Geld terrorismebestrijding is beter te besteden; aan innovatie bijvoorbeeld /reageer

Geld terrorismebestrijding is beter te besteden; aan innovatie bijvoorbeeld

Honderden miljarden dollars heeft de Amerikaanse regering sinds 2001 uitgegeven aan de War on Terrorism. Hoewel de term publiekelijk niet meer in Washington gebruikt mag worden sinds de regering-Obama een heuse Sprachregelung afkondigde begin 2009, is het Amerikaanse leger nog steeds in Afghanistan om een nieuwe machtsovername door de taliban te voorkomen. En hoewel Osama bin Laden toch echt gedood en begraven lijkt te zijn tijdens de bombardementen op de grotten van Tora Bora in Afghanistan in 2001 en Saddam Hussein als dromer over massavernietigingswapens al in 2006 is geëxecuteerd, lijkt Washington nog niet zover om rationeler over de werkelijke risico’s van allerlei soorten terrorisme te gaan nadenken.

Maar er is hoop. Binnenkort komt een boek uit over Terror, Security, and Money: Balancing the Risks, Benefits, and Costs of Homeland Security, geschreven door John Mueller en Mark G. Stewart.

Grote uitgaven niet gerechtvaardigd

Het tijdschrift Foreign Affairs besteedde onlangs aandacht aan het gedachtegoed van de auteurs, in een artikel getiteld Hardly Existential - Thinking Rationally About Terrorism. Boodschap: er gebeuren dingen die veel meer mensen elk jaar het leven kosten maar waaraan we terecht veel minder uitgeven, omdat ze al of niet tot de ‘aanvaardbare risico’s’ behoren. ‘De terrorisme-dreiging voor de VS is zo klein dat het een aanvaardbaar risico vertegenwoordigt en dat grote uitgaven om terroristische aanslagen in aantal te reduceren dan wel de gevolgen ervan te verminderen, amper gerechtvaardigd kunnen worden.’

Maar wat is een ‘aanvaardbaar risico’? Het antwoord van de auteurs is interessant, omdat ze bestudeerd hebben hoe daar in verschillende landen over gedacht wordt.

In de afgelopen decennia hebben wetenschappers en beleidsmakers wereldwijd risk-assessment technieken ontwikkeld om de gevaren voor de menselijke gezondheid te evalueren van zaken zoals pesticides, vervuiling of kerncentrales. ‘Langzaamaan is er een behoorlijke consensus ontstaan over welke risico’s aanvaardbaar en onaanvaardbaar zijn. Een onaanvaardbaar risico wordt vaak de manifestis genoemd, iets wat duidelijk zorgelijk is, een risico zo groot dat geen enkele “redelijke persoon” het aanvaardbaar zou achten.’

Risico voor werknemers

Zo besloot het Amerikaanse Hooggerechtshof in 1980 dat een risico van 1 dode per jaar op 40.000 arbeiders die geregeld benzinedampen inhaleren, onaanvaardbaar is. Dit arrest wordt vaak geciteerd en komt overeen, schrijven de auteurs, met de standaardpraktijk om het risico van 1 tot 10 doden per jaar per 100.000 werknemers als ‘onaanvaardbaar’ te betitelen.
In de VS mag als gevolg van ongelukken in kerncentrales jaarlijks niet meer dan 1 dode per 2 miljoen inwoners vallen. Bij een onderzoek naar de vraag bij welk risico 132 federale agentschappen in de VS in actie komen, bleek dat dit altijd gebeurde wanneer het risico hoger werd dan 1 dode per jaar op 700.000 inwoners. De overheid in Australië, Japan en Groot-Brittannië zouden een soortgelijke risico-analyse hanteren.

‘Er is dus in de praktijk van verscheidene ontwikkelde landen algemene overeenstemming over wat risico inhoudt. Risico’s worden onacceptabel geacht als het jaarlijkse risico op doden hoger ligt dan 1 per 10.000 tot 100.000. Ze zijn acceptabel als het risico lager ligt dan 1 per 1 tot 2 miljoen. Tussen deze twee ligt het gebied waarin een risico als “tolereerbaar” beschouwd zou kunnen worden.’

Ruwe richtlijnen

Het Amerikaanse ministerie voor Binnenlandse Veiligheid beweert geregeld dat men deze standaard risico-analyses als ruwe richtlijnen voor overheidsbeleid ook toepast in de War on Terror, maar dat is duidelijk niet zo, als je het risico afmeet aan wat dit ministerie spendeert aan het voorkomen van doden door terrorisme. De auteurs leveren een tabel bij waarin de risico’s van overlijden door moord, verkeersongelukken, kanker en nog wat frequente doodsoorzaken figureren, naast dat van terrorisme in de VS en andere staten. Met uitzondering van het jaar 2001, waarin het risico als gevolg van 9/11 opeens 1 dode op de 101.000 burgers werd, is het risico over de periode 1970-2007 per jaar 1 dode per 3,5 miljoen in de VS en 1 op de 12,5 miljoen wereldwijd (1975-2003, ‘buiten oorlogsgebieden’).

Of deze cijfers Obama’s National Security Council ervan kunnen overtuigen minder aan terroristische risico’s te spenderen? De vraag stellen is hem beantwoorden. Ik ben benieuwd wat het boek te zijner tijd daarover te melden heeft.

Reageren via Facebook

Reacties

Over Anneke van Ammelrooy

Wetenschaps- en onderzoeksjournaliste, webmaster van het Iraakse www.newsabah.com; voormalig journalist bij het FD, www.dezaak.nl, Intermediair, Volkskrant, ANP en oud-hoofdredactrice van Publiek Domein, OR-Informatie, Keesings Historisch Archief en het Leids universiteitsweekblad Mare.