Slimme producten en ethiek: de uitdaging van industrial design /reageer

Slimme producten en ethiek: de uitdaging van industrial design

Wat hebben intelligente producten te maken met schoonheid, ethiek en poëzie? Alles, als je het hoogleraar Kees Overbeeke van de faculteit Industrial Design van de TU Eindhoven vraagt. Zijn studenten leren ontwerpen op de muziek van Debussy en worden klaargestoomd als wereldverbeteraars. “We moeten een bod doen om het leven mooier en poëtischer te maken.”

Land

Hardnekkig het onmogelijke najagen, ook al lijkt de kans van slagen nihil. De Amerikaan Edwin Land, uitvinder van de polaroidfilm, blonk erin uit. Zijn biografie ‘Insisting on the impossible. The life of Edwin Land‘ inspireerde prof.dr. Kees Overbeeke tot de titel van zijn intreerede ‘The Aesthetics of the impossible’.
“Iedereen heeft altijd tegen Land gezegd: dat is onmogelijk. En toch ging hij door.”

Wat Overbeeke wil bewerkstelligen binnen zijn onderzoeksgroep Designing Quality in Interaction (DQI) van de faculteit Industrial Design, noemt hij zelf ook ‘onmogelijk’. “In de eerste plaats laten we mensen met totaal verschillende paradigma’s met elkaar samenwerken. Ten tweede wil ik een nieuwe manier van denken ontwikkelen, als alternatief voor het rationalistische model.”

Slimme apparaten

Onmogelijk of niet, beide punten zijn volgens de hoogleraar onmisbaar bij het tackelen van de problemen waar ontwerpers van intelligente producten steeds vaker voor zullen staan. Steeds meer slimme apparaten als mobiele telefoon, Tomtom, iPod en iPhone bewerkstelligen een dynamische en complexer wordende interactie: tussen de gebruiker en de apparaten zelf, tussen de gebruikers onderling en tussen de gebruikers en hun fysieke omgeving. “Neem de theemok die ik hier vasthoud”, legt Overbeeke uit. “Voor de ontwerper is het relatief eenvoudig vast te stellen aan welke functionele eisen zo’n ding moet voldoen. Er is een heel eenvoudige interactie tussen de gebruiker en het ding.”

“Stel dat ik geen laptop nodig zou hebben om een filmpje te laten zien, maar dat de tafel tegelijkertijd een beeldscherm zou zijn. Waaraan moet die tafel zich dan precies aanpassen?”

Dat geldt niet voor de slimme producten die de snel ontwikkelende technologie voortbrengt. Producten die niet alleen een complexere interactie veroorzaken, maar die zich bovendien aanpassen aan de gebruiker. “De vraag is aan wát moeten die nieuwe systemen zich aanpassen?”, zegt de hoogleraar. “Stel dat deze tafel intelligent zou zijn. Stel dat ik geen laptop nodig zou hebben om een filmpje te laten zien, maar dat de tafel tegelijkertijd een beeldscherm zou zijn. Waaraan moet die tafel zich dan precies aanpassen?”
Het antwoord op deze vraag ligt buiten de conventionele grenzen van de technische wetenschappen, op het snijvlak van verschillende disciplines. “We spelen leentjebuur bij de gedragswetenschappen, de technische wetenschappen en de alfawetenschappen”, geeft Overbeeke toe. “Waar het om gaat, is dat studenten leren dit alles in producten te integreren. Hoe moeten dingen zich gedragen?”