Innovatie: 10 do's en don'ts /1 reactie

Do: De luiken opengooien

Ideeën en vindingen werden vroeger zorgvuldig afgeschermd voor de boze buitenwereld. Innoveren deed je in stilte en in je eentje. Dat hing samen met hoe de innovatie intern was georganiseerd. Die kwam doorgaans van technisch geschoolde mannen in afgeschotte labs of r&d-afdelingen. Dat beeld is radicaal veranderd.

Innoveren anno 2011 is juist de luiken opengooien en samenwerken. Dat geldt binnen de organisatie, waar r&d en de productie, de marketing en de verkoop steeds nauwer samenwerken of zelfs versmelten. Maar ook buiten de organisatie wordt steeds meer samengewerkt. Bijvoorbeeld in de vorm van co-creatie. De organisatie werkt dan nauw samen met een klant of toeleverancier, vaak rond een specifiek project. Ook zoeken bedrijven samenwerking met kennisinstituten.

Een verdergaande vorm is open innovatie, waarbij meer partijen samenwerken en ze de octrooien delen of aan een onafhankelijke derde organisatie afstaan. Hierbij is wel vaak het probleem wie de eerste stap zet. Ook kan het publiek worden ingeschakeld (crowdsourcing). Voor al deze vormen geldt: in plaats van kapers op de kust zijn derden potentiële bondgenoten geworden waar je niet meer buiten kunt. Om ze optimaal te gebruiken, moet de organisatie ook extern vertrouwen kunnen schenken, coalities aangaan en bereid zijn te investeren. Innoveren blijkt vervolgens sneller te gaan, meer op te leveren en bedrijven crisisbestendiger te maken dan als de deuren gesloten blijven. Dit element is volgens Inscope even belangrijk als investeren in de eigen werknemers.

Grootste voordeel: innoveren gaat sneller en levert meer op

Don’t: Naar de overheid kijken

Het is opvallend hoeveel vooral minder innovatieve bedrijven op de overheid vitten. Die geeft te weinig geld, vaardigt te veel regels uit, voert een verkeerd beleid… Veel van de klachten zijn niet op feiten gebaseerd. Zo heeft Inscope aangetoond dat overheidssubsidies geen invloed hebben op de innovatiekracht van bedrijven.

Onderzoek van de Algemene Rekenkamer suggereert eerder een omgekeerd verband: hoe meer geld uit Den Haag, hoe minder bedrijven zelf in innovatie investeren. Ook is de Haagse focus op innovatie zeker niet minder geworden. De geldstroom verdubbelde tussen 2003 en 2010 en organisatorisch en beleidsmatig (Innovatieplatform, topsectorenaanpak) is er in die periode juist veel op poten gezet rond innovatie. Al is er wel kritiek dat dat te veel de ‘harde’, technologische kant van innovatie betreft. Een klacht die aantoonbaar wél hout snijdt, is dat de Nederlandse overheid weinig als launching customer optreedt. In de jaarlijkse Global Competitiveness Index van het World Economic Forum scoort Nederland slecht op dit punt. Maar bedrijven laten zelf ook veel na. Ze kiezen bijvoorbeeld nog veel te weinig voor samenwerking met onderwijsinstellingen en kennisinstituten. Ook op dit punt scoort Nederland ver onder de maat in de Global Competitiveness Index.

Innovatieve bedrijven hebben daar een simpele oplossing voor. Ze stappen gewoon naar een school of instelling. Om docenten te leveren, gezamenlijk onderzoek te doen of stagiairs aan te trekken. De kosten zijn vaak gering en de opbrengsten groot.

Grootste nadeel: de verkeerde kant uit kijken

Reageren via Facebook

Over Redactie MT

Management Team is het grootste businessmerk van Nederland en praat ondernemers en managers bij over kansen in business, strategie, management en carrière.