Nieuws/ Speurtocht naar bloedpropjes kan levens redden /reageer

door: Jim Heirbaut
over: gezondheid, computer, medisch
op: 15 mei 2008

Radiologen kunnen nu met behulp van de computer bedreigende bloedpropjes in de longen een stuk beter vinden. Dr. ir. Henri Bouma van de Technische Universiteit Eindhoven (TU/e) ontwikkelde hiervoor een methode waarop hij begin april promoveerde.

Meten

De computer vindt de randen van de propjes op basis van de verschillende grijstinten in CT-scans. Bouma gebruikte dezelfde technologie om de diameter van vernauwde bloedvaten - potentieel gevaarlijk - veel nauwkeuriger te kunnen meten.

Embolie

Jaarlijks krijgen meer dan 10.000 mensen in Nederland een longembolie - een bloedpropje in een slagader in de longen. Elf procent daarvan overlijdt in het eerste uur. Een snelle en nauwkeurige diagnose is dus gewenst. Tot nu toe doet de radioloog dit met eigen ogen. De hulp van de computer zit er echter aan te komen.
Dat laat Bouma (30) zien met zijn promotieonderzoek aan de TU/e. Hij ontwikkelde een methode om in een driedimensionale CT-scan volautomatisch de meest waarschijnlijke bloedpropjes te detecteren.

CT-beelden

Bouma testte zijn methode op CT-beelden van het Academisch Medisch Centrum (AMC) in Amsterdam. Daaruit bleek dat bij gebruik van deze computermethode 63 procent van de bloedpropjes gevonden werd. Dat stelt de radioloog in staat om uiteindelijk 20 procent meer bloedpropjes te vinden dan wanneer hij het alleen moet doen. Hiermee kunnen artsen waarschijnlijk gerichter actie gaan ondernemen: grote proppen operatief verwijderen en kleinere behandelen met bloedverdunners.

Bloedvaten

Dezelfde techniek van beeldverwerking paste de promovendus toe op het meten van de doorsnede van bloedvaten. Zijn die op cruciale plaatsen te nauw geworden, dan kan in het ergste geval weefsel afsterven. Vooral bij het hart of in de hersenen kan dat levensbedreigend zijn. Vanwege de ruis en onscherpte van CT-beelden kan de diameter van kleinere bloedvaten wel tot 40 procent te hoog worden ingeschat.

Bouma’s methode zorgt ervoor dat de doorsnede van een bloedvat veel nauwkeuriger te meten is. Hiermee kan de arts op basis van betere informatie besluiten of hij moet overgaan tot actie: bijvoorbeeld door te dotteren of een stent te plaatsen.

Vormen, intensiteiten en afmetingen

De computer gaat op zoek naar verschillen in intensiteit in de driedimensionale CT-beelden. Door het gebruik van contrastvloeistof wordt het bloed daarin wit afgebeeld. Een propje steekt daar donker tegen af, omdat het geen contrastvloeistof opneemt.
De computer meet de vorm van het propje op de rand tussen het lichte en het donkere gebied. Vormen, intensiteiten en afmetingen blijken belangrijk voor het maken van onderscheid tussen echte bloedproppen en dingen die daar op lijken, zoals weefsel dat om de bloedvaten heen groeit.

Bouma voerde een deel van zijn onderzoek uit bij Philips Healthcare. Dat gaat de methodes nu verder ontwikkelen tot een beeldanalysesysteem dat zelf locaties en afmetingen van structuren in CT-beelden kan bepalen.

Reageren via Facebook

Reacties