Onze drang tot samenwerken evolutionair bepaald /reageer

Onze drang tot samenwerken evolutionair bepaald
  • door: Ilse Naus
    over: biologie, genetica, psychologie
    op: 23 augustus 2013
  • Samenwerking zorgt voor stabiele relaties binnen de groep en in sommige gevallen voor genetisch voordeel

  • Cognitieve capaciteiten zijn bij de mens verder ontwikkeld, moraliteit is de basis

De mogelijkheid om samen te werken is niet uniek voor de mens. Het wordt gezien als een gedeelde eigenschap onder zowel de apen als de mens. Studies met mensapen tonen veel gelijkenissen met de mens, zoals onze behoefte voor sociale interacties en het opbouwen van relaties. Maar samenwerking wordt verondersteld verder cognitief ontwikkeld te zijn bij de mens. Twee of meer personen werken samen wanneer een resultaat wordt bereikt waar minimaal één persoon voordeel van heeft, en wat niet (zo snel) bereikt zou zijn als ieder individueel werkt. Soms zijn we bereid iets voor een vreemdeling te doen, waar we zelf geen voordeel van hebben, “altruïstische samenwerking” genoemd.

In strijd met natuurlijke selectie

De evolutionaire biologie is vaak tegen het probleem aangelopen dat alle vormen van samenwerking regelrecht tegen de natuurlijke selectietheorie van Charles Darwin in gaan. Natuurlijke selectie zorgt namelijk voor het doorgeven van de juiste genen van een individu. Het laat geen ruimte over voor altruïstische samenwerking met niet-bloedverwanten, waarbij genen geen voordeel zouden hebben. Biologisch gezien gaat het dan namelijk ten koste van de persoonlijke reproductie, omdat het de overlevingskans van het individu verkleint. Waarom werken we dan samen? Verklaringen hiervoor vinden we in de sociale structuur van chimpansees.

Frans de Waal

Frans de Waal doet onderzoek naar samenwerking onder een groep chimpansees in zijn Yerkes Primate Research Centre in Atlanta. Radiolab laat in een interview met hem horen wat er gebeurt op het moment dat hij een aantal takken van een braamstruik in de chimpanseegroep gooit. Chimpansees zijn dol op bramen. Vanzelfsprekend zorgen de braamtakken voor veel onrust in de groep, totdat de alfachimpansee verschijnt, een mannetje. Samen met enkele hoger geplaatste vrouwtjes in de hiërarchie worden de takken vervolgens verdeeld onder de chimpansees, een enkel opstootje daargelaten. Het delen van voedsel is hier een vorm van samenwerking waar ieder profijt van heeft.

Stabiele relaties

Ook andere vormen van samenwerking komen veel voor bij chimpansees: het gezamenlijk zorgen voor de jongen, vlooigedrag, gezamenlijke jacht van vooral mannelijke chimpansees, coalitievorming en territorium verdediging. Dit zorgt voor stabiele relaties binnen de groep, gebaseerd op vertrouwen, tolerantie, wederkerigheid en voorspelbaarheid. Nog hechter zijn de broederlijke bondgenootschappen en vrouwelijke familiebanden, zoals moeder- dochter relaties, binnen een groep chimpansees. Deze zijn ook om een andere, genetische reden gevormd. Ze helpen elkaar omdat dit voor beiden voordelig uit kan pakken: het verhoogt de kans op overleving en voortplanting en daarmee het doorgeven van (deels) hun eigen genen. Dit betekent dus dat samenwerking wel voor natuurlijke selectie kan zorgen en niet per se tegen de theorie van Darwin in gaat, zoals lang is aangenomen in de biologie.