Dutch Design is leuk maar veel te duur
/2 reacties
Arbeidsintensief
Nederland levert vaker internationale winnaars. Niet alleen op het gebied van de Dutch Design, maar ook vanuit de scholen van de industrieel ontwerpers. Maar een product in de markt zetten op eigen initiatief en met hulp van investeerders, is een langdurig en arbeidsintensief verhaal. Het Amsterdamse ontwerpbureau Springtime bouwde de Big O, een combinatie van een klein fietswiel en een skate. Sportfabrikant Nike had interesse, maar haakte af. Het product is nog niet te koop. Springtime probeert nu kleinere investeerders te trekken.
Bluf
Ook de Delftse student Crijn Bouman probeert een zelfontworpen product in de markt te zetten met behulp van investeerders en zijn eigen bedrijf Epyon. Het gaat om zijn FHybrid, een superzuinige scooter op waterstof. Vooralsnog zonder succes.
‘Het is onmogelijk het succes van een ontwerp te voorspellen,’ zegt ontwerper Michiel van der Kley. ‘Een goed product verkoopt zichzelf maar ten dele. Wat ook nodig is, is een goed netwerk, een beetje geluk en wat bluf.’ De designwereld brengt ook veel gebakken lucht voort, weet Van der Kley. Protserige kitsch dat voor veel geld wordt verkocht als een hoogwaardig product, alleen omdat iemand zich als ontwerper weet te verkopen. ‘In dat geval zou een investeerder meer nog voor de persoon gaan dan voor de producten. Mij ligt dat niet,’ zegt de ontwerper uit Tilburg.
Kansen
Van der Kley ziet overigens wel kansen voor het vermarkten van zijn ideeën met hulp van investeerders, en wil dat ook graag. ‘Ik heb tot nu toe geen ervaring met investeerders gehad,’ vertelt hij. ‘Ik heb er al wel vaker over lopen fantaseren. Eens in de zoveel tijd heb je een ontwerp waarvan je weet dat het goed is, maar die moeilijk onder te brengen zijn bij één fabrikant. Vaak gaat het dan om ontwerpen die bijvoorbeeld een brug slaan tussen twee verschillende industrieën.’
Van der Kley geeft het voorbeeld van zijn I-Con I, een bureau met geïntegreerd een computer en een beeldscherm. ‘Daar is interesse voor geweest,’ vertelt hij. ‘Maar dan moet ik voor de verschillende onderdelen, het meubel en de pc, bij verschillende fabrikanten langs. Dat werkt niet, en dan zou je graag in contact komen met iemand die kon investeren.’
Nieuwe ontwikkelingen
Het Nederlandse ontwerp, en de Nederlandse ontwerper, is voorlopig nog flink in opmars.
De meest kansrijke, kleinschalige initiatieven zijn op dit moment de nieuwe ontwerpbureaus in de gametoepassingen en de vormgeving van software. Bij de Hogeschool voor de kunsten in Utrecht zijn dit voorjaar de eerste inschrijvingen gestart voor een nieuwe afstudeerrichting: Experience Design. De richting leidt ontwerpers op die communicatietoepassingen bedenken voor bijvoorbeeld mobiele telefoons, organisers, navigatiesystemen in auto’s en handheld game consoles.
Pseudoniem
Het lijkt logisch dat investeerders vooral kijken naar de potentiële omzetten. Een ontwerper wordt dan beoordeeld op wat zijn ideeën hebben opgebracht, meer dan hoe innovatief ze zijn. Dat is ook logisch. Hoe zou een investeerder kunnen beoordelen wat de waarde is van een ontwerp, anders dan op basis van een eventuele omzet. Wat dat betreft is de hele ontwerpwereld vercommercialiseerd, weet Van der Kley. Wie vroeger voor Ikea ontwierp, hield dat liever stil en deed dat onder pseudoniem. ‘Het waren lucratieve klussen maar ze werden in het ontwerpwereldje niet gewaardeerd. Dat is anders sinds bekende ontwerpers als James Irvine en Hella Jongerius ontwerpen deden voor de meubelgigant.’
Gamma
Ontwerpen voor het grote publiek kan dus wel, en loont ook als je daarmee kunt aantonen dat je ideeën aanslaan. Maar de moeilijkheid met veel ontwerpers is dat ze het ontwerpen beschouwen als een kunstvorm, de verdiensten lijken bijzaak. De meeste ontwerpers leven dan ook van subsidies en uitkeringen. Alleen een enkeling kan leven van wat hij verzint. Het verkopen van hun product beschouwen ze vaak als het werk van anderen. En dat is niet de meest kansrijke houding om een nieuw ontworpen product op de markt te krijgen.
Maar Dutch Design, of liever gezegd: de Nederlandse ontwerper, zal een trend blijven zetten, dat weet Van der Kley zeker. ‘De halve wereld let op Nederland,’ zegt hij. ‘Ik zie het regelmatig gebeuren. Dan komt er een ontwerp voorbij waarvan ik denk: wow! En dan ligt het drie jaar later bij de Gamma.’














Reageren via Facebook