Gebouw van de toekomst vraagt groen denken, bouwen en gebruiken /1 reactie

Het Nieuwe Werken

In de tijd dat werkplekken steeds vaker onbenut bleven als gevolg van de opkomst van het deeltijdwerken en het werken in projecten, ontstond het nieuwe werken. Het delen van werkplekken werd in eerste instantie gezien als middel om ruimte en kosten te besparen. Later kwamen vooral de kwalitatieve aspecten in beeld, zoals flexibiteit, het delen van kennis en het bevorderen van samenwerking. Dankzij de ICT werd het mogelijk om op elk tijdstip op elke plaats te kunnen (samen)werken.

Deze nieuwe realiteit waarin het gebruik van sociale software een steeds grotere rol begint te spelen, bepaalt hoe wij omgaan met de fysieke omgeving. Bijvoorbeeld in de keuze van de plek waar je op een bepaald moment gaat werken. Of bij de afweging wanneer je iemand belt, een mailtje stuurt, of in de auto stapt om iemand op te zoeken. Wanneer verplaats je bits en wanneer atomen?

Long life – loose fit

In de meeste organisaties is het nog steeds de gewoonte dat medewerkers worden gehuisvest. Dat doen ze niet zelf, dat doet de facility manager. Daartoe wordt de huidige manier van werken geanalyseerd en wordt er een “afbeelding” van de werkpatronen vastgelegd als blauwdruk voor het kantoor.

Figuur1.	Functioneel huisvesten onder het motto: „Form Follows Function”

Maar vormen de werkprocessen nog wel een goede basis voor het ontwerpen van een duurzame werkomgeving? De meeste werkprocessen worden gedigitaliseerd en daarmee steeds minder afhankelijk van de ruimte en tijd. Als je de te verwerken informatie overal en altijd via het netwerk kunt bereiken, is de plaats waar je dat doet niet belangrijk meer. De collega’s waarmee je moet samenwerken kun je via datzelfde netwerk ook bereiken en samenwerken kan ook virtueel.

Bij het nieuwe werken wordt de dynamiek van de activiteiten opgevangen in het gedrag van de werkers zelf. De medewerker zoekt op elk moment de plek die het beste past bij de activiteiten en de behoeft aan contact met de collega’s en anderen.

Figuur2.  	Duurzaam huisvesten volgens het motto: „Long Life, Loose Fit”

Voor de huisvesting betekent dit, dat niet de functie van het te realiseren object (gebouw of product) bepalend is voor het ontwerp, maar het functioneren als deel van het grotere geheel (long life). De inrichting van een kantoorgebouw wordt gebaseerd op de mogelijkheden die het gebouw en de directe omgeving bieden. Het interieur zorgt ervoor dat de potentiële (gebruiks)kwaliteit van het gebouw maximaal tot zijn recht komt. Aan de stille kant van het gebouw worden rustige plekken gemaakt, direct bij de toegangen tot de vloeren worden ontmoetingsplekken gesitueerd en aan de zonzijde worden plekken gemaakt die het licht maximaal benutten. Zo worden de “natuurlijke” kwaliteiten gemaximaliseerd.

De dynamiek wordt verlegd van het aanpassen van gebouw en inrichting, naar het aanpassen van het gedrag van mens en organisatie (loose fit). Op deze manier wordt het meest effectief gebruik gemaakt van de beschikbare ruimte, materialen en energie.

Adhocisme

Waar het functionalisme ervan uitgaat dat de omgeving gemaakt kan/moet worden op basis van onderzoek naar de te vervullen functie, gaat het adhocisme ervan uit dat de werkpatronen het gevolg zijn van de confrontatie van de menselijke creativiteit met een gegeven omgeving. De mens ziet mogelijkheden in zijn omgeving en maakt er gebruik van. Door uit te gaan van de mogelijkheden van de omgeving ligt het voor de hand dat er ook respectvoller met de omgeving wordt omgegaan.

“Het Nieuwe Werken” leidt tot twee bewegingen die aan elkaar gekoppeld moeten worden. De verkregen vrijheid om zelf te bepalen welke plekken we willen gebruiken om te werken en te leven en de noodzaak om de mogelijkheden van de omgeving in de context van het grotere geheel te leren zien alvorens er op in te grijpen. Want als de toegenomen vrijheid zou betekenen dat we ons zonder respect voor de omgeving overal gaan nestelen, of ongelimiteerd gaan verplaatsen, dan zal “Het Nieuwe Werken” niet in een duurzame toekomst passen. Wanneer de verworven bewegingsvrijheid echter wordt gebruikt om groene werkpatronen te ontwikkelen, dan kunnen organisaties tegelijkertijd hun effectiviteit en flexibiliteit vergroten en hun ecologische footprint verkleinen, zonder dat dit leidt tot verhoging van de kosten.

De driedeling van groen denken, groen bouwen en groen gebruiken maakt duidelijk, dat het niet nodig is om te wachten tot een moment van nieuwbouw om alvast zinvolle maatregelen te kunnen treffen om als organisatie meer duurzaam te gaan werken.

Reageren via Facebook

Reacties

Over Michel Mooij

Michel Mooij (1954) studeerde bouwkunde aan de TU Delft en doceerde aan de Academie van Bouwkunst te Groningen en aan de Haagse Hogeschool. In 1997 richtte hij zijn eigen adviesbureau op en sindsdien ondersteunt hij als (project-/interim) manager en architect/consultant organisaties bij het realiseren van een optimaal samenspel van bedrijfsstrategie, werkstijl en vastgoed.
Hij regelmatig op als spreker op congressen en auteur in de vakbladen.
Michel Mooij.