Het huis dat de afdruk van zijn bewoner draagt /reageer

Het huis dat de afdruk van zijn bewoner draagt

Nederlandse woningen zijn eenvormig en saai, constateert interieurarchitect Martin Pot. Waar in ons land individuele vrijheid hoog in het vaandel staat, is de doorsnee woningplattegrond een toonbeeld van een gebrek aan creativiteit met een hoge mate van paternalisme en dwingende bouwvoorschriften.

Wanneer ik als interieurarchitect een opdracht krijg voor de indeling van zeg 5000 m2 kantoorruimte, kan ik in principe alle kanten op; systeemwanden zijn verkrijgbaar in soorten en maten; afwerkingen en beslag idem dito; installaties worden verwerkt in wanden en vloeren dan wel in kabelgoten. In de woningbouw anno 2009 werken wij met wanden van gipsblokken, tegelwerk, bouwbehang en simpele projectkeukentjes. We boren wandcontactdozen op vaste plaatsen in muren, de lichtaansluiting in het plafond is geplaatst in het midden waar over het algemeen niemand zit.

Al met al levert dit plattegronden op waar de bewoner jarenlang aan vast zit, terwijl leefsituaties doorgaans met enige regelmaat sterk veranderen: kinderen groeien op, een werksituatie wijzigt, er komen andere hobbies. Het projectbureau in de nieuwbouwwijk toont de verkoopdocumentatie van deze woningen: met een verbazingwekkend gebrek aan creativiteit wordt de architect gedwongen zich uit te leven op de buitenzijde. Uit alles blijkt dat al jaren de minimumeisen maximaal geworden zijn: als een toilet minimaal negentig centimeter bij één meter tien moet zijn dan is het dat ook en geen centimeter meer.

De dragers

In 2002 verscheen ‘Kader en generieke ruimte’ , van Bernhard Leupen, werkzaam aan de TU-Delft. Enkele citaten:
• “Hoe preciezer we in staat zijn te bepalen aan welke eisen een woning bij aanvang van zijn bestaan moet voldoen, hoe groter de kans is dat er een discrepantie ontstaat tussen de woning en het gebruik in de toekomst.” (pag. 18)
• “Om een woning te maken die bestand is tegen de invloeden van tijd, moet deze woning allerlei mogelijke toekomstige vormen van bewoning en gebruik kunnen opnemen.” (pag 19)

Al eerder heb ik gewezen op het werk van John Habraken: zijn ‘De dragers en de mensen’ dateert uit 1972 (!) en heeft wat mij betreft niets aan visie en actualiteit ingeboet. Ook hij pleit, net als Leupen, voor een veel grotere mate van vrijheid van indeling en inrichting, en het loslaten van de te strakke (bouw)regelgeving.

Veelgehoord tegenargumenten, zelfs onder architecten:
1. Dat impliceert dat mensen zelf hun woning moeten indelen, afbouwen, inrichten!
2. De techniek is daar nog niet rijp voor.
3. Zo verliezen we iedere controle.

Ik zou hierover het volgende willen opmerken:
Ad.1: en wat dan nog? Nu al zijn de bouwmarkten in ons land een veelbezochte lokatie in het weekend en daarbuiten; en niet alleen voor gordijntjes en verf. Wanneer een woonsituatie wijzigt moet er in elk geval worden verbouwd. Het zou tevens een duw in de rug zijn voor alle werkloze vak- en ambachtslui die nu volstrekt onvoldoende hun kennis en kunde kunnen/mogen inzetten.
Ad.2: met verwijzing naar de kantorenmarkt: wellicht zullen er aangepaste systemen moeten komen, vereenvoudigd wat betreft techniek en bouwwijze. Dat moet een mooie uitdaging vormen; zeker in de huidige tijd van crisis.
Ad.3: die controle is er nu voor een koopwoning ook niet; in het geval van een huurwoning wordt het er slechts eenvoudiger op; minder breken, minder schade.