Hard en hygiënisch werken; robots in de kas /reageer

Basisprincipe

Toch is het basisprincipe volgens hem altijd hetzelfde: je hebt voor elke oogstrobot die je wilt gaan ontwerpen een camera nodig die met behulp van software de vrucht of bloem detecteert en beoordeelt op rijpheid, en een arm die een grijper of mes daarnaartoe beweegt. Wekking: “Bij het CROPS-project willen we de basis leggen om kennis over die overeenkomsten te delen. Meerdere keren per jaar zijn er bijeenkomsten met alle deelnemende partijen en daarnaast is er nog extra contact binnen subgroepjes die met dezelfde technologie-aspecten bezig zijn.”

Wekking gelooft niet dat de laaggeschoolde tuinbouwarbeider ooit volledig zal worden vervangen door robots. “Er zullen altijd mensen nodig blijven die dingen beoordelen, storingen oplossen en onderhoud plegen. Die moeten daarvoor wel specifiek worden getraind, maar veelal is voor de dagelijkse werkzaamheden geen werkelijke opleidingsachtergrond nodig. Bij de Rombomatic moeten de rozentakken die naar de robot worden aangevoerd daarnaast ook altijd nog door mensenhanden uit elkaar worden getrokken. Dat moet namelijk met enig beleid, anders beschadigen de doornen de takken. Het is nog niet haalbaar om dat ook te automatiseren.”

Toen Jentjens in 2002 de Rombomatic op de markt bracht, kwam vanuit LTO al snel de vraag of ze ook voor snijrozentelers wat konden betekenen. “We zijn toen een samenwerking met Wageningen Universiteit en Research Centrum opgestart, die mede werd gefinancierd door het Productschap Tuinbouw en door de EU”, zegt Wekking.

“In 2008 hadden we uiteindelijk de eerste echte oogstrobot, die snijrozen oogst met een rendement van negentig procent. Maar inmiddels was in de teeltsector het energieprobleem opgekomen en vervolgens de economische crisis. Het gevolg was dat de geïnteresseerde tuinders de investering niet meer aandurfden. Je moet er namelijk ook je hele kas anders voor inrichten, wat ook geld kost. Gevolg is dat we nog geen snijrozenoogstrobots hebben verkocht, maar ik ben er zeker van dat er een moment komt dat die belangstelling weer komt. Automatisering biedt tuinders greep op hun kosten, doordat het een hoop onzekerheid en variabiliteit wegneemt.”

CROPS

De Europese Unie heeft 7,5 miljoen euro beschikbaar gesteld voor het ontwikkelen van robots in de agrarische sector. In tien verschillende landen wordt in dit project tot eind 2014 gewerkt aan de verschillende aspecten die hierbij een rol spelen. In München, hèt Europese centrum voor roboticaonderzoek, werken ze aan robotarmen, die al jaren worden ingezet in de auto-industrie en nu worden aangepast voor gebruik in de tuinbouw. In Spanje en België zijn ze bezig met beeldverwerking, Zweden kijkt naar intelligente software en bosbouwtoepassingen en een Frans bedrijf werkt aan digitale rijpheidsbeoordeling, terwijl Israël zich richt op intelligente leeralgoritmes en Nederland werkt aan de implementatie van een paprikaoogstrobot. In Slovenië en Italië ontwikkelen ze ondertussen robots die heel specifiek gewasbeschermingsmiddelen kunnen spuiten in boomgaarden, door de omtrek van de boom te volgen en dus niet te spuiten op de lege plekken tussen de bomen. Ook werken ze daar aan robots die nog lokaler spuiten, namelijk alleen op aangetaste plekken op het gewas, die ze dus kunnen herkennen.

Voorzichtig

Bij sorteer- en verpakkingshandelingen worden wel al veel langere tijd robots ingezet, ook in de agrisector. Maar bij robots die moeten kunnen omgaan met groenten en fruit, speelt altijd het probleem dat er al snel beschadigingen of drukplekken ontstaan op het product. Hiervoor vond men aan de Technische Universiteit Delft een oplossing: een voorzichtige robotgrijphand, die bovendien kan omgaan met het feit dat niet elk product exact dezelfde vorm heeft.

Het spin-off bedrijf Lacquey (wat oud-Engels is voor lakei) dat de onderzoekers vorig jaar oprichtten, ontwikkelt nu specifiek robothanden voor de agrisector. Directeur Richard van der Linde: “Het bijzondere aan ons handje is dat je niet voor elke vinger een apart motortje hebt, wat gebruikelijk is in de robotica. Hij verdeelt de motorkracht evenredig over de vingers, zodat er nergens drukplekken ontstaan. Een greep ontstaat doordat de vingers afzonderlijk om de productvorm heen vouwen totdat ze allemaal contact maken. Daarna wordt de contactkracht opgevoerd tot een vooraf ingestelde greepkracht. In eerste instantie wisten we nog niet wat voor toepassingen dit zou kunnen opleveren, tot we in 2009 puur toevallig in contact kwamen met de agriwereld. Voor een witlofteler bleek dit precies te zijn wat hij zocht voor zijn witlofautomatiseringsproject: een handje dat de witlofs voorzichtig kon oppakken. Vanaf toen zijn we ons op de groenten- en fruitsector gaan richten.”

Het bedrijf ging partnerships aan met roboticabedrijven die het handje integreren in verpakkingsrobots. Zo zijn ze nu in een vergevorderd stadium met LC Machinery, dochter van LC Packaging, om samen verpakkingsmachines te gaan leveren voor onder andere de driekleurige ‘paprikastoplichten’. “Volgens plan worden dit jaar nog de eerste paprika’s met ons handje verpakt”, aldus Van der Linde, “de witlof volgt waarschijnlijk later. Het is zeker onze toekomstvisie om onze handjes ook te integreren in oogstrobots, maar voorlopig richten we ons eerst op de verpakkingswereld. Daar gaat het namelijk telkens om precies dezelfde handelingen: oppakken en ergens anders neerleggen of inpakken. Oogsthandelingen daarentegen vinden plaats in een onvoorspelbare biologische omgeving, dus dat is een volgende stap.”

Nieuwe generatie

De geschiedenis leert volgens Van der Linde dat met dit soort ontwikkelingen uiteindelijk juist meer welvaart en meer werkgelegenheid wordt gecreëerd, ook al zijn mensen in eerste instantie bang voor het tegenovergestelde. “Je moet bovendien als land blijven vernieuwen om je economische positie te behouden. Nederland heeft weinig anders te bieden dan vernieuwende technieken: we hebben geen grondstoffen, geen mineralen, geen groot landoppervlak.”

Van der Linde ziet de robot als een extra instrument voor de teler, net als bij een chirurg die ter ondersteuning een robot gebruikt. “Dat maakt immers de chirurg niet overbodig: hij blijft de vakman. Ik zie robots dan ook niet als bedreiging van de werkgelegenheid in de tuinbouw, maar juist als een opportunity voor de nieuwe generatie tuinders die hiermee leren werken.”

Dit artikel verscheen eerder in Groenten en Fruit Magazine.

Reageren via Facebook

Reacties

Over Eveline Thoenes

Eveline Thoenes (1978) is bioloog en freelance wetenschapsjournalist. Ze houdt zich vooral bezig met onderwerpen die te maken hebben met biotechnologie en/of planten. Zie ook www.evelinethoenes.nl.