Nieuws/ Nederlandse onderzoekers weerleggen Chomsky's taaltheorie /2 reacties
| door: | Redactie Sync |
|---|---|
| over: | biologie, informatica, communicatie |
| op: | 2 juni 2008 |
Onderzoekers van het Institute for Logic, Language and Computation (ILLC) van de UvA weerleggen de theorie van Chomsky over taalverwerving door kinderen. In hun prijswinnende onderzoek laten ze zien dat kinderen een taal niet leren aan de hand van een aangeboren grammatica, maar dat de grammaticale eenheden waaruit kinderen zinnen samenstellen stapsgewijs abstracter worden naarmate kinderen groter worden.
In hun paper Children’s grammars grow more abstract with age - Evidence from an automatic procedure for identifying the productive units of language schrijven onderzoekers Gideon Borensztajn, Jelle Zuidema en Rens Bod dat kinderen taal leren aan de hand van generalisaties over concrete taalwaarnemingen.
Chomsky’s hypothese
Hoe kinderen hun moedertaal leren, is een onderwerp dat taalwetenschappers blijft bezighouden. Grofweg gezegd baseren de theorieën hierover zich op twee tegenovergestelde uitgangspunten. Aanhangers van Noam Chomsky’s generatieve grammatica gaan ervan uit dat kinderen de essentie van de grammatica van hun moedertaal bij hun geboorte meekrijgen, compleet met abstracte regels en grammaticale categorieën.
Volgens Chomsky’s continuïteitshypothese zijn grammaticale regels en categorieën onveranderlijk, en werkt een mens vanaf zijn eerste woordjes tot het eind van zijn leven in principe met dezelfde grammaticale eenheden.
Na de geboorte
Aanhangers van Chomsky worden tegengesproken door wetenschappers die trachten te onderbouwen dat kinderen al hun kennis over taal na de geboorte verwerven op basis van hun omgeving. Deze aanhangers van de constuctiegrammatica en datageoriënteerde taalkunde stellen dat taalregels bestaan uit een dynamische verzameling van constructies van diverse afmetingen en maten van abstractie. Zij hebben gevonden dat er een geleidelijke overgang plaatsvindt van heel concrete constructies naar abstractere constructies met open ‘posities’, die steeds meer gaan lijken op volwassen grammaticale regels.
Tot op heden was er slechts fragmentarische ondersteuning voor de laatste visie, gebaseerd op maar een handvol voorbeelden. Het onderzoek van de Uva-onderzoekers ondersteunt met behulp van zelfontwikkelde modellen en op basis van een grootschalige analyse de hypothese dat de abstractie van de kindergrammatica toeneemt.
Prijs
De onderzoekers ontvingen voor hun onderzoek de internationale Cognitive Science 2008 best paper award in Applied Cognitive Modeling. De prijs, die bestaat uit een award en een geldbedrag, wordt in juli uitgereikt op het jaarlijkse internationale congres voor de cognitiewetenschappen (CogSci 2008) in Washington D.C.















Reageren via Facebook