Hoe de hightech-kerkklok uit Asten het tot de Olympische Spelen brengt /reageer

Hoe de hightech-kerkklok uit Asten het tot de Olympische Spelen brengt
  • door: Rob van Leeuwen
    over: duurzaam, software, computer
    op: 7 mei 2012
  • De kerkklok van Royal Eijsbouts, dat al high tech is sinds de jaren tachtig, klinkt van Asten tot Japan.

  • Binnenkort is ie ook in de Parijse Notre Dame én tijdens de Olympische Spelen te horen.

Royal Eijsbouts maakt kerkklokken.

In tijden waarin iedereen wegloopt met hippe tablets en smartphones klinkt dat misschien ongelofelijk suf, maar het 50 medewerkers tellende familiebedrijf uit Asten is vooruitstrevender dan je denkt. Zo omarmde het begin jaren tachtig al de digitale revolutie, door een samenwerking met de Technische Universiteit Eindhoven aan te gaan.

De rekenmodellen die Eijsbouts zelf al had ontwikkeld, zijn vanaf dat moment omgevormd tot computergestuurde processen. Daardoor kan op basis van vooraf vastgestelde variabelen als vorm, afmetingen en eigenschappen een redelijk nauwkeurig ontwerp worden gemaakt van een kerkklok. “Tot die tijd kostte het ons weken om de juiste afmetingen van een kerkklok te berekenen”, vertelt directeur Joost Eijsbouts.

Twee weken in het mainframe

“Samen met de TU zijn we computerapplicaties gaan ontwerpen, die door ons gebruikt konden worden als dagelijks gereedschap. De eerste proeven deden we op een groot mainframe van de universiteit. We werkten daar in de daluren op en waren daar per klok twee weken mee bezig. Nu doen we het op een bovenmaatse huis-tuin-en-keuken-pc, zijn we na twee seconden klaar en krijgen we een nog gedetailleerder resultaat.”

Een nieuw TU-project moet gaan zorgen voor nog meer nauwkeurigheid, zegt Eijsbouts: “De computerbeperkingen uit de jaren ‘80 en ‘90 zijn er niet meer. Daardoor kunnen we het huidige model verder verfijnen. Op dit moment leveren de ingevoerde variabelen meerdere ontwerpen als oplossing. Onze ambitie is om uiteindelijk maar één weg te vinden die naar Rome leidt. We kennen het ambachtelijke vak en respecteren dat, maar zo vervlechten we het met moderne technologie. Ik ben ervan overtuigd dat de klassieke klokkengieters ook computers hadden gebruikt, als ze in de zeventiende eeuw waren uitgevonden.”

Fijnmechanische cultuur

Royal Eijsbouts is in 1872 opgericht door Bonaventura Eijsbouts. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Johan, die het stokje vervolgens overgaf aan zoon Tuur, waarna Tuurs broer Max de leiding overnam. In 1976, na het overlijden van Max, werd niet-familielid André Lehr de directeur. Na Ger Minkman (vanaf 1990) kwam er in 1996 weer een Eijsbouts aan de top: de huidige directeur Joost Eijsbouts.

Volgens hem is de innovatieve inslag van zijn bedrijf terug te voeren op de eerste jaren, waarin torenuurwerken centraal stonden. “Bij de meeste klokkengieterijen denken ze in tonnen, door onze oorsprong denken wij anders. Uurwerken vereisen een fijnmechanische cultuur, waardoor je vanzelf mensen aantrekt die denken aan betere, simpele, efficiëntere en goedkopere oplossingen.”

Een carillion van Royal Eijsbouts in Scotsdale (Arizona).

Het duurzaamste product van Nederland

Nog steeds zijn twee op de drie uurwerken in Nederland Eijsbouts-uurwerken. Zo zijn alle vooraf in de treinstations gebouwde NS-klokken afkomstig uit Asten, waaronder de klok in het pand van Amsterdam Centraal. Door de jaren heen werd het assortiment van Eijsbouts uitgebreid met luidklokken en carillions. Ze hebben een lange levensduur: Een gemiddelde kerkklok gaat 400 tot 500 jaar mee. “Het is het duurzaamste product dat in Nederland gemaakt wordt”, zegt Eijsbouts met een glimlach.

Eerst werden de klokken in Engeland ingekocht, na de Tweede Wereldoorlog ontwikkelde het bedrijf zich tot de hoofdrolspeler in klokkengietend Europa. In Nederland wordt vooral omzet gedraaid met onderhoud, 95% van de nieuwe klokken gaat naar het buitenland. Zo werd in 2006 de grootste klok ooit gemaakt, á 36 ton, die nu aan de voet van de berg Fuji hangt en is Eijsbouts verantwoordelijk voor het carillion in de Berlijnse Tiergarten.

Een salesnetwerk opzetten is kansloos

Ondanks het feit dat Royal Eijsbouts wereldwijd de klokken heeft doen luiden, is het niet zo dat elke klokkenzoeker automatisch Asten opbelt. “Dat zou je verwachten hè”, zegt Eijsbouts. “Maar omdat er slechts een paar personen per jaar een kerkklok aanschaffen, zijn er maar weinigen die er veel verstand van hebben.”

Royal Eijsbouts, dat al jaren een gemiddelde jaaromzet van 7,5 miljoen euro draait, moet dus steeds actief op jacht naar nieuwe klanten, met als extra drempel dat nooit zeker is in welke landen de vraag het hoogst is. “We kunnen vooraf nooit voorspellen waar onze jaaromzet vandaan komt. In de Westerse wereld neemt de vraag naar kerkklokken af en het is onduidelijk wat het toekomstpotentieel van de Zuid-Amerikaanse en Chinese markt is. De ene keer duren projecten wel 35 jaar, omdat groepen geld inzamelen voor een kerkklok en soms krijgen we opdrachten waar we gisteren nog geen weet van hadden. Het is een onvoorspelbaar werkveld, dat lastig te vangen is in een gestructureerd salesnetwerk.”

Marketing gaat volgens de hagelmethode: veel schieten en dan maar hopen dat iets wordt geraakt. Eijsbouts: “In veel landen hebben we wel agenten en importeurs. Dat zijn andere klokkenmakers, maar het kunnen ook musici zijn die gefascineerd zijn door ons product. Zo vangen we altijd wel signalen op als iemand belangstelling heeft. De Japanse partij die de grootste klok wilde hebben kende ons niet, maar binnen twee weken wisten wij van de opdracht en na zes weken hadden we het contract getekend.”

Klokken in de werkplaats van Eijsbouts.

De klokkenluider van de Notre Dame

In augustus 2011 ging de telefoon bij Royal Eijsbouts. Of ze wilden inschrijven op een opdracht voor de Parijse Notre Dame? “We waren eerst sceptisch, want we waren de enige niet-Franse partij die was gevraagd. Maar toen een expert van het Franse ministerie van Culltuur kwam praten over onze aanpak, wisten we dat het menens was. In december was het contract getekend.”

Ter gelegenheid van de 850e verjaardag van de Franse kathedraal worden negen nieuwe klokken gemaakt, waarvan Royal Eijsbouts de belangrijkste voor zijn rekening neemt. Deze klok, die Maria is gedoopt, komt in de zuidtoren te hangen, naast oudje Emmanuel. Over de prijs van Maria, die vanaf 2013 in de Notre Dame komt te hangen, mag Eijsbouts geen uitspraken doen. “Maar je kan er een paar aardige auto’s uit het topsegment van kopen.”

Inmiddels is ook bekend geworden dat Eijsbouts een klok van 23.000 kilo gaat maken voor de openingsceremonie van de Olympische Spelen in Londen.

Stemmen gebeurt nog op het gehoor

Royal Eijsbouts heeft Emmanuel in de Notre Dame met een 3D-scanner opgemeten, waarna via het rekenmodel een definitief ontwerp voor Maria is ontwikkeld. Hierna volgen achtereenvolgens het vormproces, dat vier tot vijf weken duurt, en het gietproces, dat via een kanalenstelsel in de gietvorm gebeurt, waarna de klok ongeveer een week moet afkoelen en harden. “Dit moet langzaam gaan, want tijdens dit proces ontstaat de klank van een klok.” Afhankelijk van het type en de functie van de klok wordt hij gestemd (wat het lot van de Maria wordt, dat is nog onduidelijk).

Hoe? Op het gehoor! “De klok wordt met opzet dikker gegoten, waarna een iteratief proces van een paar weken plaatsvindt. Daarbij wordt aan de binnenzijde van de klok stapje voor stapje het overbodige materiaal weggedraaid. Dit wordt gedaan door een klokkenstemmer, want een klok die klinisch foutloos gestemd is met behulp van een computer, is niet altijd een mooie klok. Het is iets artistieks.”

Een kortere versie van dit artikel stond eerder in het tijdschrift Management Team. Meer weten? Neem dan een abonnement op MT.

Reageren via Facebook

Reacties

Over Rob van Leeuwen