Maïs in je autolak /reageer

beeld: Bart NoordoverNa drie maanden kon Noordover aan de slag met het juiste materiaal. De grootste uitdaging van zijn onderzoek lag vervolgens in het optimaliseren van de procescondities. De biologische monomeren zijn thermisch instabieler dan veel conventionele grondstoffen, hetgeen zich wreekt bij het opwarmingsproces.
Noordover wist uiteindelijk met een paar aanpassingen van het standaardprocedé de maximale temperatuur te beperken tot zo’n 200 à 220 graden Celsius.

Noordover werkte met poedercoatings. Deze hebben als voornaamste voordeel dat er geen oplosmiddelen nodig zijn en er dus minder milieubelasting is. Het grote nadeel is dat er na het aanbrengen van de coating op het oppervlak, het hele zaakje nog in de oven verwarmd moet worden voor een laatste processtap.
Van de monomeren maakte hij in eerste instantie relatief korte polymeren met reactieve uiteindes: de ‘poederpolymeren’. Nadat deze materialen op het oppervlak zijn aangebracht, vloeien zij uit in de oven, terwijl tegelijkertijd een reactie optreedt die leidt tot een supersterk polymeernetwerk.

Opgetogen

De Eindhovense promovendus is bijzonder opgetogen over zijn resultaten. “Het was de bedoeling om bio-coatings te maken die nog beter zijn dan de conventionele coatings. En dat is gelukt.” Uit verschillende testen bleken de mechanische en chemische resistentie van de coatings even goed te zijn. “Of je met oplosmiddel probeert het eraf te poetsen, of als je probeert krassen of deuken te maken; mijn bio-coatings kunnen er heel goed tegen.”

Op één eigenschap wist hij de bestaande coatings zelfs te overtreffen. “Het probleem van de aardoliegebaseerde verven is dat deze niet kleurvast zijn. Dat zie je bijvoorbeeld bij witte wasmachines of bij gebouwpanelen die na verloop van tijd onder invloed van uv-licht een gele kleur krijgen.” De oorzaak van die verkleuringen ligt in de aromatische structuren die in het materiaal voorkomen. Bij de bio-gebaseerde coatings heb je daar geen last van, omdat daar zogenoemde alifatische structuren aanwezig zijn - en die zijn minder uv-gevoelig.

Florida

Normaal gesproken wordt de kleurvastheid van verven en coatings getest in grote testvelden in Florida. Daar liggen panelen soms wel jaren te bakken in het zonlicht om de effecten van uv-straling te meten. “Daar had ik in mijn promotieonderzoek helaas geen tijd voor”, zegt Noordover met een lach. Naast een kleurloze coating heeft hij ook een witte coating gemaakt, die hij op uv-resistentie kon testen.

“In plaats van een reisje te maken naar het zonnige Florida, heb ik mijn geverfde objecten maar gewoon in mijn Eindhovense lab onder een soort zonnebankje gelegd”

Graag had hij ook andere kleuren proberen te maken, maar dat moet de promovendus overlaten aan vervolgonderzoekers. “Ik heb wel mijn witte coating nog kunnen testen. In plaats van een reisje te maken naar het zonnige Florida, heb ik mijn geverfde objecten maar gewoon in mijn Eindhovense lab onder een soort zonnebankje gelegd. Met een zorgvuldige instelling van de uv-straling kon ik na drie maanden goede testresultaten verkrijgen.”