'Slechte koffie in de pauze maakt akoestiek minder goed' /reageer

  • door: Norbine Schalij
    over: vormgeving, materiaal
    op: 10 augustus 2009
  • Hoe het geluid op het podium voor spelers en dirigent klinkt is onontgonnen gebied.

  • Maar hoe kunnen orkestleden die zichzelf of elkaar niet goed horen samen het publiek van iets moois laten genieten?

De akoestiek in concertzalen krijgt de nodige aandacht, maar hoe zit het met de verstaanbaarheid van musici onderling op het podium? Bouwkundestudenten Philo Heijnen en Martijn Kivits kregen de unieke kans om één orkest in zeven verschillende zalen hetzelfde repertoire te volgen en daarbij akoestische metingen te verrichten en enquetes af te nemen. Ze gingen op tour met het Nederlands Studenten Orkest.

Deze zaal klinkt warm, zeggen muzikanten wel eens, of ze gebruiken woorden als helder, intiem, gekleurd en zelfs meedogenloos. Ook hoor je vaak: deze ruimte klinkt droog. Inmiddels weten Philo Heijnen en Martijn Kivits dat dat laatste betekent dat er weinig (na)galm wordt ervaren. De bouwkundestudenten van de unit BPS (Building Physics and Systems) van de Technische Universiteit Eindhoven hebben subjectieve uitspraken en objectieve meetgegevens met elkaar vergeleken en zijn nagegaan of de in de literatuur aangegeven verbanden ook daadwerkelijk bestaan. Het is belangrijk dergelijke verbanden te kennen om de bouwkundige ingrepen te kunnen bepalen.

Akoestiek is als wetenschap een relatief jonge discipline. Naar zaalakoestiek is wel veel onderzoek gedaan, maar hoe het geluid op het podium voor spelers en dirigent klinkt is een nog niet geheel ontgonnen gebied. Hoe kunnen orkestleden die zichzelf of elkaar niet goed horen samen het publiek van iets moois laten genieten, vroegen Heijnen en Kivits zich af.

Het Nederlands Studenten Orkest heeft ieder jaar een andere bezetting van ongeveer honderd studenten. De hele maand februari staat voor hen in het teken van klassieke muziek, tien dagen repeteren en daarna tien concerten geven. Toen de audities voor 2009 bezig waren, en Heijnen zich afvroeg of ze met haar klarinet wel of niet mee zou willen doen, ontstond het idee een masterproject uit te voeren tijdens de concerttour van NSO. Het bestuur van het NSO, ook studenten, was direct enthousiast en de zalen verleenden medewerking.

Akoestiek is als wetenschap een relatief jonge discipline.

“Het gaat ons niet om aan te tonen hoe goed een zaal of het podium is”, zegt Kivits, “wij zochten alleen naar een mogelijkheid om bestaande parameters waarmee akoestiek op het podium meetbaar is te onderzoeken en met elkaar te vergelijken.”
En zodoende kropen zij met bolbron, microfoons en andere meetapparatuur bij het NSO in de concertbus. Ze verrichtten akoestische metingen in onder andere Het Koninklijk Concertgebouw in Amsterdam, De Doelen in Rotterdam en het Frits Philips Muziekcentrum in Eindhoven.
Voordat de musici de muziek van Sjostakovitsj, Ravel en Bernstein speelden, zaten zij in iedere zaal eerst even doodstil op hun positie om Heijnen en Kivits gelegenheid te geven uitgestuurde geluidsgolven door de ruimte te volgen.