Stadslawaai laat koolmees hogere noten zingen
/reageer
-
door: Redactie Sync over: biologie, communicatie op: 16 september 2011 Wil je als koolmees scoren bij de dames, dan moet je zo laag mogelijk zingen.
Maar hoe komen de mannetjes boven het stadslawaai uit?
Barry White wist het, en mannetjeskoolmezen weten het ook: wil je scoren bij de dames, dan moet je zo laag mogelijk zingen. Maar om boven stadslawaai uit te komen zijn hoge noten juist beter.
De Leidse bioloog Wouter Halfwerk onderzocht de rol van toonhoogte bij communicatie tussen stadsvogels. De onderzoeksresultaten zijn verschenen in tijdschrift PNAS.
Halfwerk en zijn collega’s van de onderzoeksgroep Behavioural Biology van het Institute Biology Leiden ontdekten dat mannetjeskoolmezen liedjes met veel lage tonen zingen wanneer de vrouwtjes op de piek van hun vruchtbaarheid zijn. Het mannetje dat de laagste noten haalt, maakt de meeste kans. Vrouwtjeskoolmezen gaan zelfs vreemd als hun mannetje niet laag genoeg op de toonladder zakt.
Stadslawaai
De mannetjeskoolmezen, maar ook andere stadsvogels van mannelijk geslacht, zien zich echter voor een probleem gesteld: hoe komen ze boven het lawaai van mensen en verkeer uit? Resultaten uit eerder onderzoek suggereren dat ze dat doen door liedjes met hogere noten te zingen. Uit metingen van het Institute Biology Leiden blijkt dat dit een effectieve aanpak is om beter gehoord te worden, maar de keerzijde van de medaille is dat die liedjes minder indruk maken op de vrouwtjes. Die vallen immers op laag.
De onderzoekers voorspellen dat stadsvogels daarom zullen overstappen op andere akoestische eigenschappen om zich te onderscheiden van concurrerende mannetjes. De onderzoeksresultaten laten zien dat vogelsoorten die vertrouwen op lage noten om partners aan te trekken, het meest te lijden hebben van stadslawaai. Dit verklaart waarom deze soorten die in buurt van drukke wegen leven zich in kleinere aantallen voortplanten dan soortgenoten op rustiger plekken.
Reacties
- Er zijn nog geen reacties.
- Reageer zelf















Reageren via Facebook