Dutch Design is leuk maar veel te duur /2 reacties

Dutch Design is leuk maar veel te duur

Klinkt het alleen lekker, Dutch Design, of is het ook echt iets? Volgens het Amerikaanse blad Time is er geen twijfel: Nederland is een ‘School of Cool’. Maar dat wil niet zeggen dat er meteen goud te verdienen valt.

Begrip

Dutch Design is met rasse schreden een begrip aan het worden. In een themanummer van het Amerikaanse tijdschrift Time wordt Nederland geroemd om zijn ‘breeding ground’ voor de betere concepten die de wereld van het unieke en kunstzinnige ontwerp domineren. Met name genoemd wordt de Design Academy Eindhoven, waar zo vele talenten afstudeerden, aan zo vele afdelingen met ‘geheimzinnige’ namen als Man and Living; of Man and Identity. Bedrijven als Nike en Swarovski weten de weg naar Eindhoven feilloos te vinden, schrijft Time lyrisch, als ware het een advertentie van de opleiding zelf.

Strikt genomen heeft Dutch Design zijn oorsprong in het meubelontwerp. De grappige ondertoon is daarin opvallend. Niet per se functioneel, maar meer conceptueel. Zoals een modeontwerper extravagante kleding ontwerpt met kenmerken die later in de confectie-industrie opduiken.
Dutch Design is daarmee vooral een trendsetter en is zich op die manier als imago van Nederlandse ontwerpers aan het verspreiden naar andere disciplines. Niet alleen in Eindhoven is er een ‘School of Cool’. Ook afgestudeerden van andere hogescholen en kunstacademies in Nederland exposeren binnen afzienbare tijd in New York of Milaan. Meubels, huishoudelijke apparaten, kunstige hebbedingetjes, websites, grafisch ontwerp, mode of een compleet huis, Nederlandse jonge ontwerpers weten hun stempel internationaal te drukken.

TU’s

een BugabooHoewel Dutch Design historisch voortkomt uit de hoek van de kunstzinnige ontwerpen, profileren meer en meer innovatieve technische ontwerpers en industrieel ontwerpers zich met het begrip Dutch Design. Ook de technische universiteiten van Delft, Eindhoven en Enschede leveren talenten af. Deze afgestudeerden komen terecht bij consumentenbedrijven als Philips, maar ook bij vliegtuigbouwers zoals EADS. Sommigen vestigen zich als industrieel ontwerper. Voor de investeerder is dat de interessantste doelgroep.
Neem de kinderwagen Bugaboo, van ontwerper Max Barenbrug en arts Eduard Zanen. Er is sinds 1997 lang en hard gewerkt om het afstudeerontwerp in de markt te zetten. Op eigen kracht, met een beetje geld en de steun van de televisieserie Sex and the City, waar hij voorbij kwam, werd het een internationale hit.

Prijskaartje

‘Nederlandse vormgeving verlegt grenzen en transformeert bestaande begrippen tot frisse, nieuwe concepten.’ Dat schreef de folder die hoorde bij de tentoonstelling The foreign affairs of Dutch Design, twee jaar geleden in de Beurs van Berlage in Amsterdam. ‘Nederlandse vormgeving is opgebouwd uit rotsvaste ideeën, een inventief gebruik van materialen en de toepassing van verregaande technische innovatie. Door deze unieke combinatie van factoren zijn er spectaculaire resultaten behaald, zowel economisch als artistiek.’

Mooie woorden, maar ze worden nog niet gestaafd door de werkelijkheid. Aan design hangt ten slotte vaak een stevig prijskaartje en dat heeft een kleine markt tot gevolg. Dat de artistieke kwaliteiten van het Nederlandse ontwerp wordt gewaardeerd, is wel bekend.
De commerciële potentie van het Nederlandse ontwerp is nog onduidelijk. Een uithangbord voor de massa, zoals Ikea is geworden voor het Zweedse houtontwerp, heeft de Nederlandse ontwerpschool niet. De interessantste investeringen zijn toch vaak die waarbij een startkapitaal voldoet om een langlopende omzet te maken. Een voorbeeld daarvan is het vrouwelijk urinoir van Marian Loth. Koninklijke Sphinx heeft deze Lady P met succes op de markt gebracht.