Iedereen zijn eigen robotdubbelganger /1 reactie

Iedereen zijn eigen robotdubbelganger

De techniek heet claytronics (vrij vertaald: kleitronica). Het achterliggende idee: je computer stuurt zwermen van honderdduizenden of zelfs miljoenen nanorobots aan, die minder dan een millimeter groot zijn. Die minuscule apparaten moeten gezamenlijk - als een digitale bonk klei - de vormen van spullen, dieren of mensen aannemen.

Dat klinkt als een nogal fantastisch plan, maar de Amerikaanse computerwetenschappers Seth Goldstein en Todd Mowry zijn al een paar jaar serieus bezig met de ontwikkeling van claytronics. Ze hebben een onderzoeksbudget aan de Carnegie Mellon-universiteit in Pittsburgh en worden gesponsord door chipfabrikant Intel.

Magnetische kracht

“Stel je voor dat een computer je filmt met een speciale camera”, zegt Mowry in een telefonisch interview. “Je gedaante en bewegingen worden daarna in 3D nagebootst door een grote hoeveelheid nanorobots. Het is de bedoeling dat er piepkleine videoschermpjes van één pixel op de apparaatjes zitten. Op die manier kunnen de nanorobots niet alleen de vorm van een mens aannemen, maar ook gezamenlijk het uiterlijk van die persoon in de lucht projecteren. Je hebt dan niet het idee dat je naar een massa kleine robots kijkt, maar je ziet echt een mens.”

“Claytronics is geen sciencefiction”, zegt zijn collega Goldstein. “Het kan vijf jaar duren, of twintig jaar, maar het gaat echt werken. Het is al mogelijk om nanorobots te bouwen die maar een halve millimeter groot zijn. Dat is klein genoeg om er ingewikkelde vormen mee na te bootsen. We moeten de nanorobots alleen zo ontwerpen, dat ze geschikt worden voor claytronics. Ze moeten straks met elkaar communiceren en aan elkaar kunnen plakken, door magnetische kracht bijvoorbeeld.”

Proefmodel

Maar voorlopig kunnen Mowry en Goldstein nog helemaal niets nabootsen met nanorobots. De onderzoekers hebben nog maar één claytronics-proefopstelling gebouwd en die is niet echt indrukwekkend. Het model bestaat uit ronde robots van vier centimeter breed en drieënhalve centimeter hoog. Ze rijden rondjes en klitten af en toe aan elkaar met elektromagneten. In elk apparaatje zit een aparte microprocessor die de bewegingen van de robot stuurt. Het systeem bewijst volgens Mowry en Goldstein wel dat het idee van claytronics op grote schaal werkt.

Toch zitten er nog wat gaten in hun plannen: de stroomvoorziening van de apparaten bijvoorbeeld. De proefrobots rijden over een groot platform waar ze elektriciteit aan kunnen onttrekken. Maar de nanorobots kunnen straks niet allemaal in contact staan met zo’n platform. Ze moeten zich ook óp elkaar stapelen om voorwerpen na te bootsen. En ze zullen te klein zijn om een stroombron met zich mee te dragen. Goldstein en Mowry willen de apparaatjes daarom stroomgeleidend maken, zodat er een soort bewegend elektriciteitscircuit ontstaat als ze op elkaar ‘klimmen’.