Overgewicht? Geef jezelf de schuld ... of je vrienden!
/4 reacties
Body Mass Index
De Body Mass Index (BMI), uitgevonden door Adolphe Quételet en daarom ook wel Quételetindex genoemd, is een index die aangeeft hoe de verhouding is tussen de lengte en het gewicht van een volwassene. Oorspronkelijk is de BMI bedoeld om aan te geven of een gehele populatie een overgewichtsprobleem heeft, maar gaandeweg de jaren is men hem ook voor individuen gaan gebruiken. Aan de hand van de waarde kan bepaald worden of iemand onder- dan wel overgewicht heeft.
De BMI wordt berekend aan de hand een formule waarbij men het lichaamsgewicht in kilo’s deelt door het kwadraat van de lichaamslengte in meters. Indien de uitkomst een index van minder dan 18 is, lijdt men aan ondergewicht. Bij een index tussen de 18 en 25 heeft iemand een normaal gewicht; tussen de 25 en 30 gaat het om overgewicht. Met een BMI boven de 30 is iemand obees. Van morbide obesitas spreekt men indien de uitkomst hoger is dan 40.
Overigens is de BMI slechts een globale index, gebaseerd op enkel mannen. Wil men echt een goede inschatting van overgewicht maken aan de hand van deze index, dan moet men ook gaan letten op zaken als geslacht, leeftijd en lichaamsbouw.
Die 2,5 kilo gewichtstoename lijkt op zich niet veel, maar ze kunnen wel degelijk het onderscheid maken tussen overgewicht en obesitas. Of iemand namelijk obees is, bepaalt men onder andere aan de hand van de Body Mass Index (BMI). De grens of iemand obees is, ligt over het algemeen bij een BMI van 30. Een grens die je als man of vrouw makkelijk kan bereiken met een gewichtstoename van 2,5 kilo: iemand van 1.80 meter die 94,7 kilo weegt, hoeft die 2,5 kilo maar aan te komen en de uitkomst van de som is: obesitas.
Sociale epidemie: quarantaine aangewezen?
Christiakis spreekt dan ook van een ’sociale besmetting’: “jouw beeld van het ideale lichaam verander je door te kijken naar de mensen om je heen.” Vrienden hebben over het algemeen meer invloed op elkaar, waarbij in de meeste gevallen dus het (extreem) dik zijn normaal gevonden wordt. Als jij dan zelf ook obees wordt, beïnvloed je daarmee weer andere vrienden, die weer hun vrienden en die weer hun vrienden. Een soort kettingreactie die nauwelijks te stoppen lijkt en volgens Christiakis dan ook op een sociale epidemie begint te lijken.
Een logische conclusie zou dan dat iemand in quarantaine moet als die de rest dreigt te besmetten. De oplossing ligt echter niet zo simpel en het is ook helemaal niet de bedoeling, aldus James H. Fowler (University of California, San Diego), die meewerkte aan het onderzoek.
Volgens hen is het niet de bedoeling dat je vriendschappen gaat verbreken, puur omdat jij dan zwaarder dreigt te worden: vriendschappen hebben we ook nodig voor ons algeheel welzijn. We voelen ons beter en vrolijker door vriendschappen, wat ook zijn weerslag heeft op onze gezondheid. Christiakis oppert dan ook dat twee dikke mensen dan een vriendschap zouden kunnen sluiten met een dunne man/vrouw. Deze persoon kan er dan voor zorgen dat hij/zij de andere twee beïnvloedt om af te vallen: het omgekeerde effect werd immers ook waargenomen.
Tegengeluiden
Toch zijn niet alle deskundigen op het gebied van obesitas het eens met de aanbevelingen en conclusies van de onderzoekers. Weliswaar ontkennen Christiakis en zijn collega’s niet dat genen en omgevingsfactoren ook een rol spelen, maar zij leggen de nadruk teveel op het idee dat obese mensen elkaar besmetten. Kelly D. Brownell (Yale University) vindt het namelijk niet fair dat de nadruk op obese mensen wordt gelegd, terwijl die al van veel meer dingen de schuld krijgen, terwijl er zoveel andere factoren meespelen.
Helaas voor de critici is het resultaat van het onderzoek - op basis van de Framingham Heart Study - volgens veel sociologen en specialisten moeilijk te weerleggen. De studie was zo uitgebreid en zo langdurig dat het onderzoek moeilijk gerepliceerd kan worden om de uitkomsten te staven. Dr. Stephen O’Rahilly (Cambridge University), specialist op het gebied van obesitas, heeft er daarom ook zijn twijfels bij, ondanks dat hij niet wil overkomen als een oude zeikerd.
“Good science is all about replication, but it is hard to see how science will ever replicate this”
De beweringen die de onderzoekers nu doen, lijken volgens hem in eerste opzicht onwaarschijnlijk. Het probleem is echter dat de beweringen gestaafd worden door resultaten afkomstig uit zo’n groot en langdurig onderzoek, dat ze nauwelijks gerepliceerd kunnen worden. Dat is nu net het punt waar volgens O’Rahilly het pijnpunt zit: goede wetenschap is niet mogelijk zonder replicatie, maar dit onderzoek was zo groots van opzet dat het nauwelijks meer te overtreffen is.
Het laatste woord over obesitas en de exacte oorzaak van deze ‘epidemie’ is nog niet gezegd, vooral niet als de onderzoeken elkaar zo tegen blijven spreken. Waar de een namelijk spreekt van een vetmakend gen, zegt de ander weer dat het gewoon door overconsumptie in combinatie met een gebrek aan beweging komt. Anderen beweren weer dat obese mensen alles en iedereen de schuld geven, behalve zichzelf. Wat echter in al die jaren hetzelfde is gebleven, is dat elk pondje door het mondje gaat en dat minder eten en meer bewegen zeker helpt in de strijd tegen obesitas.
Reacties
- Veluwe: "Mijn eerste reactie en dan gelijk over een, in internet grada..."
- Veluwe: ""iemand van 1.80 meter die 94,7 kilo weegt, hoeft die 2,5 kil..."
- Rebecca F: "Ik vind dit een goed artikel voor dikke mensen als ik. Bed..."
- Katseviool: "Sorry voor off-topic.. Maar ik vind het eerlijk gezegd n..."
- Reageer zelf














Reageren via Facebook