Gedragsproblemen kids onder de loep /reageer

Gedragsproblemen kids onder de loep

Als een kind wordt geboren, ligt er een pakket aan verwachtingen klaar ten aanzien van de wijze waarop dat kind zich ontwikkelt. Opvoeders, ouders en leerkrachten baseren hun verwachtingen op wat zij weten van gemiddelde, niet problematische kinderen en adolescenten.

Maar soms wijkt de ontwikkeling van een kind af van het gemiddelde; het is mogelijk dat zich bijvoorbeeld al op heel jonge leeftijd ontwikkelingsachterstanden in de motoriek of in de taal manifesteren.

Nicotine

Een van de oorzaken van gedragsproblemen is het rookgedrag van de moeder voor de geboorte van een kind. “Kinderen die tijdens de zwangerschap zijn blootgesteld aan nicotine, hebben ernstige moeite om hun gedrag aan te passen aan de omstandigheden als er emotie in het spel is”, stelt prof. dr. Hanna Swaab. Swaab is hoogleraar Pedagogische Wetenschappen aan de Universiteit Leiden, specialisatie neuropedagogisch assessment.

Antisociaal gedrag

Deze kinderen blijken meer antisociale gedragsproblemen te hebben in het dagelijks leven, recht evenredig met de mate waarin de moeder rookte tijdens de zwangerschap. Het zogenoemde cool executief functioneren, waarbij geen emoties betrokken zijn, is bij deze kinderen niet verstoord, het hot executief functioneren – als wel emoties in het geding zijn – wel.

Binnen haar onderzoeksgroep gaat Swaab de in meerdere opzichten maatschappelijk relevante relatie tussen roken tijdens de zwangerschap en het risico op antisociaal gedrag tijdens de ontwikkeling verder bestuderen. Het is slechts een van de resultaten binnen haar onderzoeksgroep die Swaab ‘Kansen van de kindertijd’ noemt.

Neuropedagogiek

De neuropedagogiek is een van de theoretische referentiekaders voor de verklaring en de aanpak van ontwikkelingsproblemen. Swaab omschrijft de neuropedagogiek als het wetenschapsdomein dat zich bezighoudt met de relatie tussen het gedrag en het functioneren van de zich ontwikkelende hersenen, en de invloed van omgevingsfactoren hierop, tijdens de kindertijd en in de adolescentie.
Hierbij gaat het om hoe gedragsmogelijkheden en -beperkingen samenhangen met de al dan niet afwijkend ontwikkelde hersenfuncties en wat die samenhang betekent voor de opvoedende omgeving. Daarbij komt de bestudering van mogelijkheden tot beïnvloeding van de al dan niet verstoorde relatie tussen de hersenen en het gedrag.

Hersen-gedragmodel

Onder dit model ligt de aanname dat het gedrag van kinderen en adolescenten door de hersenen wordt aangestuurd, een veronderstelling die niemand zal bestrijden. Het hersen-gedragmodel wordt volgens Swaab dan ook steeds vaker toegepast in de klinische praktijk, zeker nu er steeds meer wetenschappelijke kennis beschikbaar komt over de hersen-gedragrelaties bij opgroeiende kinderen.

Afwijkende ontwikkeling

…continue interactie met de omgeving is nodig om aanpassing mogelijk te maken

De groei en ontwikkeling van de hersenen zijn het resultaat van genetische programmering, maar continue interactie met de omgeving is nodig om aanpassing mogelijk te maken. De diagnosticus moet weten op welk moment in de ontwikkeling welk gedrag gemiddeld mogelijk is en wanneer er sprake is van een afwijkende ontwikkeling. Er is dus kennis nodig van de normale ontwikkeling van de hersenen, maar ook van de invloed van ziekten en aandoeningen.