Column/ Stof tot nadenken /2 reacties

Column: Hannah Bonjer

Foto van de auteur

Ontwerper Hannah Bonjer studeerde in 2006 cum laude af aan de Design Academy Eindhoven. Vanaf begin mei verblijft zij in het dorpje Kopundole in Nepal, in het kader van DDiD's Fabrics of the World project. De initiator Strawberries Fabrics wil met dit project haar eigen stoffencollectie verbeteren en uitbreiden, maar bovenal de lokale stoffenproducenten design ondersteuning bieden. De nadruk ligt op het combineren van Europese trends met de unieke technieken van de lokale producenten. Over haar ervaringen in Nepal houdt Hannah op haar website een dagboek en fotoarchief bij.

Terwijl één van Neerlands oudste fabrieken (1923) van handgeweven stoffen, de zogenaamde Ploegstoffen, op de schop gaat, bevind ik me in Kathmandu, Nepal om een collectie van handgemaakte traditionele Nepalese stoffen te ontwerpen voor export naar Nederland, Europa! Een opmerkelijk feit en direct het eerste verschil in arbeidsethos tussen Nepal en Nederland.

De eerste dagen dat ik Nepal was, wilde ik me oriënteren en verdiepen in de stoffen: ik ben ervan overtuigd dat door te zien en te oefenen in het zien, je kwaliteit kunt gaan herkennen en onderscheiden. Samen met de eigenaar van Kalamandir en twee headweavers bezocht ik een aantal groepen wevers. In kleine dorpjes net buiten Kathmandu,verscholen in particuliere woonhuizen, zijn enkele lege kamers volgestouwd met weefgetouwen. De wevers zijn vrouwen en de techniek wordt van generatie op generatie overgedragen. De weefgetouwen zijn gemaakt van bamboe of hout, het materiaal is katoen en de weefsnelheid is maximaal 30 centimeter per dag. Dhaka is een stof bestaande uit een ingewikkelde weefmethode die zeer geoefende vingers en veel geduld van de wevers vraagt; de karakteristieke kleurrijke geometrisch vormen op een effen achtergrond worden uit het hoofd en zonder enige vorm van patroonkaarten of andere vorm van aftekenen gemaakt.

Weefsters aan het werk Op het moment van mijn bezoek waren er slechts een aantal vrouwen aan het weven. De andere vrouwen waren op het land waar door een recente regenval veel werk was te verzetten. Alle weefsters hebben een stuk grond om hun eigen voedsel te verbouwen. Grond kost tenslotte weinig (familie-erfstuk) en de kinderen gaan naar overheidsscholen. Extra inkomsten via het weven is meegenomen, maar de vrouwen willen en/of kunnen het risico niet nemen om hiervan afhankelijk te zijn. Dit verklaart de ogenschijnlijk laconieke houding van de vrouwen; ze weven wanneer ze willen weven, in het tempo wat ze prettig vinden en de patronen en kleuren die ze mooi vinden. Ik was verbaasd de ontspannen situatie te zien, ook met mij als buitenlander in aanwezigheid van hun bazen. Niemand werkt zich in het zweet, er wordt wat gebabbeld, soms luisteren ze naar de radio en nieuwsgierig kijken ze rond als we binnenkomen. Deze werkhouding vind ik terug in heel Kathmandu; geen rennende mensen, maar geduldig aan het werk en vele mensen zitten te zitten.

Naast een andere werkhouding is hier ook een andere manier van werken; bijzonder om te ontdekken is dat er overal meer mensen en handen zijn dan nodig. Er is altijd iemand om een rekenmachine of een plastic zak aan te geven, terwijl dit binnen handbereik ligt. Handarbeid kost relatief heel erg weinig in Nepal, machinaal werk is daarentegen onbetaalbaar en overtreft westerse prijzen. Precies de omgekeerde situatie van Europa dus. Waar traditionele Nederlandse handgemaakte producten onbetaalbaar worden en de fabrieken hun deuren sluiten (afgelopen week werd de fabriek en de weverij van De Ploeg opgedoekt, mijn opa en oma kochten ooit de fameuze Ploegstoffen), importeert Nederland zich suf aan Fair Trade producten van over de hele wereld.

Smaak en eisen

Na een aantal dagen inventariseren van de ongelofelijke hoeveelheid verschillende weefpatronen en het uitpluizen van de gebruikte kleurencombinaties, kwam ik tot het doel voor mij als design consultant: het ordenen, digitaliseren en vastleggen van patronen. Zoals het nu ‘georganiseerd’ is, is voor de export naar Europa een ramp qua planning, logistiek en communicatie!

Ik besloot me (wij ons) vooral te gaan richten op het onwikkelen van een Dhaka textiel collectie samengesteld uit reeds bestaande patronen en uitgevoerd in nieuwe kleurcombinaties. Kalamandir is erg opgelucht, hij voorziet dat de vrouwen weinig interesse zullen kunnen opbrengen om nieuwe patronen te leren maken, het verbouwen van het land blijft immers hun belangrijkste taak. Op dit moment lijkt het verstandiger om aan te sluiten bij wat de vrouwen al kunnen. Tegelijkertijd besef ik me dat ook zij zullen moeten wennen aan de smaak en de eisen van het Westen, willen zij hun traditie kunnen behouden en niet weggevaagd worden door machinaal vervaardigd textiel uit India en China.

Inmiddels is de eerste helft van de collectie naar de wevers gebracht, worden de kleuren katoen ingekocht en de weefgetouwen gespannen… Voor de eerste 10 geselecteerde patronen heb ik ieder 5 kleurvarianten ontworpen. Het samenstellen van de kleuren was een hell of a job; ik onderging hier het grootste verschil in denken en leven tussen Nepal in Nederland. Ik bevind mij in Kathmandu en zie ik alle kleuren van de regenboog, hoor ik een constante kakofonie van toeters, ben ik bezweet door de hitte en de hoeveelheid mensen, voel ik mij smerig van het stof en het vuil in de straten en moet ik mij een voorstelling maken van de doelgroep voor deze stoffen in Europa … Over trends en andere elementen van die doelgroep nog maar niet gedacht en gesproken. High fashion in een ontwikkelingsland, een schier onmogelijke, maar tegelijkertijd uitdagende combinatie.

De komende dagen richt ik mij op de tweede helft van de collectie en blijf ik met volle teugen genieten van het dak van de wereld.

Reageren via Facebook