iCloud: de synchronisatiewolk van Apple /reageer

iCloud: de synchronisatiewolk van Apple

De iCloud van Apple verschilt wezenlijk van Googles clouddiensten. In techniek, maar vooral in beleving: geen zichtbare wolk van een ver bedrijf, maar een hoge achter-de-schermenfactor.

Zo’n tien jaar geleden, tijdens de wederopstanding van Apple gaf de toenmalige en huidige CEO Steve Jobs een presentatie over hoe zijn bedrijf de toekomst zag. Steeds meer consumentenproducten zouden digitaal worden (denk aan muziekspelers en fotocamera’s) en de personal computer zou het verzamelpunt worden waar alles samen komt, de zogenaamde Hub.

Voor een groot deel van het decennium klopte dit. De Mac kwam uitgerust met muziek- en fotoprogramma’s op het bureau van de consument terecht en die maakte dankbaar gebruik van het iLife pakket. Ook op Windows-PC’s werden foto’s, films en muziek centraal georganiseerd. Maar recentelijk raakte het systeem uit de gratie, mede vanwege het eindeloze synchroniseren tussen de diverse apparaten. Apple moest iets nieuws bedenken. Maar dat nieuwe was er al: de cloud.

Innovatief

Apple wordt vaak beschouwd als een van de meest innovatieve ondernemingen in de sector, misschien wel in de wereld. De producten, met de iPod, iPhone en recentelijk de iPad het meest in het oog springend, braken markten open en werden veel verkocht aan niet-technische mensen. De producten zijn gericht op de normale consument, eentje die geen behoefte heeft aan niet-noodzakelijke instellingen, tweaks, maar die wel aandacht heeft voor esthetiek en vormgeving. Of de vermeende status die Apple-producten met zich meebrengen.

Gezien deze innovativiteit is het opmerkelijk dat ze nu pas met een clouddienst komt. Nu is het Apple eigen om diensten van zo’n groot belang niet licht op te vatten. Evenals met ogenschijnlijk simpele functies als cut-copy-paste toevoegen in iPhone OS 3 destijds, willen ze het graag de eerste keer goed doen. De mislukking die MobileMe was bij introductie wil Apple koste wat kost voorkomen. De toekomst kan weleens heel afhankelijk zijn van deze dienst.

Afgelopen maandag was de presentatie daar: iCloud. De naam was eerder al prijs gegeven, maar wat de nieuwe dienst zou omvatten, en in welke vorm, was een geliefd onderwerp op weblogs en nieuwssites. Hieronder wordt verder uitgeweid over de toepassing en betekenis van iCloud, en hoe het wezenlijk verschilt van clouddiensten die Google aanbiedt.

‘It just works’

Tijdens de presentatie was it just works de catchphrase, zoals Apple die vaker hanteert in presentaties om een product een bepaald karakter mee te geven (bij de iPad was magical het toverwoord). iCloud bewaart je muziek, foto’s, apps, kalenders, documenten en overige content. Vervolgens stuurt hij alles automatisch door naar al je producten.

Dat klinkt eenvoudig. Wanneer je bijvoorbeeld een foto maakt met je iPhone, wordt deze automatisch verzonden naar de cloud, die het vervolgens naar je andere apparaten doorstuurt (mits verbonden met internet). Het gevolg is dat alle apparaten real-time gesynchroniseerd zijn. De foto is op alle apparaten aanwezig en altijd hetzelfde. En wat geldt voor foto’s, geldt ook voor het aanschaffen van apps, muziek, boeken en tijdschriften. Koop het op 1 apparaat, en het staat automatisch op al je andere apparaten. Je hoeft niet te uploaden en niets te downloaden. Het staat er gewoon op.

Het verschil met Google

Google’s core business is de cloud. Search, Picasa, Gmail, Google Calendar en Google Docs vind je van huis uit alleen in een webbrowser. Bij Google moet je immer online zijn, om bij je content te komen, via de browser. Het apparaat dat hiervoor gebruikt wordt is eigenlijk irrelevant. Dit is een verschil met de dienst van Apple, die vooral bedoeld is voor producten van Apple (en Microsoft Windows). De cloud is bij Google heel goed zichtbaar: het is de interface van de eerder genoemde diensten binnen de browser.

Wellicht een slechte woordkeuze, maar in iOS is de cloud vooralsnog niet iets tastbaars, maar iets wat in de diverse applicaties ingebouwd is. Alle data staat op een server ergens in North Carolina, maar dat gevoel is afwezig omdat je er simpelweg nooit mee te maken hebt. Je maakt een afspraak in de kalender en het volgende moment staat het op al je producten. Geen instellingen, geen repeterende acties. De achter-de-schermen-factor is enorm, en daar houden veel mensen van.

Dat brengt me tot het diepere, onderliggende verschil tussen Google en Apple: Google zet in op de internetbrowser, Apple zet in op applicaties. Dit komt duidelijk naar voren wanneer de nieuwe PC-besturingssystemen van beide tech-moguls worden vergeleken. In Chrome OS staat de browser aan de basis van het systeem, terwijl het nieuwe Launchpad in Mac OS X Lion een beginscherm van de iPad kopieert. Bij Apple is het het scherm het kader, bij Google de browser.

Goedkoop vs. duur?

De oorzaak hiervan lijkt bij de business modellen te liggen: waar Apple haar geld verdient met het verkopen van producten aan consumenten, verdient Google haar geld met het verkopen van consumenten aan adverteerders. Binnen apps wordt een stuk minder gezocht en kunnen zoekmachines als Google dus minder advertenties vertonen. Apple gokt op de toegevoegde waarde van native applicaties en op die manier haar i-producten te slijten.

Kiezen de consumenten voor goedkope tot gratis producten van Google of voor de dure producten van Apple? Waarschijnlijk zal de een succesvoller zijn dan de ander, maar de prijsafweging alsook de wens naar vrijheid in producten, zal bij consumenten zoveel verschillen, dat beiden waarschijnlijk niet verslagen het volgende decennium in gaan.

Reageren via Facebook

Reacties

Over Alexander Niemeijer

Alexander Niemeijer heeft een Corporate Finance master en werk als adviseur in het Oost-Nederland. Interesses betreffen technologie, Apple, finance, sport, filosofie, muziek en reizen.