University, die in dezelfde week als Graversen een artikel publiceerde op de website van Science.
Volgens Lozier worden veel uitschieters veroorzaakt door variaties in de Noord-Atlantische Oscillatie, het atmosferische drukverschil tussen IJsland en de Azoren. “De boodschap is dat de Noord-Atlantische Oscillatie leidt tot sterke natuurlijke variabiliteit”, aldus Lozier in een begeleidend nieuwsbericht. “Het is te vroeg om regionale patronen van warmtetoename aan het broeikaseffect toe te schrijven.”

Het is overigens al langer bekend dat diezelfde natuurlijke variaties gedurende de twintigste eeuw voor een aanzienlijke opwarming in grote delen van (noordelijke) Siberië hebben veroorzaakt.