Op zoek naar de chip met een hartspier /1 reactie

Stoeptegel

De volgende stap volgde door een fout in de fabriek van Philips in Hamburg. In een experiment deponeerden ze daar eerst een laagje polyamide op de silicium wafer voor ze hem op het glas plakten. Nu moet je een stuk glas wel goed voorbehandelen met primer voor je het op een chip drukt. Anders pakt het niet. De Hamburgers maakten daar een fout mee en dat zorgde voor een verrassing toen ze de wafer uit het etsbad visten. Daar dreef een filmpje van polyamide, met alle circuits erop.

‘De circuits bleken nog te werken ook’, glundert Dekker. ‘Je hebt helemaal geen substraat nodig. Een velletje polyamide van tien micrometer is genoeg om de circuits bij elkaar te houden.’ Hij laat een voorbeeld zien, een transparante film waarop de circuits zich duidelijk laten onderscheiden. ‘Je blijkt het te kunnen oprollen tot een kromtestraal van minder dan één millimeter.’

Omdat er een heel siliciumproces aan voorafgaat zijn deze chips vele malen duurder dan de flexibele chips die Philips ook maakt, maar die met druktechnieken direct op plastic worden aangebracht. Die zijn bedoeld voor simpele toepassingen, bijvoorbeeld ter vervanging van de barcode op verpakkingen: zo’n chip moet eigenlijk minder dan een cent kosten. Dekkers flexibele chip is vooral handig waarbij complexe elektronica flexibel beschikbaar moet zijn, bijvoorbeeld in medische toepassingen.

De cellen hechtten zich weer aaneen en begonnen te kloppen

Levende chips

Omdat Philips steeds meer inzet op medische systemen, lopen daar steeds meer medici en biologen rond. Daar raakte hij als vanzelfsprekend mee aan de praat en op een gegeven moment schoof iemand hem een paper van Harvard toe, dat hem misschien zou interesseren. De Amerikaanse onderzoekers hadden een klompje hartspierweefsel losgeweekt tot afzonderlijke cellen, die in een mal gestopt en op een uitrekbare ondergrond gestempeld. De cellen hechtten zich weer aaneen en begonnen te kloppen, net zoals ze in een echt hart zouden doen. Het effect was dat ze in een glaasje vloeistof gingen zwemmen.

‘Ik besefte onmiddellijk dat deze medici een proces hadden gebruikt dat vergelijkbaar is met de fabricage van chips’, vertelt Dekker enthousiast. ‘Ze hadden een rubberen ondergrond gebruikt, maar ik dacht: waarom zou je mijn chips niet als ondergrond gebruiken?’ Hij heeft het nieuwe vakgebied, op de grens van silicium en weefsel, voorlopig ‘living chips’ genoemd.