Column/ Made-in-China toch geen troep /5 reacties

Column: Michiel Markusse

Foto van de auteur

Michiel Markusse (1980) woont sinds 2004 in Shanghai (China) en heeft daar zijn eigen bedrijf opgericht, GlobalMatch, dat zich richt op het ondersteunen van Nederlandse MKB bedrijven die de stap naar China willen maken, zowel voor het opzetten van lokale vertegenwoordiging als voor het opzetten van directe inkoop- en productietrajecten.

De afgelopen weken is er veel gezegd en geschreven over rommel, troep uit China. Producten die een gevaar voor de gezondheid zijn.

Ik herhaal even het (voor iedereen welbekende, en zeker niet complete) rijtje:

- Barbiepoppen en ander speelgoed van Mattel en Toys ‘R’ Us
- Matrassen van Beter Bed
- Kinderkleding in Nieuw-Zeeland
- Babyslabbetjes

Verschillende producten met allemaal min of meer hetzelfde verhaal: een overschrijding van een bepaalde maximaal toegestane substantie (lood, formaldehyde, benzeen, andere giftige stoffen), of gevaarlijke onderdelen. De hele wereld valt over China heen, en in Amerika gaan zelfs stemmen op om invoer uit China maar helemaal te boycotten of in ieder geval zwaar te beperken.
Vooral Amerika is er goed in. Gedreven door de kans op rechtszaken van consumenten zijn Amerikaanse bedrijven nogal vlug met het terugroepen van producten bij bewezen risico’s. En om daarna natuurlijk de schuld en daarmee (financiële) verantwoordelijkheid weg te schuiven naar wie dan ook. In de huidige situatie gaat de schuld, op het eerste gezicht logischerwijs, naar de producerende partij… En die zit tegenwoordig in heel veel gevallen in China. Toch ligt het allemaal niet zo simpel…

Slechts 10% van alle speelgoedrecalls in Amerika in de afgelopen 20 jaar zijn veroorzaakt door productiefouten

Harde cijfers

Een eerste nuance moet gemaakt worden met betrekking tot het algemeen heersende gevoel dat “alles wat teruggeroepen wordt, uit China komt…”. In Amerika zijn statistieken dat in recente jaren 80 tot 95% (2005, 2006, 2007) van de speelgoed terugroepacties betrekking hebben op in China gemaakte producten. Dat lijkt een duidelijke conclusie: Chinees speelgoed zorgt voor bijna alle terugroepacties. Dat klopt, maar van al het speelgoed dat in recente jaren in Amerika is verkocht, komt in diezelfde periode ook 80 tot 90% uit China. Bijna perfect in verhouding, dus: speelgoed dat niet in China wordt gemaakt zorgt voor een evenredig deel van terugroepacties. Chinees speelgoed wijkt daarmee dus niet af van de algemene trend.

Daarnaast kun je je natuurlijk afvragen hoe de Chinese speelgoedterugroepacties in verhouding staan met terugroepacties van Amerikaanse en Europese bedrijven. Kijk bijvoorbeeld naar de auto-industrie. Terugroepacties voor honderdduizenden auto’s per keer zijn eerder regel dan uitzondering. Is een defecte airbag of een slecht functionerende reminstallatie minder erg dan iets teveel lood in een Chinees stuk speelgoed?

Waar ligt de oorzaak?

Ik richt me even verder op de speelgoedindustrie in Amerika voor een tweede punt. Waar ligt de daadwerkelijke oorzaak van een terugroepactie? Een onderzoek van het Asian Management Institute dat verbonden is aan de University of Western Ontario’s Richard Ivey School of Business heeft daar zeer interessante onderzoeksresultaten over:

Bijna 77 procent van de recalls is gedaan op basis van designfouten of -tekortkomingen zoals kleine afneembare onderdelen, scherpe randen, of lange koorden die een risico vormen voor verstikking en verwurging.

Slechts 10 procent van alle recalls in de afgelopen 20 jaar zijn gerelateerd geweest aan daadwerkelijke productiefouten, zoals bijv loodhoudende verf of defecte batterijen.

Dus ruim driekwart van de terugroepacties is veroorzaakt door ontwerpfouten. En wie maakt in de regel die ontwerpen? Juist, de Westerse opdrachtgevers en bedenkers van het speelgoed zoals Toys ‘R’ Us en Mattel. Kijk, daar schuift al heel wat verantwoordelijkheid weg van de Chinese fabriek, die in opdracht van een Westers bedrijf produceert. De problemen worden er niet minder op, maar het geeft wel aan dat de verantwoordelijkheid toch iets meer gedeeld moet worden.

Mismanagement

Een derde punt dat meespeelt is in mijn ogen een stuk mismanagement vanuit Westerse bedrijven naar Chinese fabrieken toe. Westerse bedrijven (en zeker de grote jongens als Walmart) doen zaken in China uitsluitend op hun voorwaarden, op hun manier. Dat betekent vooral: volledig tot op de bodem uitonderhandelde inkoopprijzen, puur gericht op grote volumes en voor de korte termijn. Voldoet een leverancier het jaar erop niet aan de wederom aangedraaide prijstarget, dan helaas: er staan tien andere fabrieken te wachten die die richtprijs wel zeggen te halen. Hoe? Het moet ergens vandaan komen, uit de lengte of uit de breedte: dus dan maar verdekt gebruik maken van goedkopere, verboden/niet goedgekeurde onderdelen en grondstoffen. Dit gebrek aan begrip en kennis van de Chinese zakenwereld en een verder gebrek aan inspectie en lokale vertegenwoordiging van Westerse kopers, houdt zo’n systeem in stand. Het opportunisme van de Chinees wordt keer op keer gevoed door de vooruitzichten op een mega-order van een mega-klant. En door de zucht naar meer en meer winst bij Westerse bedrijven (die steeds goedkoper willen inkopen) zorgen dat die molen ieder jaar weer draait. De deksel op de neus volgt dan later.

Zelfs de allergrootste bedrijven hebben hun lokale vertegenwoordiging en controle zeer slecht op orde

Hoe dan?

Het is helemaal niet zo moeilijk om met een Chinese fabriek samen te werken en wel goede resultaten te halen. Indien je lokaal aanwezig bent (zelf of via een partner), en je bent bereid om fabrieken een nette normale marktpijs te gunnen voor een hoge geaccepteerde productstandaard, dan haal je 99% van de problemen weg. Na grote recalls in Amerika, gaan bedrijven als Mattel en Toys ‘R’ Us nu pas zelf controles doen en een eigen team van ingenieurs aannemen die de kwaliteit moeten gaan waarborgen. Onbegrijpelijk dat ze dat nu pas doen, maar daardoor dus begrijpelijk dat kwaliteit tot nu toe niet volledig gewaardborgd is.

Nog een punt is een algemeen stuk onwetendheid bij Chinese fabrieken: voor de lokale Chinese markt gelden op veel gebieden andere eisen aan productiekwaliteit dan bijvoorbeeld voor een strenge markt als Duitsland. Een Westerse koper heeft in mijn ogen dan ook de plicht (al is het alleen al om zijn eigen levering en productie goedgekeurd te krijgen) om de kennis van zijn thuismarkt in te brengen bij de Chinese producerende partij. Dan gaat het over productiestandaarden, kwaliteitsprocedures en testcertificaten die nodig zijn, bijvoorbeeld. Pas dan onstaat er een tweezijdige samenwerking, waar iedereen voordeel bij heeft: productiestandaarden in China gaan dan omhoog, en Westerse kopers en consumenten krijgen producten die veilig(er) zijn.

Voorop staat dat ieder product dat een risico vormt voor de gezondheid van wie dan ook, in de basis een fout product is, en derhalve voorkomen moet worden. Prima dus dat daar actie voor wordt ondernomen en dat er druk ontstaat bij iedereen in de keten om de kwaliteit te verhogen. Maar de tendens om alle schuld en verantwoordelijkheid momenteel naar Chinese fabrieken te schuiven, is grote onzin en doet enorm tekort aan alle dingen die wel goed gaan in China.

Reageren via Facebook