Een huis is meer dan een dak boven je hoofd /1 reactie

Een huis is meer dan een dak boven je hoofd

Interieurarchitect Martin Pot vraagt zich af wat nog als thuis wordt ervaren, als je al op de plek waar je woont direct en indirect wordt beïnvloed door zaken waar je geen grip op hebt. Maar geen angst, een hek of tuin is niet nodig.

Sedert decennia staat in mijn boekenkast het grootformaat Shelter, een Amerikaanse uitgave van Shelter Publications uit 1973. Dit boek bevat een schat aan, grotendeels zwartwit foto’ s, tekeningen, schetsen en zo meer vanuit de gehele wereld, die allen één ding gemeen hebben: hoe leeft de mens, hoe bouwt de mens, zichzelf een onderkomen, een shelter. De nadruk ligt duidelijk op ambachtelijkheid, zoals het colofon aangeeft: “gathering information on hand-built housing”.

Mede vanuit deze achtergrond gezien is het duidelijk dat door vrijwel het gehele boek heen het wonen wordt opgevat als het zich toe-eigenen van een plek, het in bezit nemen van een ruimte door allereerst deze – door te bouwen - te onttrekken aan de natuurlijke ruimte en tenslotte deze ruimte ons eigen te maken, in te richten, te personaliseren. Ter vergelijk: in de huizen van Le Corbusier is deze persoonlijke relatie er vrijwel niet: “de bewoner is/wordt een bezoeker, een toeschouwer, een fotograaf, een toerist”.

In de inleiding van Shelter wordt het volgende opgemerkt: It is about shelter, which is more than a roof overhead. Daarnaast is het opvallend dat de term architectuur in het boek vrijwel niet voorkomt. Heidegger noemde het wonen het onderscheid tussen de beschermde en onbeschermde sfeer. De Duitse filosoof Peter Sloterdijk vraagt zich af: waar zijn we echt, wanneer we menen (..) thuis te zijn?”

Waar zijn we echt, wanneer we menen (..) thuis te zijn?

In toenemende mate is met name deze laatste vraag relevant: wanneer een virtuele wereld zich opdringt, wanneer de werkelijke wereld steeds ‘kleiner’ wordt, wanneer bevolkingsgroepen zich (willen) afzonderen achter eigen muren met een toegangshek, wanneer door de vergrijzing groepen ouderen geen deel meer uitmaken van de samenleving en in hun eigen verzorgende ‘thuis’ terechtkomen: hoe benoemen wij dan de directe leefomgeving en wat is de invloed hiervan op ons, op ons handelen, op ons wonen?