Hard en hygiënisch werken; robots in de kas /reageer

Hard en hygiënisch werken; robots in de kas

Terwijl laaggeschoold personeel in de tuinbouw schaarser en duurder wordt, werken technici in binnen- en buitenland aan de ontwikkeling van groentenoogstrobots. Dankzij steeds geavanceerdere cameratechnologie en ‘leeralgoritmes’ zullen robots straks vrijwel zelfstandig in de kassen kunnen opereren.

Er bestaan al een tijdje tuinbouwrobots die kunnen zaaien, die plantjes overzetten in grotere potjes en zelfs die potplanten selecteren op hoogte en vorm en ze steeds verder uit elkaar plaatsen in de kas voor meer groeiruimte. Maar robots die eigenhandig gewassen kunnen oogsten, zijn er nog niet. Daar komt misschien binnen een paar jaar verandering in.

In oktober vorig jaar startte er een groot Europees onderzoeksproject, genaamd CROPS (Clever Robots for Crops), waarin veertien universiteiten en bedrijven samenwerken om oogstrobots te ontwikkelen voor hoogwaardige producten die selectief worden geoogst, zoals glasgroenten, appels en wijndruiven. Ook zijn er een paar projecten over het gericht spuiten van gewasbeschermingsmiddelen.

Een van de twee Nederlandse partijen die deelnemen is Wageningen UR Glastuinbouw. Projectleider Jan Bontsema vertelt: “Binnen dit project ontwikkelen wij samen met het Nederlandse bedrijf Jentjens Machinetechniek een paprikaoogstrobot die paprika’s moet kunnen beoordelen op rijpheid en die vervolgens de goede plek van het steeltje kiest om ze af te snijden. Als je een paprika namelijk te dicht op de vrucht afsnijdt, gaat hij rotten.'’

‘’Het is de bedoeling dat deze robot wordt uitgerust met zodanige software, dat hij ook van zijn fouten kan ‘leren’. Dat doen we door middel van ‘leeralgoritmes’, een soort rekenregels, die ze in Israël voor ons aan het programmeren zijn. Daar zijn ze ook bezig met beeldherkenningssoftware, die mogelijk maakt dat de robot een paprika zelfs herkent als er een blad gedeeltelijk voor hangt.”

Oosteuropeanen

Bontsema vertelt dat de voornaamste reden om in tuinbouwrobots te investeren, is om het probleem van de beschikbaarheid van arbeiders te omzeilen. “Het eenvoudige plukwerk wordt momenteel bijna uitsluitend gedaan door Oosteuropese werknemers, waarbij allerlei problemen ontstaan rond huisvesting en illegaliteit. Ook nemen de arbeidskosten steeds toe. Om die reden gaat er nu al steeds meer productie naar Afrika, waar arbeid goedkoper is. De inzet van robots is naar mijn idee essentieel om de glastuinbouw op de lange termijn in Nederland te kunnen behouden.”

Weliswaar gaat er door robotisering voor een deel werkgelegenheid verloren, maar volgens Bontsema creëer je er ook nieuwe en een hoogwaardiger soort arbeidsplaatsen mee, zoals voor onderhouds- en servicemonteurs en operators. “Een ander voordeel van de inzet van robots is dat je het klimaat in kassen nog extremer zou kunnen maken, omdat mensen daar dan geen last meer van hebben. Dus meer CO2, hogere temperatuur en luchtvochtigheid, wat goed is voor de planten. Nog een voordeel van oogstrobots is dat die hygiënischer werken dan mensen. En ze kunnen in theorie ’s nachts doorwerken.”

De enige oogstrobot die op dit moment al op de markt beschikbaar is, komt eveneens van Jentjens Machinetechniek. Dit bedrijf ontwikkelt daarnaast onder meer sorteer- en verpakkingssystemen voor de bakkerijwereld en de vleesverwerkende sector. Hun eerste tuinbouwrobot was een robot die potrozen kan stekken: de Rombomatic, die ze eind jaren negentig op verzoek van tuinders ontwierpen. Erik Wekking, sales manager bij Jentjens: “De Rombomatic beoordeelt rozentakken op geschiktheid om te stekken, knipt stekjes eruit, doopt ze in bewortelingspoeder en plant ze volgens de opgegeven stekbladrichting in een potje met grond. De tuinder kan zelf de gewenste steellengte programmeren en instellen hoeveel stekjes er per pot moeten worden geplaatst, en hoe diep.”

Eentoning werk

Deze handelingen werden voor de introductie van de Rombomatic bijna altijd door Oosteuropese gastarbeiders gedaan, vertelt Wekking. “Het is eentonig werk onder hoge temperaturen. Het was voor tuinders lastig om mensen te vinden die dit wilden doen. En aan de uitzendkrachten die het uiteindelijk deden, moest dan ’s ochtends in tien minuten worden uitgelegd hoe ze moesten stekken en waar ze op moesten letten, terwijl ze de vorige dag bij wijze van spreken nog straten aan het leggen waren. Er werden in het werk dus nogal eens foutjes gemaakt: dat takjes met beschadigingen of te weinig bladoppervlak toch als stek werden gebruikt bijvoorbeeld. De robot daarentegen stekt altijd precies volgens dezelfde criteria, waardoor de kwaliteit van het gewas veel constanter is geworden.”

Wekking denkt dat automatiseren onvermijdelijk is, nu of anders over een paar jaar. “Nu zijn er wel Polen die het werk willen doen, maar dat is toch ook tijdelijk. In hun land stijgt ondertussen ook de welvaart, dus wie weet hoe lang ze nog hierheen blijven komen.”

Hij legt uit dat omdat geen twee planten hetzelfde zijn, ze in de tuinbouw niets kunnen beginnen met de traditionele robottechnieken uit bijvoorbeeld de auto-industrie, waar onderdelen uit een serie exact gelijk zijn aan elkaar. Maar in combinatie met camera-technologie zijn er veel nieuwe dingen mogelijk. Hij legt uit: “De camera van de robot maakt een opname. Dat beeld moet worden geïnterpreteerd: het wordt vertaald in coördinaten waarop vervolgens rekenregels worden losgelaten. Dan moet de computer een beslissing nemen op basis van vooraf ingestelde criteria. Hij kan niks anders dan ingestelde richtlijnen volgen.”

Wekking zegt dat je bij het ontwerpen van zo’n robot dus eerst veel tijd kwijt bent met het definiëren hoe een ideale stek eruit moet zien. Waarop moet de robot hem straks goed- of afkeuren? “De robot moet flexibel genoeg zijn om al die verschillende, unieke plantjes op dezelfde manier te kunnen beoordelen. Er zijn een hoop instellingen nodig om een werkbare robot te leveren aan de tuinder.”