Innovatie in de cultuursector: het Glasmuseum doet het zo
/reageer
-
door: Rob van Leeuwen over: management, strategie, businesstrends op: 22 juli 2011 In 2004 zag de toekomst er nog slecht uit voor het Nationaal Glasmuseum.
Tegenwoordig komt nog maar 15% van de 1.350.000 euro omzet uit subsidie.
Wie?
Arnoud Odding (Twitter), voormalig directeur van het Nationaal Glasmuseum, Leerdam
Wat?
Cultureel ondernemerschap?
Dit artikel is onderdeel van een serie over ondernemerschap in de culturele sector. Lees ook het inleidende verhaal: hoe de sector van het subsidie infuus af kan
Als Arnoud Odding in 2004 aantreedt als directeur van het Nationaal Glasmuseum, staan de zaken er slecht voor. Odding, die dan al een tijdje als adviseur bij het museum betrokken is, heeft te maken met troosteloze cijfers: 4 medewerkers, 1 vrijwilliger, 13.000 bezoekers per jaar en een omzet van 160.000 euro. In 2010 ziet dat plaatje er heel anders uit, inmiddels werken er 20 vaste medewerkers, helpen 150 vrijwilligers het museum, is het aantal bezoekers gestegen naar meer dan 90.000 en is een omzet behaald van 1.350.000 euro.
Verleden behouden
“De klus is volbracht”, zegt Odding dan ook. In de tussenliggende jaren is het museum gedigitaliseerd, het pand gemoderniseerd en uitgebreid, is een samenwerking met de glasblazerij tot stand gekomen en heeft het museum een vriendengroep van 1.400 glasliefhebbers om zich heen verzameld.
Odding: “Toen ik aantrad was het idee om een grote glasexperience buiten het centrum te ontwikkelen, maar ik heb het tegenovergestelde gedaan. Als je het verleden om zeep brengt, dan krijg je geen steun meer.”
Niet vergeten
Met de geschiedenis van het museum als uitgangspunt heeft Odding de gewenste vernieuwing doorgevoerd. Glas staat nog steeds centraal, maar wel op een andere manier. Zo werden uiteenlopende kunstenaars uitgenodigd om in een open ruimte nieuwe glasontwerpen te maken rond bepaalde thema’s.
Odding: “Die vernieuwing zorgde weer voor producten, die we in productie hebben gebracht. Met Piet Hein Eek hebben we bijvoorbeeld lampen ontwikkeld, Kamagurka maakte een eiertafel. Zo zijn we een soort bedrijf geworden, waarbij we per kunstenaar afspraken maken over de financiële voorwaarden. Het experiment bleef echter altijd voorop staan. Je moet nooit vergeten waarom je er bent.”
Het eerste volledig jaar (2005) dat Odding er was, draaide het museum op 60 procent subsidie tegenover 40 procent eigen inkomsten. Tegenwoordig staan de zaken er anders voor: circa 15 procent van de omzet is structurele overheidsfinanciering en 85 procent wordt uit heel verschillende bronnen verdiend zoals de winkel, opdrachten, workshops en bijzondere projecten.
In 2009 beschreef Arnoud Odding zelf het transformatieproces van het Nationaal Glasmuseum in een uitgebreid artikel.
Meer voorbeelden..
Innovatie in de cultuursector: het Wereldmuseum doet het zo
Innovatie in de cultuursector: Incubate doet het zo
Innovatie in de cultuursector: Marres/Art-Partner doen het zo
Innovatie in de cultuursector: Corpus doet het zo
Reacties
- Er zijn nog geen reacties.
- Reageer zelf















Reageren via Facebook