Gebruik sociale media werknemer is nooit prive /1 reactie

Gebruik sociale media werknemer is nooit prive

Het internet en met name de opkomst van sociale media heeft mensen een laagdrempelig podium gegeven om hun mening te geven. Op Twitter, Facebook, websites en fora geven mensen (onverbloemd) hun mening. Maar is mijn mening alleen nog mijn persoonlijke mening of is dit indirect ook de mening van mijn werkgever?

Ken je Koos Postema nog? De presentator en televisiepersoonlijkheid was bekend van programma’s als ‘Een Groot Uur U’ en ‘Langs de Lijn’. Koos was een Bekende Nederlander, een Zeer Bekende Nederlander zelfs. Zo bekend dat een reclame met Koos voor de Postbank van de buis werd gehaald omdat men (met name de andere banken, maar zij werden gesteund door de ReclameRaad) vond dat Koos Postema zijn bij de omroep opgebouwde ‘betrouwbaarheid’ misbruikte om producten voor de Postbank aan te prijzen. Koos praat dus niet alleen namens Koos, maar vooral namens de ‘betrouwbare’ Koos Postema. De twee zijn niet meer los van elkaar te zien.

Monddood?

Er zijn meer mensen die hun mening voor zich moeten houden. Onze vorstin bijvoorbeeld, die in het openbaar niets mag zeggen over de actualiteit en niet zomaar haar mening kan geven over politieke stromingen. Het koningshuis heeft een bijzondere positie, maar heeft misschien nog wel de meeste last van de verstrengeling van rol en individu.

Ook ministers en staatsecretarissen moeten met één stem praten: de stem van het kabinet. Piet Hein Donner was in februari op televisie bij het programma ‘Moraalridders’ en werd door Andries Knevel en Tijs van de Brink geïnterviewd. Op de vraag of het christendom hoogstaander is dan de islam antwoordde hij dat hij daar als minister geen mening over heeft. Van de Brink vroeg daarop wat Donner er van vond ‘als mens’. De reactie van Donner was duidelijk: “Als minister heb je alleen maar een ambtelijke mening”.

Dit voorbeeld toont niet alleen aan dat de eenheid in het kabinet moet worden bewaard, maar ook dat kabinetsleden (in dit geval Donner) geen uitspraken kunnen doen als privépersoon of mens. Daarbij moet een minister binnen zijn of haar eigen aandachtsgebied of portefeuille blijven en niet iets zeggen over de portefeuilles van collega’s. Anders word je teruggefloten.

Een politiek spel

Iedereen die in het publieke licht staat ontkomt er bijna niet aan: de verstrengeling van rol en individu. Het publieke licht is trouwens dynamisch en selectief: het verlicht alleen diegenen waar wat te halen valt. De persoon in kwestie heeft een sociale of maatschappelijke positie, die voor media interessant is, en heeft een provocerende mening. Wie de Positie/Provocatie-matrix bekijkt, ziet dat voor de media de combinatie van hoge positie en hoge provocatie het meest interessant is (het sterretje bij ‘Negeren’ slaat op rechtsvervolging bij grensoverschrijdende provocatie zoals bedreigingen).

De positie/provocatie-matrix

Dit is ook onderdeel van het spel tussen politiek en media. Een uitgesproken minister of parlementariër die regelmatig een ‘slip of the tongue’ of provocerende uitspraak laat noteren, kan op de aandacht van de media rekenen. Voor de media is dat veel interessanter dan een Donner die de controle houdt.