Ook in wetenschap geldt: alles voor de kijkcijfers /12 reacties

Populariseren van onderzoek

Om een onderzoek interessant te maken, kan een wetenschappers het publieke discours opzoeken. De media dus. Het populariseren van onderzoek heet dit. De Duitse sociale wetenschapper Peter Weingart noemt dit het ‘overbiedingsdiscours’: wetenschappers beconcurreren elkaar in het zo aantrekkelijk mogelijk maken van hun onderzoek om zo publieke gelden binnen te halen.

Paul Vlaardingerbroek doet op de Tilburgse universiteit onderzoek naar familie- en jeugdrecht en zegt zichzelf hier niet in te herkennen: ‘Ikzelf ervaar de druk om te publiceren nauwelijks. Maar het zal voor minder in het nieuws voorkomende disciplines best wel lastiger zijn om interessant vernieuwend onderzoek uit te voeren. Uiteraard zullen er altijd onderzoekers zijn die willen scoren op hun terrein en daar is mijns inziens niets mis mee, zolang het maar op een eerlijke manier gebeurt. Het risico van het willen scoren is uiteraard wel dat men voortijdig met onderzoeksresultaten naar buiten komt of onderzoeksresultaten opklopt.’

Diederik Stapel
De fraude van Diederik Stapel is in dit licht een anomalie. Maar soms kunnen anomalieën wijzen op een patroon. Fraude plegen is een heel andere categorie dan het via de media proberen te populariseren van bepaald onderzoek. Maar de spotlights blijven roepen. Wetenschappers die lijden aan een mediageilheid kunnen niet alleen de publieke geloofwaardigheid van de wetenschap schade toebrengen, maar ook het wetenschappelijke debat zelf. Voor een in goed debat zijn namelijk tijd en rust nodig om tot nieuwe inzichten te komen.

Moeizaam proces

Juist die tijd en rust zijn in een era waarin de omloopsnelheid van informatie enorm is toegenomen onder druk komen te staan. Het publiek is uitermate kritisch en het monopolie op wetenschappelijke kennis ligt al lang niet meer binnen de muren van de universitaire enclaves. En dus is de verleiding om heel snel heel spraakmakende resultaten te publiceren groot. Die resultaten worden namelijk verwacht.

Hier wringen schoenen. Volgens de heersende wetenschapsopvatting van Karl Popper is te beargumenteren dat het streven naar snel resultaat wel op gespannen voet móet staan met de wetenschappelijke praktijk: de constructie van feiten, en dus van kennis, is per definitie een lang en moeizaam proces. Een theorie wordt gepresenteerd, experimenten herhaald en, waar mogelijk, resultaten weerlegd. Wetenschappelijke kennis is dus per definitie gebaseerd op een, in het beste geval, aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid.

Deze paradox bestaat volgens Walther Verhoeven van de Universiteit van Tilburg vooral omdat hier twee werelden botsen die inherent van elkaar verschillen, maar elkaar toch nodig hebben: ‘Wetenschapsjournalisten en wetenschapsvoorlichters hebben de taak om de kloof tussen wetenschap en het brede publiek te helpen overbruggen. Dat levert talloze aantrekkelijke artikelen en uitzendingen op. Natuurlijk gaat het weleens fout, omdat media en wetenschap twee totaal verschillende werelden zijn, die elkaar niet altijd goed begrijpen, en omdat de samenleving moeilijk kan omgaan met twijfels die er in de wetenschappelijke wereld per definitie zijn. Dat is bijvoorbeeld aan de orde met de beeldvorming rond klimaatverandering.’

Het klimaat en NASA

Klimaatverandering is zo’n onderwerp waaruit toenemende publieke scepsis tegenover de wetenschap als instituut naar voren komt. Het volk verwacht resultaten en als die uitblijven wordt het volk sceptisch. Het te snel overgaan tot publicatie van dan nog hypothetische resultaten of overdrijven van de impact van het gedane onderzoek is dan verleidelijk. Ad Vingerhoets van de Universiteit van Tilburg legt de vinger op de zere plek: ‘Wetenschap is niet altijd resultaatgericht, je weet nooit of je resultaten praktisch inzetbaar zijn. Maar het grote publiek, dat de wetenschappelijke praktijk niet kent, verwacht dit wel. Zo wordt er bijvoorbeeld gewerkt aan een nieuwe, nauwkeurigere versie van de tomtom. Daar heb je ook natuurkunde en de relativiteitstheorie voor nodig. Ik kan me niet voorstellen dat Einstein een navigatiesysteem in zijn achterhoofd had toen hij aan de relativiteitstheorie werkte.’

Om het publiek te winnen poogt men wel eens om wetenschappelijke onderzoeken met veel aplomb de media in te lanceren. Zeker als er veel geld op het spel staat. Een recent voorbeeld hiervan is de ontdekking die de toch al onder druk staande ruimtevaartorganisatie NASA, eind vorig jaar in het Californische Monomeer gedaan zou hebben.

NASA vindt nieuw leven, aldus weblog Gizmodo

Hier zouden onderzoekers onder auspiciën van de NASA een bacterie gevonden hebben, die arseen in zijn DNA en eiwitten inbouwt. Tot dan toe ging de wetenschap ervan uit dat al het leven op aarde gebaseerd is op een zestal chemische elementen: koolstof, zuurstof, waterstof, stikstof, zwavel en fosfor. En dus niet op arseen. Details van het onderzoek lekten uit voor de officiële publicatie en de NASA voedde de speculatie nog eens door te spreken over ‘buitenaards leven’. Het ging echter gewoon om bacteriën, afkomstig van onze eigen aarde. Vervolgens barstte er een storm van kritiek los over de methode en conclusies van het onderzoek en stelden sommige wetenschappers dat een artikel als dit nooit gepubliceerd had mogen worden.

Publicatiedruk

Dit soort mediageilheid is binnen de wetenschap eerder uitzondering dan regel, legt Walther Verhoeven van de Universiteit van Tilburg uit: ‘Een onderzoeker die op basis van hypotheses aandacht zoekt via publieksmedia, krijgt het moeilijk, zowel in zijn of haar wetenschappelijke omgeving als in de media. Uit mijn ervaring in de medische wetenschappen weet ik hoe belangrijk het is dat een onderzoeker niet te vroeg naar buiten treedt en valse verwachtingen wekt. Ook het voorbeeld van de arseenbacterie is duidelijk. Het zelfreinigend vermogen van de wetenschap heeft daarbij goed gewerkt. Al op de dag van het grote nieuws van de NASA hoorde ik wetenschappers in de media – ook in Nederland – die dit bericht ernstig in twijfel trokken. De NASA zal een volgende keer wel iets langer nadenken als ze haar reputatie wil verbeteren.’

De relatie tussen wetenschapper en media blijft echter nodig, hoe ambigu deze ook is. Het besteden van publiek geld aan wetenschappelijk onderzoek moet uiteindelijk verantwoord kunnen worden. Dit heeft voordelen maar draagt ook potentiële nadelen in zicht. Het simpele bestaan van een lijst als de Tilburgse Mediatop duidt op in ieder geval enige publicatiedruk. In de praktijk zeggen de meeste onderzoekers deze druk niet zo te ervaren.

Toch maar populariseren?

Toch brengt tranenonderzoeker Vingerhoets hier een belangrijke nuance aan: ‘We hadden laatst hier een jonge onderzoeker met een perfect uitgevoerd onderzoek. Hij had zijn werk prima gedaan. Alleen de resultaten bleken niet per sé interessant te zijn. Een belangrijk blad als Science kent een zeker publicatiebeleid. Is je onderzoek goed maar je resultaten niet heel erg spectaculair, dan wordt er niet gepubliceerd. Heel vervelend, zeker als jonge onderzoeker. Ik kan me voorstellen dat als je dat vaker meemaakt, je wel wat hijgerige trekjes richting media kunt gaan ontwikkelen om je onderzoek en dus ook je reputatie wat te populariseren.’

Populariseren van wetenschappelijk onderzoek is niet per definitie iets slechts, vindt Ferry Koster: ‘Populariseren zou ik niet gelijkstellen aan mediageilheid. Er zijn heel goede voorbeelden van wetenschappers die op een heel verantwoorde manier hun resultaten uitleggen aan een breed publiek, op een verstandige manier, zonder hijgerig te worden. Maar die hijgerige wetenschappers, daarvan zijn er helaas wel te veel. Eigenlijk zou de regel moeten zijn dat zij pas hun resultaten naar buiten brengen nadat het langs de gebruikelijke weg is gecontroleerd door het wetenschappelijke forum.’

Reageren via Facebook

Over Hans Wetzels

'De onderste steen bovenkrijgen' of, iets minder pretentieus geformuleerd, 'hoe zit dat nou precies?', zijn kernzinnen in het werk van Hans Wetzels (Heerlen, 1982). Als freelance journalist liep hij eerder rond over de stofvlakten van West-Afrika en praatte met vluchtelingen in kampen in Frankrijk. Om uit te zoeken wat er nu precies aan de hand is en de lezer nieuws te brengen dat er toe doet. Als freelancer en als schrijver probeert hij de realiteit te ontrafelen en staat te springen om voor Sync de lezer op de hoogte te houden over de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van innovatie en ondernemen.