Hoog tijd voor duurzaam design /2 reacties

Hoog tijd voor duurzaam design

Een beter ontwerp van producten kan de enorme vuilnisbelten drastisch verminderen en daarmee een deel van het opwarmingsprobleem van de aarde verhelpen, zeggen Engelse wetenschappers. “We lijden aan overspelconsumptie”.

Eerst maar een paar feiten. Amerikanen gebruiken 2,5 miljoen plastic flessen per uur, die ze na gebruik, direct weggooien. De Britten produceren elke 2 uur zoveel vuilnis dat je er de Royal Albert Hall mee kunt vullen. En volgens Paul Hawken en Hunter Lovins, auteurs van het boek Natural Capitalism, is slechts 1 procent van al het materiaal dat door de economie van de Verenigde Staten vloeit, zes maanden na productie nog steeds in gebruik. Dat betekent dus dat 99 procent na die tijd is afgedankt en/of op de vuilnisbelt ligt.

Intimiteit is weg

Op een dag als vandaag zullen er dezelfde hoeveelheid goederen worden verhandeld als in het hele jaar 1949

Geen vrolijk beeld. Kennelijk is de relatie tussen mens en product grondig veranderd. We houden niet meer van producten, we gebruiken ze alleen maar. Totdat we ze beu zijn. Niet meer aantrekkelijk vinden. Of totdat ze simpelweg leeg of op zijn.

Hoe anders was dat enkele decennia geleden, zegt Jonathan Chapman, hoofddocent aan de Universiteit van Brighton UK in NewScientist. Toen was de relatie tussen mens en product intiemer. Omdat we de producten zelf maakten. Of ze in ieder geval bij een expert kochten die we kenden, vertrouwden en waar we tegenop keken. “Het is die intimiteit die producten een historie gaf”, zegt Chapman. “Met de massaproductie van tegenwoordig heeft deze symboliek zijn kracht verloren. Massaproductie vermindert de emotionele binding met onze bezittingen en dat maakt ons onverschilliger. We hebben historie ingeruild voor noviteit. We zijn op zoek naar nieuw. Hoe sneller iets vernieuwt, hoe beter.”

Teddybeer-factor

Gelukkig gaat dat niet bij alle producten op. Denk bijvoorbeeld aan jeans. Die zitten pas lekker als je ze tien keer gewassen hebt. Of denk aan je teddybeer. Niemand rent naar de winkel om zijn oude te verruilen voor een nieuwe. Hoe versleten het kinderspeeltje er ook uitziet. Het is deze emotionele binding die maakt dat we niet onverschillig staan ten opzichte van deze producten. En dat moet beter design ook doen.

Chapman vindt dat onze interactie met voorwerpen moet veranderen in iets dat rijker is dan simpelweg bruikbaarheid. De Zwitserse bedrijfsanalist Walter Stahel, gastdocent aan de University of Surrey in Engeland, noemt dit de ‘teddybeer factor’. Het maakt niet uit hoe gerafeld en versleten onze favoriete teddybeer is, we haasten ons niet naar de winkel om een nieuwe te kopen. Die teddybeer verbindt ons met onze jeugd en dit beschermt de beer tegen het weggooien. Stahel pleit dat dit precies is wat sustainable design met meer producten moet doen.

Minder afval, meer winst

angezien de consument zich steeds meer zorgen maakt om de natuur, stappen veel grote bedrijven graag over op sustainable design en poetsen ze hun milieukeurmerk op om hun klanten tevreden te stellen en voor te blijven op de concurrentie. Drie voorbeelden:

Wall Mart
Wal-Mart moedigt zijn leveranciers aan sustainable design te omarmen en ook zo te produceren. De keten heeft tevens ambitieuze plannen om zijn eigen werkzaamheden te herzien, om zo de uitstoot van broeikasgassen met 20% te verlagen, de efficiëntie van het brandstofverbruik van alle vrachtwagens te verdubbelen en de efficiëntie van het brandstofverbruik van de vestigingen met 30% te verbeteren. En dat alles voor 2012.

Google
Intussen oefent Google druk uit op de computerindustrie om pc’s te ontwerpen die over het geheel op een interne stroomtoevoer van 12 volt werken in plaats van een systeem met meerdere voltages dat op het moment standaard is. Dit zou een veel efficiëntere manier zijn van energieverbruik om de wisselstroom van het net om te zetten in gelijkstroom om de pc te laten draaien.

General Electric
Zelfs industrieel zwaargewicht General Electric krijgt de smaak te pakken. De campagne Ecomagination gaat geheel over blijvend design. In een poging binnen de reeks producten van lampjes tot krachtcentrales een minder grote stempel op het milieu te drukken, zal GE de investering in het ontwerpen van schonere technologieën verhogen van ongeveer $700 miljoen in 2004 tot $1,5 miljard in 2010. Gezien het feit dat GE momenteel meer broeikasgassen uitstoot dan de meeste Amerikaanse steden, heeft dit zowel de Amerikaanse industrie als de milieuactivisten versteld doen staan.

Kosten van het productieproces

Het gaat echter niet alleen om het maken van duurzame dingen die mensen willen houden. Bij blijvend design gaat het ook om het in de hand houden van de kosten van het productieproces, het energieverbruik en het weggooien. In 2005 werd er elke 3,5 minuut een nieuw product gepresenteerd. Tijdens de ontwerpfase van een product wordt voor 80 procent bepaald wat de impact is op het milieu. Daarom verdient blijvend design veel meer aandacht dan het tot nu toe gekregen heeft.

Ook vanuit een energiestandpunt is het zinvol. We maken veel meer dan waar onze planeet in de vorm van grondstoffen aan kan bijdragen en we gebruiken grote hoeveelheden energie om steeds meer producten altijd maar weer sneller te vervoeren.

Op een dag als vandaag, wordt dezelfde hoeveelheid goederen verhandeld als in het hele jaar 1949. We plegen nu net zoveel telefoontjes per dag als er in het hele jaar 1983 werden gepleegd. Het informatietijdperk was bedoeld om onze economie te verlichten en de invloed op het milieu te verminderen, maar eigenlijk lijkt het tegenovergestelde te gebeuren. We hebben simpelweg informatietechnologie toegevoegd aan het industriële tijdperk en hebben het metabolisme van de ontwikkelde wereld versneld. Als je dit eenmaal begrijpt, is de oplossing niet zo moeilijk meer: minimaliseer afval en energieverbruik, stop met alles zoveel te verplaatsen en gebruik meer mensen.

Het is echter niet gemakkelijk dit te bereiken. Een toenemend aantal mensen kiest er dan misschien wel voor uit de wegwerpcultuur te stappen door te bezuinigen of de ideologie van de “langzame beweging” te omhelzen, waarbij geprobeerd wordt de bezeten snelheid van het leven om te keren, maar een terugkeer naar pre-industriële methodes zal nooit een wereldwijde oplossing zijn. Techniek is nuttig, zeggen de Britse wetenschappers. Maar we moeten de innovatieagenda zo veranderen dat mensen belangrijker zijn dan techniek.

Minder goederen, meer diensten

Hoe zal het consumentengedrag na de wegwerpmaatschappij eruit zien? Om te beginnen zullen we veel meer producten van sustainable design kopen. Dit kan zo simpel zijn als het plaatsen van spaarlampen, efficiëntere wasmachines of het kiezen voor plaatselijk geproduceerde etenswaren met minder verpakking. Over het algemeen zullen we minder besteden aan materiële goederen en meer aan diensten. In plaats van een tweede auto te kopen, doen we bijvoorbeeld mee aan een auto-deel-netwerk. We zullen ook minder kopen en veel meer huren: waarom zelf dingen hebben als je ze amper gebruikt, vooral dingen die continu verbeterd worden?

Cradle to Cradle

Het Cradle to Cradle (C2C) ontwerpmanifest bevat een uitgebreide set richtlijnen voor duurzaam ontwerp. Auteurs William McDonough en Michael Braungart richtten zich niet enkel op het product in kwestie, maar ook op het productieproces, verkoop en distributie en de volledige recycling van zowel het product als alle industriële bijproducten. Wanneer in al deze aspecten het C2C protocol gevolgd wordt, schakelen ze aaneen tot een duurzame kringloop.

Duurzame producten zullen steeds vaker verkocht worden met een alvast bijgevoegde methode voor het weggooien – elektronische producten zullen zo worden ontworpen dat ze gerecycled kunnen worden, met de extra kosten al bij de verkoopprijs opgeteld als vooruitbetaling. Het gevolg van Chapmans idee van emotioneel, duurzaam design zal waarschijnlijk zijn dat we ons van massaproductie losmaken en in de richting gaan van op maat gemaakte artikelen en producten die met meer vakmanschap ontworpen en gemaakt worden. Bedrijven zullen hun winst vanuit massaverkoop vervangen door het onderhoud en de reparatie van producten die we kiezen omdat we ze willen houden – net zoals oma vroeger deed.

Enorme uitdaging

Chapman erkent dat het een enorme uitdaging zal zijn om ons te overtuigen minder goederen te kopen en juist die dingen te kopen die we willen houden. Op het moment is het door alle prijzenoorlogen goedkoper voor consumenten om iets te vervangen dan iets te repareren. Producten die ontworpen zijn op basis van duurzaamheid en emotionele tevredenheid, zijn zeer waarschijnlijk duurder, dus hoe kunnen we overtuigd worden de rommel achter ons te laten en in plaats daarvan voor duurzaamheid te kiezen? De Britse wetenschapper Cooper wijst erop dat velen van ons het al goed vinden om een premie te betalen voor kwaliteit en dat we ook de neiging hebben om duurdere goederen meer te waarderen en er meer om geven. Zelfs nu, zegt hij, zijn kwaliteit, duurzaamheid en efficiënt energieverbruik belangrijke overwegingen als we meubels en witgoed kopen en er is geen reden waarom deze overwegingen zich niet zouden uitstrekken naar andere gebieden, zoals kleding en speelgoed. Chapman is ook positief: “De mensen zijn er klaar voor om dingen langer te houden,” zegt hij. “Het probleem is alleen dat veel industrieën niet weten hoe dit moet.”

Het gros van de informatie in dit artikel is afkomstig uit het artikel Better by Design, dat eerder werd gepubliceerd in NewScientist en vakkundig is vertaald door Ingeborg van Hofwegen.

Reageren via Facebook

Reacties

Over Ingeborg van Hofwegen

Ingeborg is afgestudeerd aan de Vertaalacademie te Maastricht. Nu werkt ze als freelance vertaalster en vertaalt vanuit het Engels in het Nederlands. Ze is te bereiken via I.van.Hofwegen@gmail.com.